28 april 2014

WE300 april/mei 2014 : Twisten

PlatoOnline's WE-300 schrijfuitdaging: schrijf een verhaal van exact 300 woorden, waarin het thema-woord niet voorkomt! Themawoord voor april/mei = Twisten

Toen ik het themawoord voor deze WE300 las, dacht ik het eerst aan de door Chubby Checker populair gemaakte dans uit de jaren '60.
Die dankt zijn naam aan het tegengesteld draaien van boven- en onderlichaam. Daarbij heb ik dan weer een associatie met het uitwringen van iets, in dit geval het lichaam.

Over politici wordt nogal eens gezegd dat zij draaikonten zijn, dus in politieke zin doen zij Chubby's dans (niet zijn geboortenaam, maar zijn artiestennaam is een verdraaid aardige woordspeling).

Politici geven een draai aan hun verhalen om miskleunen recht te praten, waarover gebekvecht in de Kamer is ontstaan.
De felheid van het debat doet vermoeden dat nog geen draai is gegeven aan een huiselijk dispuut.

Ik maak na een woordenwisseling soms een flinke fietstocht. Tegen de wind in weg, om terug windmee te hebben. Pech als die intussen draait...
In de Zuidoosthoek van Drenthe kom je met oostenwind al gauw in Duitsland. Soms ga ik via Nieuw-Schoonebeek de grens over, bij een plaats die ik nu niet noemen mag.

Ik denk onderweg dan soms aan alle kabels die ik aangesloten heb. De draden zijn per paar in elkaar gedraaid voor betere signaaloverdracht, waarbij je elke ader herkent door een kleurcode.
Zelfs de Engelse naam van de gashandle van motorfietsen is afgeleid van ons themabegrip.

Door Charles Dickens kent de literatuur het personage Olivier T., en zelfs heeft de mythologie een verwante appel voortgebracht; de naam daarvan kreeg een extra dimensie door een rel over een werk van een beroemde Nederlandse kunstschilder.

Er zijn zelfs ijsjes met een van het thema afgeleide naam. Toen onze kleindochter drie was, ging ze met oma naar een concert van K3. Vooraf wou ze persé zo'n ijsje, dat eigenlijk te groot was.
Ondanks het meningsverschil met oma, kreeg ze er toch een...

20 april 2014

Pasen, eten en fietsen, turf en geur

Vandaag is de Amstel Gold Race voor profwielrenners. Gisteren mochten 15.000 liefhebbers de toerversie doen, deels op hetzelfde parcours.

Ik heb grote delen van dat parcours zelf ook gefietst. Niet in georganiseerd verband, maar alleen, als vakantiebesteding. Ons Zuid-Limburg is voor fietsliefhebbers een kostelijke uitdaging. Ik ontmoette op een van mijn tochten een Belg bovenaan de Eyserbosweg, en dacht: zij hebben toch de Ardennen? Maar, zo legde hij uit, de hellingen zijn daar wel hoger en langer, in Zuid-Limburg zijn ze steiler.
Ik ben nog steeds trots dat ik de Keutenberg (22%) een aantal keren bedwongen heb, in 1994 en 1995. In de toerversie van de Amstel Gold zit hij niet.


Naar Limburg gaan kan nu niet, maar het leek gisteren mooi fietsweer, voor mij althans. Ik hou wel van een stevige wind, dat is een surrogaat voor klimmen. Door allerlei oorzaken had ik te lang niet gefietst, dus dat werd tijd.
De wind was oost 3 à 4, dus de globale richting van vertrek was duidelijk, en met mijn manier van route bepalen (hé, laat ik hier eens afslaan. o, dan kan ik daar langs. nee, toch maar daarlangs...) ga ik dan wel eens kris-kras op een doel af dat ik van tevoren niet wist.

Deze keer kwam ik Zuidbarge helemaal door, dan langs Oranjedorp naar Klazienaveen. (Het lijkt wel "Op fietse" van Skik / Daniël Lohues!)
In Weiteveen was ik blijkbaar anders gereden dan anders en kwam op een onbekend punt uit. Doodlopende weg? Dat zullen we dan nog wel eens even zien! Het ergste wat me kan overkomen, is dat ik dezelfde weg terug moet. Maar nee, via een fietspaadje door een natuurgebied kwam ik op een plek die ik half en half al in gedachten had gehad.

Daar kon ik weer kiezen. Ik koos niet voor Twist, maar voor het fietspad door het natuurgebied Bargerveen. Bij de uitkijktoren ging ik naar de Schöningsdorferstrasze tussen Twist en Schöningsdorf. Een "twist" in mijn brein liet me een brug oversteken waardoor ik op de Griendtsveenweg kwam: een straatnaam die zowel in Nederland als Duitsland voorkomt. Dat lijkt gekoppeld aan een vroeger familiebedrijf, Griendtsveen, dat vooral de ontginning van veen tot taak had. Daarna ontstaat "dalgrond", waarop landbouw wordt bedreven.

Ik was daar nog nooit geweest. Het was een slechte weg. "In the middle of nowhere" stonden er een paar boerenbedrijven. Het bleek een ontiegelijk eind rechtdoor te gaan, tot voorbij de Duitse autosnelweg A31. Op dat viaduct ben ik gedraaid en heb een paralelle "landweg" genomen in noordelijke richting. Waar het volgende viaduct over de A31 was, ging ik in westelijke richting, dus huiswaarts, met de wind in de rug.
Het was een goed geplaveide weg met een prima fietspad ernaast. Toen ik Schöningsdorf bereikte, herinnerde ik me hoe diezelfde straat was geweest toen ik er de laatste keer langs kwam, vele jaren geleden: een smal landweggetjes om zeeziek op te worden, zo golfde het!

Via Zwartemeer, Klazienaveen, langs de Bladderswijk en het Oranjekanaal kwam ik weer thuis, waar Marijke een appeltaart stond te maken. Dat was een heel andere geur dan onderweg, waar grote tractoren allerlei werkzaamheden uitvoerden. Zo zag ik een trekker met een 5-scharige kantelploeg, en ik dacht aan de enkelscharige ploeg met paard, waarmee ik de akkers van mijn oom heb geploegd.
Ik herinnerde me het met mestvorken verspreiden van stapeltjes stalmest (met stro) op de boerderij van een vriend, toen ik grote mestinjectors zag rijden, en de gier rook.
Die geur herinnerde me aan een gedicht over een fietstocht omstreeks Pasen, dat ik heb geschreven. Het thema van onze toenmalige dichtersgroep was: Eten.

Kringloop

Pasen is
voor mij
vanaf vandaag
onlosmakelijk verbonden
met de geur van gier
op maagdelijke landerijen.

Voedsel komt
voedsel gaat
ik fiets er langs
en eet mijn brood.

©Gauke Zijlstra, 1999

Dit gedicht staat in mijn bundel "Hoeveel vormen kent vuur"

Weer thuis stond mijn teller op 60,57 kilometer. Maar omdat ik pas in Zuidbarge ontdekte dat ik mijn fietscomputer nog niet ingeschakeld had, had ik meer gereden; controle van de ODO-mode leerde me dat ik ruim 64 km had gefietst. Google Maps gaf weer een andere afstand voor mijn fietstocht, maar er zitten een paar afwijkingen in door wat Google (niet) weet van fietsroutes...

17 april 2014

Yvonne en het grapje

Wat een opwinding rond Yvonne Kroonenberg! En dat om een paar uitspraken die meer zeggen over haarzelf dan over de onderwerpen van haar dedain!
Laat ik ook even meedoen, alhoewel mijn energie een beter doel verdiende, maar ja, Yvonne's interview en het hele gedoe daarna wekken mijn lachlust.
Ze uit zich, zacht gezegd, laatdunkend over met name mensen in Amsterdam-Noord en Assen. Haar waarneming in de Action (blijkbaar gaat het niet zo goed met de verkoop van haar boeken...) in Assen betrekt ze gemakshalve maar op alle Drenten.

Dan schildert ze met een enkele pennestreek het verschil tussen haar en die Untermenschen: "Dan zit ik even later bij dat clubje in het Concertgebouw moeilijke dingen over Mahler te leren en dan denk ik, indachtig wat ik een paar uur daarvoor had gezien: iedereen noemt zich ook maar mens tegenwoordig."

Vervolgens schrikt ze zich de pleuris wat ze heeft aangericht voor haar verkoopcijfers, en roept dan gauw: "Het was maar een grapje".
Ja, en zij denkt dat die lezers, die ze weliswaar daarnet ruim heeft beladen met diskwalificaties, daar intrappen.
Ik denk even terug aan een paar van haar boektitels: "Het zit op de bank en het zapt" en "Alles went behalve een vent". Verder nog een aantal titels die blijk geven van haar relationele frustraties. O, ze schrijft niet geheel zonder humor, hoor. Ik heb wel eens iets van haar geleend uit de bibliotheek.

Daardoor kan ik ook beter plaatsen dat ze ambassadeur is van "Varkens in nood".
Ik wil elke schijn vermijden dat ik dierenleed wil goedpraten of zelfs maar wegwuiven, maar ik heb, half op boerderijen opgegroeid, al eens meer van die stadse madammekes gezien, die elke goedwillende, ervaren veehouder wel eens even de les zullen lezen hoe hij met zijn dieren moet omgaan.

Die stadse vrouwtjes behoren tot de categorie die op het platteland vakantie gaat houden.
Verse melk aangeboden krijgt, direct van de koe, maar daar raken ze van in paniek: ze willen melk van de supermarkt!
En vooral voortdurend klagen waarom die boerderijen nou zo moeten stinken...

Yvonne Kroonenberg vindt de door haar beschreven bevolkingsgroepen "zo primitief, dat ze niet eens een gewone zin kunnen uitspreken." Ze voegde er aan toe: "Ik probeerde die mensen te begrijpen, op dezelfde manier als dat ik me probeer te verdiepen in het geestelijk leven van dieren." Daar slaagt ze blijkbaar beter in, gezien de intieme conversatie op onderstaande foto:

08 april 2014

Niklas - 140408 - CrimeFighters

Bij herhaling in dit theater het stunt(el)ende duo Ivo en Fred,
de dossiersnuivers; zie ook hier en hier:

05 april 2014

Rondje bloesem, toeters, en Relus

Gistermorgen heb ik Marijke op de trein gezet naar haar dochter om op te passen en samen te shoppen. Dat bracht me op het idee om eerst maar eens te kijken of een oude herinnering van me nog klopte: de krentenbloesem bij Dwingeloo.
Toen de trein wegreed, zag ik nog net dat het treinstel genoemd was naar Relus ter Beek, commissaris der Koningin in Drenthe en wielerliefhebber, die de start van de Vuelta naar Drenthe haalde.

Ooit, in mijn topjaren, ben ik in het begin van het fietsseizoen eens naar Dwingeloo gepeddeld, omdat collega's zo lyrisch waren over dat fenomeen, de krentenbloesem. Maar ja, de omgeving van Dwingeloo is ruim bemeten, en waar vind je de mooiste plek?
Het was op een zondag, tegen de middag, dat ik in Dwingeloo arriveerde. Onderweg had ik al de nodige plukken gezien, maar nog niet "die zee van bloemenpracht" die mij was beloofd.
Ik had ook wel weer even trek in een kop koffie en iets eetbaars, dus in een horecagelegenheid werd dat verholpen, en werd me een plek geadviseerd door een andere klant. Dit was blijkbaar een klant die goed was voor de omzet, want op dit tijdstip sprak hij al met gehandicapte tong.
Maar zijn advies bleek niet slecht: (wijst) "Je moet die straat in en steeds doorrijden tot bij het witte huis, en het weggetje daartegenover moet je hebben."

Ik reed nu naar hetzelfde weggetje. Nu parkeerde ik vooraan en liep verder langs de zandweg en het fietspad. Op de plek waaraan ik de herinnering had dat het daar leek op "een kathedraal van krentenbloesem", was de mooiste periode al voorbij, maar er was nog genoeg moois om een flink aantal foto's te maken, ondanks het wat sombere weer.


Teruglopend zag ik aan het eind het "witte huis", dat als herkenningspunt diende.


In een weiland naast het pad liepen twee pony's, die leken te zeggen: "Give me a hug"...


...en: "Zullen we samen uit eten gaan?"


Ik kwam ook langs de vroegere havezathe Oldengaerde, waar een magnolia weelderig in bloei stond. Er werd blijkbaar net een gezelschap verwelkomd en toegesproken; het geheel vond ik goed genoeg voor een panoramafoto.


Ik zwierf wat rond. Drenthe is mooi, als je de grotere wegen mijdt, die geschikt zijn om snel van A naar B te reizen. Zo zijn er veel rustieke weggetjes en zie je momenteel op veel plekken bloesem langs bosranden.


Boerderijen vind ik vaak een prettige sfeer uitstralen. Soms staan ze ergens solo tussen de landerijen. Hier liepen de koeien weer in de wei. Nou ja, liepen...


Bij het naderen van Havelte kwam ik uit bij een kerk, die oud en bijzonder aandoet. Een bordje met informatie flitst langs de auto en ik pak de naastliggende parkeerplaats.


Dat bord ging over een historisch "domineespaadje", maar ik heb nu alleen nog oog voor een infopaneel over het Chamadron.


Dat is een muziekinstrument, uniek in de wereld, aanwezig in de kerktoren van Havelte. Het doet denken aan koperen trompetten die worden bespeeld als een soort orgel. Die trompetten steken tijdens het spelen uit de galmgaten van de toren.
Voor mij is het bijzondere, naast dat ik verzot ben op exotische muziekinstrumenten, dat dit instrument is uitgevonden en mogelijk gemaakt door Cees Roubos, die ik nooit heb ontmoet...

Wie ik wel heb ontmoet is zijn vader. Ik had in augustus 1980, vanaf mijn werkplek uitzicht op het gebouw van de BGD, de Bedrijfsgeneeskundige Dienst. Op een maandag zag ik, dat er iemand met een ambulance werd weggebracht, met toeters en bellen.
De woensdag daarop kwam ik vanwege een "spontane pneumothorax" (klaplong) naast hem in het ziekenhuis terecht.
Hij had een hartaanval gehad, maar moest zo snel mogelijk weer gaan bewegen. 's Avonds haalde hij koffie voor me uit de recreatieruimte, hij moest zelf minderen.
Ik ben toen gestopt met roken: van een pakje shag in 2 dagen naar nul.
Cees' vader vertelde vol trots over het Chamadron, dat toen nog in ontwikkeling was.

Dat deze Clemenskerk oud is, valt af te leiden uit de tekst op een zandstenen latei boven de kerkdeur. De kerk is ouder dan de toren, waarin deze deur zich bevindt:
int iar ons Heren MCCCC en X doelag Iohan Willems soen desen steen
Ofwel: In het jaar onzes Heren 1410 legde Johan Willemszoon deze steen.


Het werd tijd om maar weer eens naar huis te gaan. Ik wou de grotere wegen vermijden, en kwam zodoende in de buurt van Witteveen. Daar is een natuurbegraafplaats, waar een van de directeuren begraven is van het bedrijf waar ik 34 jaar gewerkt heb. Dat is voor mij actueel, want er wordt gewerkt aan een reünie van het personeel.
Het bedrijf als zodanig bestaat niet meer; in de jaren 80 werd het familiebedrijf overgenomen door Ericsson, en er is nu nog een kleine ontwikkelingsgroep van over, nu onderdeel van een Amerikaans bedrijf.

Op datzelfde kerkhof, niet ver van onze directeur, ligt Relus ter Beek begraven. Het Drentse deel van het parcours van de Vuelta liep over de smalle klinkerweg langs dit kerkhof.


Op YouTube vond ik nog deze interessante video over Havelte en het Chamadron