06 maart 2012

Bonifatius, Bertus en de Sionsberg

"Bonifatius bij Dokkum vermoord, 754". Ofschoon op een Protestantse School, werd de moord op deze Roomse zendeling er stevig ingestampt. Het was een Christelijke kant van onze Vaderlandse Geschiedenis, terwijl ons tegelijk geleerd werd, dat al het Roomse helemaal verkeerd was.
Of all places: Dokkum. Daar woonde oom Bertus: had die wat te maken met de moord op Bonifatius? En, vroeg mijn kinderziel zich af, was dat dan goed of slecht?

Oom Bertus was een broer van mijn opa, waarbij mijn moeder en ik inwoonden na het overlijden van mijn vader. Af en toe kwam oom Bertus logeren, alleen.
Hij heeft een ietwat triest totaalbeeld bij me achtergelaten, maar ook mooie humor. En hij heeft terloops en speels geprobeerd me wat Fries te leren, zoals de juiste uitspraak van Ee: het "water in Friesland", dat je nogal eens in puzzels ziet.

Dat is, denk ik, de basis waarop ik steunde toen ik in 1998 een boek in het Fries cadeau kreeg van mijn toenmalige uitgeefster bij Gopher Publishers, Jitske Kingma, dat ik tot mijn verbazing zomaar kon lezen. Nou ja, op een paar nuances na.

In 1957 hertrouwde mijn moeder, daarna heb ik oom Bertus nooit meer gezien. De tijd schreed voort, er gebeurde veel.
In 1998 nam ik deel aan een cursus Levensverhalen schrijven. Bij de opdracht om te schrijven over iemand uit je jeugd, "kwam ik oom Bertus weer tegen". Ik zag hem in gedachten nog regelmatig voor me, maar nu werd hij een verhaal. Met veel vraagtekens.
In 2004 vond ik dat verhaal weer, en zette mijn nieuwsgierigheid om in een e-mail aan de Gemeente Dongeradeel, of ze mij konden vertellen waar oom Bertus was begraven. Want als hij nog leefde zou hij regelmatig het nieuws gehaald hebben: geboren in 1881.

Door het Streekarchief kreeg ik een kopie toegestuurd van zijn Burgerlijk bestaan. Overleden in 1957. Met, helaas, in handschrift de mededeling: "Plaats van begraven onbekend". Toen waren de bronnen op internet nog niet zo ver ontwikkeld als nu, dus bleef het daar bij.
Wel heb ik het verhaal uit de cursus herschreven en op onze website geplaatst.



Bij het verplaatsen van allerlei spullen, nu we de eerste verdieping opknappen, kom ik dingen tegen waarvan ik niet dagelijks besef dat ik ze heb. Zo ook de envelop van de Gemeente Dongeradeel. Ter afwisseling van het fysieke werk, ging ik tussendoor zoeken op internet, met de schaarse gegevens die ik had.
Terwijl "het kleinste ziekenhuis van Nederland", De Sionsberg in Dokkum, de laatste tijd in het nieuws is, lees ik in de akte, dat oom Bertus is overleden in De Sionsberg. In 1957, het jaar dat wij bij opa vandaan verhuisden naar ons nieuwe gezin.

Ik had al eens bij familie geïnformeerd of ze meer wisten van oom Bertus. De opmerking dat hij op mij een wat trieste indruk gemaakt had, ontlokte dat dat dan oom Herman geweest moest zijn, de oudste broer van opa, die opgenomen was in Dennenoord in Zuidlaren.
Maar ik wist toch zeker dat het oom Bertus was die bij ons logeerde!

Naar deze oom Bertus zal mijn andere oom Bertus, broer van mijn moeder, wel vernoemd zijn. Die jongere oom Bertus schreef in februari 1945 een brief die mede aan mij (toen bijna 2) is gericht, waarin hij meldt geslagen en geschopt te zijn door de Landwacht, en dat een andere oom was afgevoerd naar het Scholtenshuis in Groningen. Bertus jr. vluchtte toen van Stadskanaal naar Emmen, zo'n 30 kilometer, maar toen een barre tocht van drie dagen door kou en sneeuw. Ik heb vorig jaar de letters op zijn grafmonument, hier op het kerkhof, maar eens overgeschilderd.



Een achterneef is met onze stamboom bezig geweest. Daaruit blijkt, dat opa 5 broers heeft gehad. Herman was de oudste, opa Klaas de tweede en Bertus de derde. De vierde, Sybren, ken ik niet, maar zijn vrouw herinner ik me - uit bewaard gebleven correspondentie weet ik, dat een zoon van hen bevriend was met mijn vader. De vijfde en zesde zoon zijn binnen een jaar na hun geboorte overleden.
Met de hervonden gegevens ging ik opnieuw aan de slag. Oom Bertus is geboren in oktober 1881. Op het formulier staat, dat dat was in de Gemeente Tietjerksteradeel, in het dorp Suameer. Daar zijn alle zes broers geboren.

De oplossing van het raadsel van het alleenzijn van oom Bertus drong nu tot mij door. Hij was, volgens het formulier, in 1910 getrouwd met tante Riemkje, maar die was al in 1939 overleden op 53-jarige leeftijd. Ruim voor mijn geboorte dus. Dat huwelijk heeft geen kinderen voortgebracht, dus oom Bertus had niets anders meer dan zijn broers. De oorzaak van mijn trieste indruk van oom Bertus lag voor de hand...

Maar waar is oom Bertus begraven? Dat was niet bekend, volgens het streekarchief. Maar: logischerwijze bij zijn vrouw, dacht ik. Op de officiële akte heet ze Riemkje, en het huwelijk is ontbonden in Dokkum, september 1939, door haar overlijden. En in Dokkum begraven?

Op graftombe.nl vond ik uiteindelijk een aanduiding van het vermoedelijke graf van tante Riemkje. Zolang ik haar volledige naam invulde vond ik niets, pas toen ik alleen haar achternaam invulde, kwam er iets tevoorschijn. Haar voornaam was verkeerd gespeld: Remke in plaats van Riemkje, maar de data en partnergegevens (behalve geboortemaand) klopten met mijn gegevens.

"Remke" zou geboren zijn in Lutjepost. Maar Lutjepost is niet te vinden. Wel Lutjegast, maar dat ligt in de provincie Groningen. Na een gelukstreffer vond ik Lutkepost, vlakbij Buitenpost.
Volgens de akte is ze geboren te Achtkarspelen, en Buitenpost en omgeving liggen in de Gemeente Achtkarspelen.
In Genlias staat dat ze geboren is in Augustinusga. Lutkepost ligt tegen Buitenpost aan, Augustinusga iets verder weg.

In Genlias vond ik eerst helemaal geen gegevens van oom Bertus, officieel Lambertus Cornelis. Totdat ik de tweede voornaam wegliet. Die bleek als patroniem te zijn geregistreerd.
Ook op graftombe.nl was zijn tweede voornaam verdwenen, maar daar vond ik hem uiteindelijk met dezelfde grafcode als tante Riemkje.

We besloten maar eens een keer te gaan kijken in Dokkum, als het goed weer was. Maar: welke begraafplaats? In Dokkum vond ik er drie. De Oude Begraafplaats, Zuiderbolwerk (B); de Nieuwe Begraafplaats, Damwaldsterreedtsje (A) en Begraafplaats Lindenhof, Metslawiersterweg (C).
Redeneren dan maar, met hulp van de satelliet- en streetviewbeelden op internet.


Grotere kaart weergeven

De Lindenhof lijkt het nieuwst, is waarschijnlijk aangelegd ruim na 1939. Zuiderbolwerk? Waren we daar niet al eens geweest, op een rondrit met schoonzus en zwager? Dat was héél oud.
De Nieuwe Begraafplaats aan het Damwaldsterreedtsje lag het meest voor de hand, maar leek te groot om "even" een graf te vinden.



Op één van die dagen dat vanaf het opstaan alles anders liep dan gepland, zijn we richting Dokkum gereden. Ik had al een keer een route uitgezocht, zo'n 110 km. Onderweg miste ik een afslag die me Dokkum aan de "goede" kant binnen zou brengen, en we realiseerden ons dat we eigenlijk te laat waren vertrokken.
We dachten van de parkeerplaats aan de Harddraversdijk gemakkelijk even via het Zuiderbolwerk naar het Damwaldsterreedtsje te lopen en daarna nog even de stad in. Op de brug tussen de Halvemaanspoort en het Zuiderbolwerk zien we het uitzicht op Dokkum van de recente Elfstedenhype, en achter de brug zien we de Oude begraafplaats opdoemen.


De Oude Begraafplaats was inderdaad wat ik me vaag herinnerd had van ons bezoek in juli 2007. We vinden, als markering van de Bonifatius-wandelroute, de afbeelding van een blaffende hond, waarmee hij zich vergeleken zou hebben in een brief naar de bisschop van Canterbury.


We hebben toch de auto maar even gepakt om naar de Nieuwe Begraafplaats te gaan.
We gingen elk een kant op, zoekend. Ik bleek eerst op het RK-gedeelte te lopen. Een vriendelijke mevrouw, die ongetwijfeld net het graf van een dierbare had verzorgd, wees me waar ik moest zijn voor het protestantse en algemene gedeelte. Daar zocht ik naar de jaartallen. Na een heel eind kwam ik bij een deel waar de graven helemaal overwoekerd waren door bomen en struiken. Daar heb ik me, met gêne maar respectvol, doorheen geworsteld, zonder resultaat.

Even verderop was een groot perk met dichtbijelkaar geplaatste, vervallen graven. Ik speurde er systematisch bijlangs, op zoek naar herkenbare gegevens. De jaartallen lagen dicht bij het sterfjaar van tante Riemkje.
Plotseling zag ik op de tweede rij een bekende lettercombinatie, op een scheefhangend monument: het graf van oom Bertus en tante Riemkje!
Later vertelde Marijke dat ze naar dat graf had staan kijken zonder de namen te zien, omdat het zo scheef lag. Dat was geen wonder, want de zerk was nogal verweerd en het leek of er een vogel op had gezeten met hoge nood. Misschien was bij mij de lichtval precies goed om de contouren van de letters te accentueren.

Toen ergens ter sprake kwam dat ik met dit project bezig was, vroeg iemand waarom ik me zo uitsloofde om iemand die al zó lang dood is. Voor mij is het antwoord helder: oom Bertus was iemand die qua omvang een kleine rol gespeeld heeft in mijn leven, maar de impact was groot genoeg om met een warm gevoel aan hem terug te denken. Als kind ontdek je de wereld en zie je alle volwassenen als een vaststaand gegeven, maar nu ik zelf zo'n leeftijd hebt bereikt, vind ik hem terug als bron van een deel van mijn ontwikkeling.
Misschien vooral omdat hij een afwijking was van de strakke, serieuze wereld van de entourage van mijn opa. Ik was daarin het enige kind tussen volwassenen. Niet lang daarna werd ik van enig kind plots de op twee na jongste van een gezin met 10 kinderen. Ik denk dat oom Bertus heeft bijgedragen aan het relativiteitsbesef waardoor ik die cultuurshock heb geabsorbeerd.
Genoeg reden om hem in ere te houden en mijn respect te tonen.

Toch blijft er nog een raadsel over: op de gemeentelijke akte staat vermeld: Beroep: zonder. Zou die akte opgemaakt zijn voordat hij een beroep had, of na beëindiging van zijn werkzame leven, of had hij een probleem waardoor hij geen beroep kon uitoefenen?
Toch staan zijn vijf adressen in Dokkum vanaf 1 januari 1925 erop vermeld. Zo is te zien dat hij 8 maanden na het overlijden van tante Riemkje verhuisd is.
Dit raadsel zal waarschijnlijk niet meer op te lossen zijn: ik behoor nu tot de oudste generatie van deze tak van de familie en kan het de vorige niet meer vragen, en misschien ben ik wel de enige die herinneringen heeft aan oom Bertus.

4 opmerkingen:

  1. Waarom ik dit hele verhaal met veel interesse helemaal gelezen heb? Omdat ik bij Dokkum woon? Omdat ik ook een oom Bertus had? Een familielid in een graf op het kerkhof aan het Damwâldster reedsje?
    Nee, ik vond het een mooi interessant verhaal.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Geschiedenis, het uitpluizen van hoe het allemaal gegaan is, blijft een interessante bezigheid die dus heel wat inspanning kost. Boeiend voorbeeld van hoe ingewikkeld onze geschiedenissen zijn en hoe aardig is om ze op te schrijven.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Fascinerend verslag. Fijn dat je toch nog iets vond ook al loopt er uiteindelijk ook een spoor dood. Vorig jaar waren Maria en ik nog in Dokkum. Maria vond het een prachtdorp. Maar wel stil (het was op een zondag). Daar denk ik nu aan. En aan dat ik je begrijp want ik ben ook de laatste van de familie. Er zijn zoveel vraagtekens en ik zal ze nooit kunnen invallen. Het boek werd gesloten toen mijn broer overleed.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Boeiend. Mijn vader is de laatste van zijn familie. Helaas is hij veel vergeten. Nu is hij 92 en na hem sterven de Friese geschiedenissen uit.

    BeantwoordenVerwijderen