10 juli 2012

Gerrit Komrij


In de loop der tijd heb ik Gerrit Komrij leren waarderen als een bijzonder mens, belezen en zeer taalvaardig. Uitermate actief in zijn veelzijdige bezigheden. En zonder remmingen bij het verwoorden van zijn meningen. Dat heeft mijn bewondering voor hem opgebouwd.

Mijn eerste kennismaking met Gerrit Komrij was via TV. Hij was door Sonja Barend uitgenodigd vanwege iets dat hij geschreven had. Ik was nog behoorlijk naïef - ik wist nog niets van homosexualiteit. Dat kun je je nu niet meer voorstellen van kinderen ouder dan 6 jaar, maar destijds was dat onder volwassenen nog een steels besproken onderwerp.
Sonja had wel vaker van die reprimandes, zoals over de reclame voor een deodorant voor "de derde oksel".

Gerrit zal wel, op zijn niets ontziende manier, iets gemopperd hebben over feministes; ik kon nu niets terugvinden op het web over het voorval. Ik herinner me de uitdrukking, omdat die mij toen, als keurig gereformeerd opgevoed jongmens, trof als zeer shocking - dat zóiets zomaar op TV gezegd kon worden: "de onwelriekende gleuven-brigade..." Tijdens Sonja's reprimande zat Gerrit er bij als een stout jongetje, dat van de juf onder uit de zak kreeg.

Later heb ik een boekje gekocht, dat heet: 't Zal je gezegd worden - venijn en vitriool, schimpscheuten en schofferingen uit heden en verleden. (Ik hou wel van citaten)
Mopperen en schelden doen we dagelijks, maar hierin zijn voorbeelden te vinden hoe dat op een soms geniale manier gedaan kan worden. Uiteraard staan er een paar van Gerrit Komrij in.
Eentje, om in stijl met het voorgaande te blijven:

"Sadomasochisten en Nederlandse dichters hebben één ding gemeen: ze kunnen geen lach verdragen. Ze doen alles met heilige, verbeten ernst. Met hogepriesterlijk toewijding, en een gezicht dat op onweer staat, bevestigen ze een dozijn wasknijpers aan een vagina of tien dubbele bodems aan de taalschat. Er kan geen glimlachje af."

Toen ik dat gelezen had, hield ik er rekening mee als ik probeerde gedichten te schrijven.
Soms reageerde iemand op Komrij. Ook uit dat boekje:

Heere Heerema voelde zich door Komrij beledigd en nam wraak. Zijn straf: het naar Komrij vernoemen - in een van zijn 'Zwaarmoedige verhalen' - van een tot louter droefheid en afkeer inspirerende gemeentewijk: 'Het was erg. Nog erger dan hij verwacht had. De treurige benepenheid van het Geurt Komrij-kwartier was wurgend.'

Ik zou bijna zeggen "uiteraard" (ik ben een tijdlang behoorlijk actief geweest als zelfbenoemd dichter) heb ik de door Gerrit Komrij samengestelde bloemlezing van Nederlandse poëzie van de 12de tot de 20ste eeuw in huis. Graven in mijn herinnering leert me, dat die drie dikke boeken hoorden bij het winnen van de 'Taalronde' in 1997, de wedstrijd die verbonden was aan de Taaltheaternacht in Emmen. Maar anders had ik ze wel gekocht.

Verder heb ik niet veel uit het omvangrijke oeuvre van Komrij gelezen. Gewoon niet genoeg tijd gehad naast het noodzakelijke. 'Dit helse moeras' (1986) heb ik in mijn boekenkast staan. Lang geleden gelezen, waardevol bevonden om te bewaren. Op de achterflap:
'Onbaatzuchtig en met grote opofferingsgezindheid trekt Gerrit Komrij in Dit helse moeras van leer tegen de spookrijders van de geest. En als rode draad loopt de bekommernis om de taal, de deernis met de woordendoor elke aanval,elke inval, elk divertissement en elke aanklacht heen.'

Op die achterflap ook een citaat uit een recensie van Battus (Hugo Brandt Corstius, waarvan ik diverse werken koester): 'Als Komrij zijn nonsensproza bundelt zal hij in één klap kampioen in dit genre blijken te zijn.' Van iemand die naar mijn idee gewaagd is aan Komrij, lijkt dit me een onnavolgbaar compliment.

2 opmerkingen: