...en Niklas "logeert" hier ook. (v/h dwarsbongel.web-log.nl en niklas.web-log.nl)

07 februari 2026

260207 - ZOZ - Van een NederZweed en Kashmir

Wie mee wil doen met (of luisteren/kijken/lezen bij andere deelnemers) ZOZ: Zwijmelen op Zaterdag, vindt de links bij Natasja.

Heb je dat soms ook, dat je ′s morgens onder de douche een zin uit een liedje van lang geleden hoort en denkt: wie was dat ook alweer? Vooral als je niet (meer) de hele dag de radio aan hebt staan raak je een beetje de verversingen op dat gebied kwijt.
Deze keer dacht ik: dit vind ik best toepasselijk voor de hedendaagse werkelijkheid, dat ik het maar weer eens in een "zwijmel" ga plaatsen, en hoop dat er nu wel gereageerd kan worden op mijn blog.

Ik moest echt even opzoeken bij welk van de namen die vaag opdoken deze zin hoorde, achteraf bleek dat het accent in de zingende stem niet meegekomen was.
Het was "NederZweed" Cornelis Vreeswijk, geboren in IJmuiden in 1937, met zijn ouders geëmigreerd naar Zweden toen hij 13 was. Zijn ouders gingen in 1961 terug naar Nederland, Cornelis bleef in Zweden maar bleef Nederlander tot hij op 50-jarige leeftijd overleed aan leverkanker.
Hij debuteerde in 1964 maar brak pas door in 1968, beide albums met Zweedse songs. In Zweden werd hij een fenomeen, er zijn nog steeds genootschappen die aandacht schenken aan zijn oeuvre. Zoekend op internet is er heel veel over hem te vinden.
De zin die zich terugzong in mijn gedachten was: "Misschien wordt het morgen beter, maar het wordt toch nooit goed". Dat is ook de titel van de openingssong van zijn eerste Nederlandstalige album dat zijn eigen naam draagt. Dat album kwam uit in 1972, dus zou je Cornelis een profetische blik kunnen toeschrijven.

Cornelis Vreeswijk - Misschien Wordt Het Morgen Beter


Je zou het een pessimistisch lied kunnen noemen, maar ik zie het als relativerend. Ik denk ook meteen aan een oud-collega, die er "de wet op behoud van ellende" in zou herkennnen - dir wet staat ook op Wikipedia onder Humor en onzin/Lijst van wetmatigheden

Als je zoekt op YouTube, komen er allerlei suggesties langs op je scherm. Bij mij was het in dit geval een song van Led Zeppelin: Kashmir. Een heel ander genre dan Cornelis Vreeswijk, maar ruim binnen de door mij gewaardeerde kaders, en daarbij ben ik erg gecharmeerd van deze song, en van deze band met talentvolle, veelzijdige muzikanten. En dan die stem van Robert Plant, waarmee hij ook zoveel andere mooie dingen gedaan heeft na Led Zeppelin.

Op de Facebook-site van Maxima Distorzion (ik dacht even aan onze koningin, maar het is een underground heavy metal tv-show en tijdschrift uit Dallas, Texas) vond ik The Story Behind the Song: Led Zeppelin’s Perfect Epic ‘Kashmir′, een mooie recensie, waaruit hier een stuk vertaald:
Halverwege de jaren 70 was Led Zeppelin niet langer zomaar een rockband – ze waren een natuurkracht. Elk lid op het hoogtepunt van zijn kunnen, hun muziek oversteeg genres en conventies en verlegde grenzen met elke noot. En van hun vele triomfen stak één nummer er met kop en schouders bovenuit: ‘Kashmir’ – een acht minuten durende sonische odyssee die alles wat mythisch, exotisch en aardschokkend was aan Zeppelin in één compositie wist te vangen.
Hoewel [Led Zeppelin′s 6e studioalbum] Physical Graffiti de onstuimigheid en ambitie van de band markeerde, waren de kiemen voor Kashmir al veel eerder gelegd. Gitarist Jimmy Page had al langer geflirt met het verwerken van invloeden uit de wereldmuziek in het werk van Zeppelin, maar Kashmir betekende een complete duik in onbekend terrein – verankerd door een onheilspellende, hypnotiserende riff die door de eeuwen heen leek te echoën.
De muziek was donderend, maar Robert Plant voegde een spirituele dimensie toe aan het nummer met teksten die een meeslepende, dromerige visie schetsten. In een interview met Classic Rock Stories vertelde Plant: "Toen ik in de Sahara aankwam, nodigde deze atmosfeer me uit om mijn ogen op een andere manier te openen. Ik schreef het eerste couplet voordat we überhaupt muziek hadden. Ik begon gewoon een gedicht te schrijven: 'Laat de zon op mijn gezicht schijnen en de sterren mijn dromen vullen.'"
Met Plants etherische woorden op hun plaats, had Pages hypnotiserende gitaarspel een canvas nodig dat groot genoeg was om alles te bevatten. Dat is waar John Paul Jones in beeld kwam, met meeslepende orkestrale arrangementen die het nummer verhieven tot iets dat evenveel op klassieke muziek leek als op hardrock.
Maar de onbezongen held van Kashmir is misschien wel John Bonham. De maatsoort van het nummer speelt een enorme rol in de mystiek ervan.

Ik heb gekozen voor een video van de opnames van het reünieconcert op Celebration Day op 10 december 2007 in de O2 Arena in Londen. Celebratiob day is ter herdenking van dierbaren die ons ontvallen zijn. Een bijzonderheid is, dat Led Zeppelin zich in december 1980 had opgeheven, drie maanden na de dood van drummer John Bonham (32), en hij bij dit concert vervangen werd door Jason Bonham, zijn zoon, die blijkbaar ook dat complexe ritme kan drummen.

Led Zeppelin - Kashmir (Live from Celebration Day) [Official Video]


De naam Led Zeppelin heeft overigens niet te maken met LED-verlichting, want die was er nog niet toen de band werd opgericht. Jimmy Page was als enige bandlid over van The Yardbirds en moest nog contracten afwerken. Daaraan begon hij met een nieuwe band, die daarna een nieuwe naam moest krijgen. Die zou volgens Keith Moon van The Who neerstorten als een loden ballon (lead balloon). De ballon werd een zeppelin en de "a" verdween uit het lood. De rest weten we.

02 februari 2026

260202 - Mijn moeders verjaardag, herinneringen

Vandaag zou mijn moeder jarig zijn. Eerst maar wat getallen. Ze zou 115 geworden zijn, maar het is vandaag ook 44 jaar geleden dat ze overleed. Ik mis haar nu 5 jaar langer dan dat ik het leven samen met haar fysieke aanwezigheid op deze aardkloot heb meegemaakt. Maar een oud gezegde luidt, dat je pas echt weg bent als niemand meer een herinnering aan je heeft. Ze is er dus nog. Voor mij en voor anderen die haar gekend hebben, direct of zelfs indirect.
Hier staat ze klaar bij het huis van haar schoonouders, mijn opa en oma, om van Hoogkerk, naar haar ouders, ook mijn opa en oma, in Emmen te fietsen, een afstand van ruim 60 kilometer. Na het overlijden van mijn vader woonden we daar, en om het contact tussen mij en de ouders van mijn vader te onderhouden, was ik vaak in de vakanties bij hen. Dit zal in het tweede kwart van de jaren 1950 zijn geweest, ik heb de foto gemaakt met het fototoestel van de jongste broer van mijn vader, formaat 4x4 cm. Misschien had ik dat toestel al van hem gekregen nadat hij "een echte camera" had gekocht. Op de trouwdag van Willem Alexander en Maxima heb ik dus andere herinneringen, behalve dat het op 2-2-2002 warm was: 20°C was, was het 20 jaar na het overlijden van mijn moeder. Misschien was die beroemde traan wel voor mijn moeder… In elk geval heeft mijn moeder genoeg aanleiding gehad voor tranen, en zich er desondanks geweldig doorheen geslagen.

24 september 2025

250924 - Verre Uitvaart

Dan krijg je een link toegestuurd om "live" getuige te kunnen zijn van de begrafenisceremonie in een land met een tijdsverschil van acht uur.
Het gaat om je oudere broer, die 65 jaar geleden geëmigreerd is. Om precies te zijn: de derde van de 10 kinderen van het gezin waarvan jij de achtste bent. Nou ja, jij bent er bij gekomen aan het begin van je puberteit.

Je was enig kind, je vader heb je niet bewust gekend; er is één fotootje waar hij je als baby trots op de arm heeft, in de tuin. Hij heeft jou zijn pet opgezet.
Hij was timmerman, je kent de geur van zijn gereedschapskist als je die later wel eens open mocht doen toen jij en je moeder bij opa en oma woonden.

Toen oma overleden was en het opa teveel werd om zo'n druktemaker om zich heen te hebben, zocht je moeder een andere plek.
Dit nieuwe gezin kwam op haar weg. Ze kwam zelf uit een groot gezin, het zou ook voor mij goed zijn, dacht ze. En de dorpsdominee had het gezin aanbevolen. Dus trouwde ze met de weduwnaar met 9 kinderen.

Van je eigen kamer ga je naar een huis waar je met 4 jongens een slaapkamer deelt en geen eigen plek hebt, ook niet om je huiswerk te doen. Je spullen vind je terug waar anderen het hebben achtergelaten. Maar je past je aan, je doet je best; heb je een andere keus dan één van de 10 te zijn?

Broer 3 is 9 jaar ouder, jij begint net aan de LTS. Hij gaat naar de Vakopleiding voor Volwassenen. Beide ga je naar school in een grotere plaats, op fiets, elk een andere kant op. En 's avonds aan tafel is het bunkeren tegen elkaar op. Na een paar jaar gaat hij emigreren, nadat hij zijn vakopleiding tot timmerman voltooid heeft.

Je moeder vraagt je instemming om het gereedschap van je vader uit de gereedschapskist, die zo ongeveer de status van tabernakel heeft gekregen, aan broer mee te geven om daar zijn avontuur op gang te helpen. Je stemt toe voor het hogere doel, je kiest zelf een andere vakrichting.

Intussen blijkt de nieuwe vader zijn rol anders in te vullen dan verwacht. Ook is zijn culturele bagage veel minder intellectueel dan je bij opa en oma gewend was. Dat loopt spaak en zodra je de middelbare school afgerond hebt zoek je je eigen weg. Je band met dat gezin blijft: je moeder is wel een gewaardeerde moeder voor je nieuwe broers en zussen. Met hen heb je geen problemen.

Dan klik je op de link naar de uitaartdienst. De zalvende woorden van de dominee zijn in een andere taal en cultuur die je verstaat en begrijpt, maar niet (meer) de jouwe is. Een gezang waarvan je de melodie nog kunt dromen.

Dan broer′s kinderen, die je nog nooit gezien hebt. Ze vertellen over het leven van hun vader. Hoe hij, vanuit een gezin met 9 kinderen, waarvan de moeder overleden was, als alleenstaande jonge man was geëmigreerd en een mooie toekomst had opgebouwd, tot aan een eigen bouwbedrijf.

Wacht even! Een gezin met 9 kinderen? Jullie waren toch met 10 kinderen? Of hoorde jij er eigenlijk toch niet echt bij, ondanks dat je zo je best hebt gedaan?
En jouw moeder, die ook voor hem moeder geweest is, en zelfs op haar oude dag nog in dat verre land bij hem en zijn gezin geweest is, met zijn vader, die te onbeholpen was om zelf zo'n reis tot een goed einde te brengen?

Zullen ze ooit begrijpen hoe het verschil voelt tussen met 9 zijn en er komt er 1 bij, of je komt als eenling een op elkaar ingespeeld gezin binnen in een omgeving die sterk contrasteert met wat je gewend bent?
Zijn er nu nog 4 van de 10 over, of toch maar 3 van de 9?

Het beeld van die tabernakel duikt op, je ruikt weer de bijzondere geur van het door je vader zorgvuldig opgeborgen gereedschap.

06 mei 2025

250506 - Passanten die virtueel blijven passeren

Ik werd vanmorgen wakker met een heldere herinnering aan iets dat nooit iets geworden is en eigenlijk ook nooit begonnen is.
Het was ′in Stad′ (Groningen), vroege jaren ′60. De bus naar huis was net vertrokken, de volgende zou pas over een uur gaan. Ik had een weekendtas bij me met twee weken vuile was, die nog aan de zorg van mijn moeder mocht worden toevertrouwd. Ik was bezig mijn puberteit achter me te laten en had mijn eerste baan, voldoende ver van huis om niet voortdurend in conflict te zijn met de nieuwe echtgenoot van mijn moeder.

Ook haar bus was was weg. Zij had een grote portfoliomap bij zich op pakweg A2 formaat, met zo′n groen/zwart classic marmer dessin.
Hoe het precies ging weet ik niet meer, maar ook zij moest en uur wachten op haar volgende bus, en haar bestemming weet ik niet meer. Vaag denk ik: zij meer naar oost en ik naar het zuiden van Drenthe.
Het was overdag, maar was het koud? Regenachtig? Winderig? In elk geval niet zonnig en leek bijna een uur rondsjouwen met onze bagage niet zo′n goed idee.

Kwamen we al op het perron in gesprek? In elk geval gingen we tegelijkertijd de toenmalige wachtkamer binnen van het busstation op de kop van het perron, dichtbij het treinstation en met zicht op ′het peerd van Ome Loeks′. Het ′museum van Frans Haks′ (1994) was er nog niet, daar in het Verbindingskanaal. Je kon daar nog op je bus wachten zonder een consumptie te bestellen, want geld daarvoor hadden we niet: mijn bruto maandloon in die tijd was zo rond de fl. 130,00. Daar moest ik mijn kosthuis en alles van betalen.

Waarover we spraken? We wisselden wat uit over onze dagelijkse bezigheden. Ik was loopjongen bij de Universiteit. Leerling-bediende heette het officieel, maar ik installeerde proefopstellingen deed de projecties bij colleges Natuurkunde en stak zo toch wat op.
Zij studeerde op de Academie Minerva, kunstenares dus. Ik was eigenlijk best wel onder de indruk dat ik zomaar met een kunstenares zat te praten.
Mijn moeder heeft me vanaf mijn kleuterjaren aan cultuur laten snuffelen, musea met kunst en oudheden met me bezocht. En de nagelaten tekeningen van mijn vader, het vrije werk naast zijn bouwkundige tekeningen, vond ik zo knap omdat het me in de verste verte niet lukte om iets vergelijkbaars op papier te krijgen, ondanks mijn goede cijfers voor technisch schetsen. Dat ik ooit in een van zijn schetsboeken mijn kinderlijke fantasieën heb geknoeid ′bekijk ik nu heel anders′. Zo ben ik waarschijnlijk meer dan de gemiddelde techneut geïnteresseerd geraakt in kunst.
Door hoe ze vertelde over haar werk, werd ik nieuwsgierig naar wat ze maakte, en ze gunde me een blik in haar map. Ze gaf me haar visitekaartje, ze zou binnenkort meedoen aan een tentoonstelling. Ik kon haar geen kaartje aanbieden, en ik weet niet of ze mijn naam te weten is gekomen.
Wat was het verschil in leeftijd? Ik had het gevoel dat ze ouder was dan ik; ik moest waarschijnlijk nog 20 worden. Als ik de datum nog zou weten zou ik het kunnen narekenen.

Die tentoonstelling is me ontgaan; ik had geen kranten binnen handbereik dus geen aankondiging gezien. Internet werd pas een halve eeuw later gemeengoed. Televisie was er nog weinig, en radio was voor mij de leverancier van voornamelijk Engelstalige populaire muziek. Had de regionale radio al aankondigingen van dergelijke exposities? En was er lokale radio anders dan ′geheime zenders′ met "Hallo hallo, hier een plaatje voor de buurvrouw"?

In de Stad en op het busstation heb ik nog vaak naar haar uitgekeken, maar zou ik haar zonder haar map herkend hebben? Of zij mij, en zou ze geïnteresseerd geweest zijn in een vervolg op onze kennismaking?
Ook durfde ik niet op zoek te gaan naar het adres waar ze woonde, dat zal ongetwijfeld op haar kaartje hebben gestaan. Maar ik dacht waarschijnlijk: ze ziet me aankomen… Of was het te ver uit de koers?

Die ontmoeting is nu ongeveer zestig jaar geleden, was eenmalig, en toch zit het in mijn geheugen. Doordat die op haar kaartje, dat alleen nog in mijn herinnering bestaat, stond afgedrukt weet ik tot op de dag van vandaag haar naam: Joke Thoma.
Zoals dat gaat met oude herinneringen, zijn ze soms heel lang verborgen, maar komen door een ondefinieerbare impuls af en toe even aan de oppervlakte. Sinds internet toegankelijker wordt door steeds uitgebreider technische mogelijkheden, en meer en meer gevuld raakt met wetenswaardigheden en vooral vergeetwaardigheden, kun je nu zoeken op je laptop of vanuit je luie stoel op je smartphone naar wat je op een willekeurig moment te binnen schiet.
Ik vond haar naam op een boekje, ik bestelde het boekje online. In dat boekje vond ik wat meer informatie over haar. Ik ontdekte dat haar geboortejaar één jaar dichterbij is dan het mijne, maar ook dat het niet zinvol lijkt om te proberen haar te vinden en te vragen of zij zich nog iets van die ontmoeting herinnert: ze is al relatief jong ten prooi gevallen aan dementie.

Behalve haar tekeningen en schilderijen heeft Joke gedichten geschreven, en daar blijkt toch een overeenkomst: ook ik heb gedichten geschreven. Die van haar, geïllustreerd met enkele van haar schilderijen, zijn gepubliceerd in een boekje dat is samengesteld en uitgegeven door haar zus Giny, omdat ze er zelf niet meer toe in staat was.

HELP!! (...en zo wat heen…) | Giny Tulp-Thoma en Joke J. Thoma | ISBN 9 789402 110470

Toch maar geprobeerd iets meer te weten te komen: ik wou toestemming vragen om voor dit verhaal iets over te nemen uit het boekje. Dus zocht ik via het ISBN bij welke uitgever het boekje verschenen was. Dat bleek ′Brave New Books′te zijn, maar omdat uitgevers geen privé-gegevens mogen verstrekken, vroeg ik of ze mijn e-mail zouden willen doorsturen.
Zo kreeg ik een reactie van de echtgenoot van zus Giny, die het boekje had samengesteld. Helaas, Giny is overleden. Joke ook. Maar hij stuurde mijn vraag door naar de dochter van Joke, Ike Stubbe. Die reageerde enthousiast op de voorlopige versie van mijn verhaal over mijn ontmoeting met haar moeder en gaf toestemming.

Ook gedichten van mij zijn in boekvorm verschenen, waaronder ook gedichten die bij schilderijen geschreven zijn en met schilderijen die bij gedichten van mij geschilderd zijn.
Maar bij haar zijn zowel de schilderijen als de gedichten van haar eigen hand.


In het boekje vind ik nog een overeenkomst tussen Joke en mij: zij heeft in een cabaretgroep gespeeld, ik ook. Ik vanuit het circuit van gereformeerde jeugdverenigingen in Stad.
Zij, vermoed ik, vanuit haar tijd op de Academie, maar later ook met een vrouwencabaretgroep, Spek en Bonen. Toen ik me realiseerde dat ze overal in het land opgetreden hadden, en de term ′vrouwencafé′s′ genoemd werd, vroeg ik mijn Marijke of ze wel eens van de groep Spek en Bonen gehoord had: nou, inderdaad, zij zat destijds in het bestuur van het vrouwencafé alhier en herinnerde zich dat de groep ook hier had opgetreden! Zoiets als onvermoede losse eindjes die een verhaal rondmaken.

23 april 2025

250416 – Mobiel feest

Precies een week geleden was ik jarig. Behalve als het een lustrum is, vieren we dat niet in gezelschap maar met een uitstapje samen. Geïnspireerd door Buienradar trokken we noordwaarts, zoals we vaker doen, nu over de N366. Tot we het bord "Alteveer / Bourtange" zagen, en spontaan besloten om af te slaan, onder het zingen van een gemodificeerde zin uit een kerstlied: "Gij kwaamt van alzo Hoge / van Alteveer".
We gingen in Bourtange lunchen, een van onze favoriete plekken. Ik nam uit nostalgische overwegingen geen koffie, maar chocolademelk – in mijn jonge jaren, als het weer goed was, fietsten we met een groepje vriendjes en neefjes en nichtjes naar Haantjebak in de Emmerdennen, en mijn moeder nam dan een grote kan chocolademelk en een grote pan oliebollen in de fietstassen mee.

Bij de Bovenlanden waren er eindelijk weer eens koolzaadvelden in bloei. Daar moest een verjaardagsfoto gemaakt. Maar gelukkig heeft Marijke ook een selfie gemaakt van ons samen.
Vanaf de Bovenlanden reden we, zoals alweer een tijd mogelijk is, over de vernieuwde Boneschanskerbrug naar Nieuweschans, waarna we langs Oudezijl komen, waar de moeder van mijn moeder geboren is. Ik ben nog steeds nieuwsgierig in welk huis, en of dat er nog is.
Via Drieborg komen we langs de dijkdoorgang tussen de Stadspolder en de Reiderwolderpolder, met het huisje bovenop de dijk waarin materiaal is opgeslagen om bij extreem hoogwater de doorgang af te sluiten.
Zo komen we bij Nieuw Statenzijl, het sluizencomplex waar de Westerwoldse Aa, die de grens met Duitslan vormt, uitmondt in de Dollard. Hier vlakbij heeft Ede Staal een tijd gewoond en daaraan danken we zijn prachtige lied Nij Stoatenziel.
We maken een foto in het (teruggeplaatste) frame en scharrelen wat rond, bekijken de sluisdeuren en kijken over de Dollard in de richting van Emden, maar het is daar heiig. Je kunt hier ook zo Duitsland in fietsen.
Dat je hier aan de grens bent blijkt ook uit de Dijksteen. We lopen naar beneden, dezelfde route als de vistrap – er wordt hier veel onderzoek gedaan naar vismigratie. Beneden is er een smal houten pad naar de Kiekkaaste, vogelkijkhut. Terwijl we bij het begin stonden ging luidruchtig een grote vlucht brandganzen op de vleugels. Marijke maakte een foto terwijl ik dat filmde.
Wat je misschien niet verwacht op de klei in de Carel Coenraadpolder, zo langs de Dollard en de Wadden, zijn bloeiende bollenverden. Wij kwamen er langs op de Dallingweersterweg, net als af en toe een paar prachtig ontluikende abeelen.
De kerk van Termunten is van de Stichting Oude Groninger Kerken. We konden deze keer naar binnen en hebben die kans niet onbenut gelaten. Staande bij de kerk zie je tussen de huisjes, die naast de kerk zo klein lijken, de Dollarddijk.
Het interieur lijkt helder verlicht door de combinatie van witte muren en de hoge ramen. Nu ik de foto′s nog eens bekijk geeft de sfeer me zelfs een associatie met de kerken op Malta, met name de Carmelietenkerk in Valetta, die we bezocht hebben tijdens onze huwelijksreis.
Het orgel is een vervangend exemplaar, het oorsprokelijke is verloren gegaan naar ik meen door oorlogs- en natuurgeweld. De kerk heeft een lange geschiedenis van verkleining.
Marijke bleef in de kerkzaal, ik ging naar de toren, die je blijkens een bord bij de ingang mocht bezichtigen. Ik was onder de indruk van de klok, die je de hele toren door duidelijk maakte dat hij de tijd gestadig wegtikte. Toch hoorde ik zachtjes muziek van beneden, en later vertelde Marijke dat zij op de piano in de kerkzaal gespeeld had. Ik ben niet al te hoog geklommen, ik ben gestopt toen ik bij een trap kwam waar bovenaan tweemaal met grote letters stond: PAS OP!
Op weg naar beneden jeukten mijn handen om eens stevig aan dat touw te gaan hangen, dat uit de top van de toren tot op de eerste verdieping hing, maar het mededogen met de omwonenden, voor wie het een noodsignaal zou kunnen zijn, liet mijn verstand zegevieren.
Weer buiten gekomen, op weg naar de auto, heb ik nog een foto gemaakt van de zijkant van de kerk, waar een rij ronden vensters wordt afgesloten met een gleuf in een soortgelijk rond metselwerk. Elke keer vraag ik me af: wat zou het doel daarvan zijn?
Dan zijn we aan het eind van de middag gekomen en beginnen al een beetje trek te krijgen. Op een dag as deze past een iets uitbundiger maaltijd waar we zelf niet voor aan de slag hoeven. We waren het snel eens over onze eerstvolgende bestemming: Bussemaker in Exloo. Wederzijdse herkenning tussen ons en het personeel, en altijd smakelijk eten.
Een aangename afsluiting van een mooie dag, alvorens de laatste etappe naar huis te voltooien.

02 november 2024

241101 – Struikelstenen en huizen

Voor mijn geboortehuis ligt een Stolperstein. Ik was een foetus toen onze buurman en zijn vrouw door de Duitse bezetter uit hun huis gesleurd werden. Ze waren Joods en gevlucht uit Duitsland. Hij is twee maanden voor mijn geboorte gedeproteerd vanuit Westerbork en twee maanden na mijn geboorte vermoord in Blechhammer. Zijn vrouw is als overlevende teruggekomen, geestelijk gebroken en lichamelijk gehandicapt.
Ik heb deze geschiedenis pas ontdekt toen die Stolperstein was geplaatst. Mijn vader is te vroeg overleden om het te kunnen vertellen. Ik denk dat mijn moeder erg onder de indruk is geweest, me te jong vond en teveel eigen leed meedroeg.
Ik was 73 en las toevallig over het plaatsen van die Stolperstein, toen ik op internet naar iets over mijn geboorteplaats zocht. Toen ik er later eens ging kijken ontmoette ik al even toevallig een plaatselijke historicus, die me er iets over kon vertellen.

We leven nu in een heel andere tijd, waarin het schuurt tussen respect voor het leed dat door de nazi′s is aangericht onder de Joodse bevolking, en wat er momenteel gebeurt in Palestina, dat we vanuit het Christelijke gedachtengoed nog wel eens het Beloofde of Heilige Land noemen, maar nu zien dat de bevolking die daar tot en met de Tweede Wereldoorlog woonde, steeds verder uit het gebied waar ze leefden wordt verdreven nadat de staat Israël daar gevestigd werd.
De oorlog in Gaza versluiert dat de westelijke Jordaanoever ook een oorlogsgebied geworden is, waar kolonisten de Palestijnse bewoners met geweld verdrijven tegen alle internationale verdragen in, en de Israëlische regering dat lijkt te faciliteren.

Welke gruwelijkheden er ook zijn gepleegd door Palestijnse groeperingen, dat kan in een beschaafd land geen vrijbrief zijn om weerloze burgers, inclusief vrouwen, kinderen en bejaarden, voortdurend van de ene veilig genoemde vluchtplaats naar de volgende veilig genoemde vluchtplaats te jagen en ze ook daar weer te beschieten en bombarderen. In tentenkampen, scholen en ziekenhuizen. Ze voedsel, medische zorg en zelfs water te onthouden, omdat er terroristen tussen de vluchtelingen zouden schuilen.
Waarbij zelfs de laatste organisatie van de Verenigde Naties die nog humanitaire hulp biedt verboden wordt verklaard en aangevallen door het Israëlische leger.

Met de Stolperstein voor mijn geboortehuis in gedachten vraag ik me af of er in Gaza en op de Westbank ooit Stolpersteine gelegd zullen worden voor de huizen van de slachtoffers van dit niets ontziende geweld.
Maar dat is tegen beter weten in. Hier staan veel van die huizen nog. Daar staat geen enkel huis meer…