...en Niklas "logeert" hier ook. (v/h dwarsbongel.web-log.nl en niklas.web-log.nl)

vrijdag 9 oktober 2020

201009 - Paddestoelen, Escher en een Italiaans dorp


Vanmiddag maakte ik een boswandeling langs paden, waar ik vrijwel zeker nog nooit eerder geweest ben. Toch was de wandeling van bijna 8 kilometer steeds binnen 10 kilometer loopafstand van de vijf huizen waar ik alhier gewoond heb.
Ik ben wel het eerste stuk met de auto gegaan; de wandeling duurde twee uren. Dat wil zeggen: inclusief omkeutelen en foto's maken.
Kort na het begin van mijn wandeling zag ik een verzameling paddenstoelen die mij deden denken aan een tekening die ik ooit gezien had.


Ik wist bijna zeker dat het een werk van M.C. Escher moest zijn, en via internet vind je dat dan vaak vrij snel.
Dit werk was lang onbekend, omdat het een voorstudie is geweest die hij nooit uitgewerkt heeft en lang in het bezit van de familie is gebleven.


Nadat een museum de tekening had verworven, is het onderwerp gedefiniëerd als het Italiaanse bergdorp Montecelio. Escher heeft het dorp niet exact nagetekend, maar de sfeer vastgelegd.
Deze tekening is gemaakt vóórdat hij zijn beroemde werk maakte met in elkaar overvloeiende dieren en onmogelijke constructies.


Dit is een foto van dat dorp, ter promotie van het toerisme aldaar, die ik vond op internet.

maandag 15 juni 2020

200615 - Van chaos en hoe achteraf alles zo simpel is

De pandemie, veroorzaakt door het coronavirus SARS-CoV-2, lijkt in bepaalde streken in de wereld ingedamd, op andere andere plekken lijkt het einde nog ver weg.
Op plekken waar de uitbraak flink gereduceerd is, denkt menigeen dat er niets meer aan de hand is, en dat de maatregelen zo snel mogelijk helemaal weg moeten.
Daarbij komt er steeds meer kritiek op de, ook in eerste instantie, genomen maatregelen om de pandemie te beteugelen, doch die, op z'n minst, erger hebben voorkomen. Het was een overval door een onbekende vijand met veel vernietigingskracht, waaraan acuut weerwerk moest worden geboden. Zoiets schept een chaotische situatie.

Deel van Sketch of the Cynefin framework,
Edwin Stoop, Sketching Maniacs uit Wikipedia

Die kritiek gaat vaak uit van simplificaties, in de orde van: "er vallen nu bijna geen doden meer, dus het virus is verdwenen, allemaal wel erg overdreven gedoe geweest dus."
Bij die simplificaties dacht ik aan de Volkskrant-column van 4 april van Jasper van Kuijk, met een uitleg over het nemen van beslissingen in verschillende situaties, van simpel, via gecompliceerd en complex, tot chaotisch.
Hij begint begint als volgt: "In de coronacrisis zijn alle voorspellingen boterzacht, is niets zo veranderlijk als ‘de feiten’ en spreken experts elkaar tegen. Een gekmakende onzekerheid. Merkwaardig genoeg gaf het me wat rust toen ik me realiseerde hoe deze onzekerheid nu eenmaal hoort bij complexe systemen, zoals gedefinieerd in het Cynefin-raamwerk. Dit raamwerk helpt bestuurders om beslissingen te nemen en maakt onderscheid tussen simpele, gecompliceerde, complexe en chaotische situaties.
Simpele systemen zijn stabiel, eenvoudig en er zijn duidelijke oorzaak-gevolgrelaties, die voor iedereen te doorgronden zijn. Zoals een schaar. In gecompliceerde systemen zijn er ook oorzaak-gevolgrelaties, maar om die te snappen heb je experts nodig. Denk bijvoorbeeld aan de motor van je auto."


Afbeeldingen uit de Volkskrant column van Jasper van Kuijk

Er zou van alles fout zijn gegaan, wat inherent is aan complexe en chaotische situaties, vooral op logistiek en communicatief gebied schat ik.
Achteraf beschouwd zou het kunnen dat minder drastische maatregelen voldoende zouden zijn geweest, maar daar staat tegenover dat de wetenschap ook nu nog steeds onvoldoende weet over de eigenschappen van het virus, zoals de bron en de overdracht, en er nog geen afdoende remedie is om het virus effectief onschadelijk te maken: een gewapende moordenaar die in een hoek gedreven is, is nog steeds een gewapende moordenaar. En dat blijft hij tot hij ontwapend en onschadelijk gemaakt is.

Uiteraard begrijp ik dat deze crisis verstrekkende gevolgen heeft voor de economie, en voor de "gewone zorg".
De andere kant is, dat de gevolgen van eerdere grote pandemieën blijkbaar vergeten zijn, of worden gebagatelliseerd als onvergelijkbaar vanwege de toegenomen wetenschappelijke kennis. Weliswaar groeit onze kennis waarschijnlijk sneller dan destijds, doch ook nu hebben we voorlopig te maken met een gemaskerde, onberekenbare vijand.
Als het ongevaarlijk was zou je kunnen lachen om al die zelfuitgevonden nieuwe deskundigen, die vanuit een heel andere stiel ineens viroloog, epidemioloog en microbioloog zijn geworden, en menen te moeten oordelen over de genomen en nog te nemen maatregelen.
Ik heb de indruk dat er als regel in dat oordeel veel variabelen zijn weggelaten uit gebrek aan specifieke kennis, en dat er veel opportunisme en eigenbelang in verwerkt zit.

En wie de term "dor hout" heeft geopperd, bestempel ik bij dezen als "rottend fruit", dat het begrip solidariteit alleen in eigen voordeel uitlegt.
In een discussie schermde iemand voortdurend met het argument "dat er nog maar een heel kleine kans is op besmetting", en dat dus "alles open moet". Ik gaf een voorbeeld - in een pak suiker van 1 kg zitten ca. 1 miljoen korrels. Stel dat je weet dat er één dodelijke korrel in zit, durf jij dan een schep van die suiker in je eten of drinken te doen? Kansberekening als dilemma, maar ik wacht nog steeds op een antwoord.

Ik kende de theorie van het Cynefin-raamwerk niet, maar het sprak me onmiddellijk aan. Het gaf me associaties met situaties uit mijn werk als elektronica- en software-ontwerper. Je krijgt een aantal wilde ideeën op je bordje, waarvan de opdrachtgever hooggespannen verwachtingen heeft. Daar moet je dan als ontwerper een goed functionerend, complex systeem van maken met allerlei samenwerkende apparaten vol software.
Trek die lijn maar even door naar IT-projecten. Als dat bij de overheid is, worden de mislukkingen te zijner tijd breed uitgemeten, bedrijven zullen er minder mee te koop lopen.

Zie ook: A Leader’s Framework for Decision Making door David J. Snowden (de bedenker van het Cynefin-framework) en Mary E. Boone, Harvard Business Review, November 2007.

zondag 7 juni 2020

200606 - Geloof en het mysterie van de explosieve lantaarnpaal

Vandaag werd op Facebook een bericht geplaatst, door een vriendin ("V") uit een vroegere, inmiddels uiteengevallen vriendenkring. Het kernthema van die groep was: poëzie. "V" en ik waren er vanaf het begin bij, Marijke kwam later.
Het bericht was een foto met begeleidende tekst, van "V"'s partner, die blij een boek bekeek dat zojuist was gearriveerd. Een amicale man, waarmee we niet vaak, maar wel prettig contact hadden.

Marijke had na lange tijd weer eens bij haar gelezen, en waardeerde dat bericht met een hartje. Niet lang daarna merkte Marijke dat er een reactie was bij haar, van "V".
Tot Marijke's verbazing bleek daar een woedende emoji aan gekoppeld te zijn, als reactie op een bericht dat ze geplaatst had op 26 mei, 11 dagen en 10 berichten geleden, met o.a. herinneringen aan de verjaardagen van haar ouders.
Laten we dus maar bij Marijke's oorspronkelijke bericht beginnen. Dat was een citaat uit een lang interview in de Varagids met actrice Beppie Melissen, en ze heeft het over zelfrelativering. Wij vonden het heel raak en humoristisch geformuleerd, en daarom maakte Marijke er een bericht van:


Meerdere mensen konden er wel iets mee, 7 duimpjes, 6 lachebekjes en 1 had waarschijnlijk medeleven met de lantaarnpaal. Kort na plaatsing was er al een textuele reactie gekomen van een andere vriendin:


En toen kwam vandaag dus die boze kop er bij. En nog een geschreven reactie:
RESPECTLOOS!!!


Marijke vond het woord "respectloos" meer van toepassing op de reactie van "V", en ze had het verwijderd. Terwijl ze een antwoord aan het typen was, merkte ze dat ze geblokkeerd was. De boze emoji was ook weg.

Vanaf onze kennismaking heb ik (en later Marijke ook) intensieve gesprekken gehad met "V". Ik vond dit toch wel raar allemaal, en stuurde haar het volgende bericht:


Een poosje later kwam het antwoord, waaruit ons inziens bleek dat "V" het oorspronkelijke bericht niet goed gelezen heeft. Zat haar nog iets dwars, dat ik in de gesprekken meer wist van de Bijbel en de kerk dan zij, er van kindsaf mee opgegroeid zijnde? En zou er nog een portie merkwaardige jaloezie mee kunnen spelen, want als Marijke hen in de winkel tegenkomt, gaat "V"s partner vaak even het gesprek aan, terwijl "V" haar niet meer dan een knikje waard acht - na alle vriendschappelijke contacten en ondersteuning:


Nou ja zeg, Marijke krijgt van haar ook heel weinig reacties! Terwijl ik een reactie begon te typen, viel de nieuwe tekst op mijn scherm ineens weg, en verscheen onder "V"s reactie, dat "deze persoon niet beschikbaar was op Messenger".
Tja, wat je met dwepend fanatisme, jaloezie en niet goed lezen kapot kunt maken...
Bijvoorbeeld (zelf)relativering en gevoel voor humor.

woensdag 20 mei 2020

200520 - Niklas - Puzzelen

Ik herinner me een discussie over puzzelen met een mevrouw die ik Wilma zal noemen, omdat ik haar naam vergeten ben. Ik vertelde dat ik het liefst "Varia"-boekjes kocht met allerlei verschillende puzzels, omdat ik van afwisseling hou. En dat ik toen net de spelregels van de Sudoku had ontdekt, en dat die puzzelvorm me in z'n greep had gekregen. Cryptogrammen daarentegen sloeg ik altijd over. "O," zei Wilma enthousiast, "dat vind ik juist de leukste puzzels, dat is nou echt een kwestie van logisch denken!"
En dat riep bij mij zóveel associaties op, dat ik niet stante pede een reactie klaar had. Ik ben nou eenmaal geen eloquente mathematicus of cryptoloog. Mijn werk was digitale logica.
Het gesprek vond plaats tijdens de uittocht uit een bijeenkomst en was dientengevolge ook meteen beëindigd. Dezer dagen kwam het voorval terug in mijn herinnering; niet vanwege Wilma, die heb ik nooit weer ontmoet. Ons enige nauwere contact was deze small-talk.


Nog steeds sla ik de cryptogrammen over, omdat ik het gevoel heb dat ik daarbij hetzelfde probleem heb als waarom ik vroeger zo'n moeite had om een opstel te schrijven: niet het formuleren van een tekst, maar het vinden van een onderwerp of de volgende stap in het verhaal in de zee van ideeën die zich aan me opdrongen.
In mijn beleving heeft het oplossen van een cryptogram minder te maken met logica dan met associatief denken. Bij een cryptogram is het niet uitgesloten, dat de associaties uit een omschrijving leiden tot een volkomen terechte, andere mogelijke oplossing dan het gevraagde woord. Het gevraagde woord is vantevoren bedacht om een in elkaar passend netwerk van woorden te creëren. Voorbeeld: Het woord vier(de) kan staan voor het Romeinse cijfer "IV", en dus als letters "I en V" te gebruiken, maar ook doelen op de vierde letter van het alfabet de letter de "D", of nog een mogelijkheid; verleden tijd van vieren (= feesten óf een touw laten vieren).
Mijns inziens moet het zelfs mogelijk zijn om een dusdanig netwerk te construeren, dat met de daarbij samengestelde lijst van omschrijvingen verschillende kloppende oplossingen te maken zijn.
Een sudoku daarentegen is netwerk dat voldoet aan strikte, vaste voorwaarden, en is alleen op te lossen door logische regels te volgen. De enig mogelijke creativiteit bij het oplossen van een sudoku is het vinden van de meest effectieve strategie voor elke fase in het proces. Voor elke nieuwe sudoku staan de vooraf ingevulde variabelen op een andere plaats in een andere combinatie, waardoor ook de plaats van de nog te vinden variabelen wordt bepaald.
Ik zie er wel een metafoor in voor het verschil tussen wetenschap en de fantasierijke, onwetenschappelijke beweringen waarmee we overspoeld worden. Curieuze associaties als surrogaat voor logisch houdbare bewijzen.

zondag 3 mei 2020

75 Jaar Vrijheid: Familieportret, na "de oorlog"

Het is een beschadigde foto, ooit gescand en voorzien van het opschrift: December 1906 / 1946
Twee oudere mensen, de ouders van mijn moeder, 40 jaar getrouwd. Omringd door 15 volwassenen en 12 kinderen. De foto is gemaakt in Emmen, in het huis van mijn grootouders.


Ik zit in kleermakerszit vooraan in het midden, 3½ jaar jong. Anderhalf jaar na die foto gingen mijn moeder en ik daar bij opa en oma inwonen.
Van 2 volwassenen is er later een pasfoto bijgeplakt, in de lijst van wat de spiegel moet zijn geweest, die hing traditiegetrouw boven de schoorsteenmantel.
De bijgeplakte volwassene links is mijn vader, rechts oom Bertus, broer van mijn moeder.

Begin januari 2020 is de laatste van de volwassenen op de foto overleden: voor mij de laatste van de vorige generatie van mijn moeders kant. Van mijn vaders kant was dat al eerder. Op de foto staan 12 kleinkinderen, later kwamen er nog 29 bij, waarvan 8 er niet meer zijn.
De vragen aan de vorige generatie, die we nog niet konden formuleren bij gebrek aan de juiste aanknopingspunten, kunnen we ze nooit meer stellen. Vragen die zich opdringen door combinaties van flinters informatie die ons alsnog toevallen uit onverwachte hoeken
Vragen die voor altijd onbeantwoord zullen blijven, tenzij we antwoorden kunnen afleiden uit hun later ontdekte, opgeschreven herinneringen. Bewaarde brieven uit een nalatenschap: als er familieleden overleden kwam er nog wel eens iets tevoorschijn, waarvan we als neven en nichten af en toe iets uitwisselen.

Mijn vader, is in 1944 overleden door ziekte, niet door oorlogsgeweld, bijna 28 jaar. Wel was hij bij het begin van de Tweede Wereldoorlog gemobiliseerd. Hij was bij de Genietroepen, stond met een zoeklichtafdeling bij het vliegveld Bergen (NH). Dat vliegveld was het eerste doel dat door Duitse vliegtuigen werden geruïneerd. Mijn vader werd met zijn afdeling verplaatst en een paar dagen later heelhuids gedemobiliseerd.
Een deel van zijn wedervaren uit zijn mobilisatietijd heb ik kunnen afleiden uit nagelaten correspondentie, uit de oorlogstijd daarna is er vrijwel niets. Alleen uit 1941, over het werk aan een brug bij Leeuwarden vond ik iets.

Over "de oorlog" heb ik in mijn familie nauwelijks horen praten. Dat zal zijn omdat ik te jong geacht werd om daarmee geconfronteerd te worden, totdat ik als beginnende puber in een andere situatie terechtkwam door het weer trouwen van mijn moeder.

Dat het station van Hoogkerk, dicht bij het ouderlijk huis van mijn vader door geallieerde vliegtuigen is beschoten, is geloof ik één keer genoemd. De jongste broer van mijn vader zat thuis ondergedoken in een geheime ruimte onder het schuine dak, om niet tewerkgesteld te worden in Duitsland. Er was een kogel door het dak gegaan, dicht bij hem langs. Ik vond online melding van twee beschietingen op 3 februari 1945.
Mijn moeder vertelde ooit, dat er Duitse soldaten bij ons ingekwartierd waren, en er iets lachwekkends gebeurde. Ze is toen, snikkend van het lachen, met de handen voor haar gezicht, weggelopen, en een soldaat had gezegd: "Ach, sie weint!"

Het is dan wel een bizarre gewaarwording als je na je zeventigste ontdekt dat er een Stolperstein is geplaatst voor je geboortehuis, en ontdekt dat je ouders een gesplitst huis gedeeld hebben met een uit Duitsland gevlucht Joods echtpaar.
Ronduit aangrijpend is het als je later ter plaatse hoort, dat die Joodse mensen in een novembernacht, op sjabat avond, uit hun huis zijn gehaald. Een man die het gelaten ondergaat, terwijl zijn vrouw huilend en gillend wordt weggesleept.
En dat je later terugrekent dat je moeder dan halverwege is met haar zwangerschap van jou, en dat je daar nooit iets van geweten hebt.
De vrouw heeft als enige uit de gemeente de oorlog overleefd, geestelijk en lichamelijk ernstig beschadigd. De man, Hermann Stein, is vermoord in Blechhammer, anderhalve maand na mijn geboorte.

Maar waarom koos mijn moeder voor Schiermonnikoog, toen ik als "bleekneusje" naar een vakantiekolonie werd gestuurd om aan te sterken? Is er een link met de bunkers, die daar voor de Duitsers gebouwd zijn door het bedrijf waarvoor mijn vader gewerkt heeft, zoals ik ontdekte toen ik het niet meer vragen kon?
Met mijn onderzoek ben ik zó ver gekomen, dat ik weet dat hij niet voorkomt in het register van de "bijzondere rechtspleging". Hebben de eigenaars van dat bedrijf mensen daar laten werken, zodat ze niet naar Duitsland gestuurd werden om daar te werken?

Uit de familie van mijn moeder heb ik geen oorlogsherinneringen horen vertellen.
Opa en oma waren beiden onderwijzers uit Friesland en Groningen. Ze hebben daarna allebei een baan gevonden in Zuid-Holland, maar kwamen terug naar het noorden, naar Drenthe, toen opa daar een baan kon krijgen als eerste hoofd van de nieuwe School met den Bijbel in Nieuw-Amsterdam, en trouwden toen.
In 1940 werd opa gepensioneerd. Op drie na waren alle kinderen toen al uitgevlogen.

Ook over oom Bertus, broer van mijn moeder, ben ik iets te weten gekomen uit oude brieven: hij werkte in Stadskanaal, had daar zijn verloofde. Uit die brieven werd ik ook iets gewaar over andere familieleden in oorlogstijd.

Oom Bertus schreef op 9 februari 1945 een brief aan mijn moeder, en aan mij als 2-jarige. De enige post die ik tot dan toe had ontvangen was een kaart van mijn vader vanuit het ziekenhuis, voor mijn eerste verjaardag. Dat was een maand voordat hij overleed.

Oom Bertus feliciteerde mijn moeder alsnog met haar verjaardag, want "de Landwacht van Stadskanaal heeft mij te pakken gehad en geslagen en geschopt. Filip hebben ze voor de 2de maal opgehaald. Hij is nu overgebracht naar Groningen."
Er bleek in Stadskanaal een verrader bij de politie te zitten.
De gevangenschap van oom Flip, zwager van oom Bertus en mijn moeder, zag ik bevestigd in een online verslag: "Bewoner van cel 24 in het Huis van Bewaring aan de Hereweg te Groningen.: Als medegevangenen gehad: Filippus Minnema, kruidenier te Stadskanaal (17 dagen)", daarna werden meer namen genoemd.

Oom Bertus vervolgde zijn brief met het verslag van zijn vlucht na deze mishandeling: "Donderdag 24 Jan. hebben ze mij te pakken gehad. 's Nachts ben ik vertrokken. Zondagmiddag ben ik pas bij Vader en Moeder aangekomen. Ik heb de reis in 3x gedaan omdat ik het met die sneeuwstormen niet in één keer kon doen. Eerst naar Musselkanaal, vandaar naar Ter Apel en Zondagmiddag om 2 uur uit Ter Apel naar Emmen waar ik om 7.15 uur aangekomen ben. 'k Heb 4 uur geloopen door 30 cm. hooge sneeuw met de fiets aan de hand. Toen ik thuis kwam was ik dood op. Ik kon daar echter niet langer blijven als één nacht."

Op 7 mei 1945 schreef oom Bertus vanuit Weiteveen aan zijn broer Siep, in al bevrijd Zuid-Holland, dat het met de familie in het noorden goed gaat, "behalve met de schrijver zelf". Vanaf begin februari tot begin mei ging het dus niet goed met hem.
En verder: "Vader en Moeder wonen weer op hun eigen plekje en hebben negen dagen een Pool in de kost gehad. Een beste man."
In het boek "Emmen in bezettingstijd" van Dr. G. Groenhuis vond ik de bevestiging dat onder andere hun huis in november 1944 werd gevorderd door de bezetter. Ze moesten met achterlating van bijna alles binnen 6 uur hun huis verlaten hebben.
Er werden teruggeslagen Wehrmachtsoldaten in ondergebracht. Ik kan me niet herinneren dat ik daar later ooit over heb horen praten.

Ik weet nu ook, dat oom Siep tijdens de oorlog op het Gemeentehuis van Berkel en Rodenrijs, "slordig omging" met het bevolkingsregister. Overledenen werden bijvoorbeeld niet altijd zorgvuldig geregistreerd, waardoor er vervalste papieren uitgegeven konden worden. Zijn toen nog aanstaande echtgenote, tante Riet, werkte op een distributiekantoor, en zag kans voedselbonnen te regelen voor het verzet en onderduikers. In 2015, bij de herdenking van 70 jaar bevrijding, werd er in een plaatselijke krant aandacht aan besteed.

Door brieven die andere familieleden hadden bewaard, weet ik nu, dat oom Bertus is verpleegd in het Zusterhuis in Weiteveen, het "Huis van O.L.V. van Vrede". Daar schijnt onder leiding van "Zuster Engel" een mengeling van patiënten verzorgd te zijn: onderduikers en NSB'ers lagen naast elkaar.
Toen ik vriendinnen hielp met hun boek "Engel in het Hoogveen", had ik die brieven nog niet gezien; een onverwachte connectie.
Ik dacht wel eens gehoord te hebben dat oom Bertus' doodsoorzaak TBC was, "opgelopen met zijn laatste vrachtje onderduikers", maar geen bevestiging gevonden.
Kan het juiste verhaal zijn, dat hij in het zusterhuis besmet is geraakt? Hij was verzwakt door de mishandelingen, er waren onderduikers, en er was daar TBC.

In brieven aan Siep meldt Bertus, dat hij daar nog wel eens bezoek krijgt van de broer en zus die nog thuis wonen, en dan bijvoorbeeld eieren, melk en vlees voor hem meenemen dat ze hebben opgescharreld, om aan te sterken.
Hij schrijft aan Siep op 7 mei 1945: "De landwacht heeft mij een poosje voor de bevrijding nog even te pakken gehad. Daarom lig ik nu in het zusterhuis in Amsterdamscheveld. 'k Vind het wel jammer dat ik nu werkeloos moet toezien dat de landverraders worden opgepakt. 'k Had zelf ook graag een paar op willen halen. Ik zou nu vast met de auto gereden hebben als dit er niet tusschen gekomen was."


Hij schrijft, dat zijn verloofde alweer fietst en geheel genezen is: was zij ook mishandeld, of gaat het om TBC? Ik vond uiteindelijk haar gegevens via een incompleet spoor. Ik kan het haar niet meer vragen, ze is in 2008 overleden op 93-jarige leeftijd, in Brabant.

Wanneer oom Bertus terug naar het ouderlijk huis is gegaan weet ik niet, hij overleed er op 3 augustus 1945. Onlangs heb ik de letters op zijn grafsteen opnieuw ingeverfd.
Ik heb me wel eens afgevraagd wie af en toe een eenvoudig sierstukje op dat graf plaatste. Het zou zijn vroegere verloofde geweest kunnen zijn, want ik ontdekte dat familie van haar op hetzelfde kerkhof is begraven, heeft dus vrijwel zeker hier gewoond. Reden om vanuit Brabant naar hier te reizen.

Tante Mien, de destijds nog thuiswonende zus, schreef later enkele herinneringen op. Ze vertelt hoe ze met haar jongere broer Klaas en haar ouders in 1944 in Emmen woonde. Klaas was in semi-overheidsdienst, en hoefde daarom niet in Duitsland werken.

Haar jongste zus, Lies, was ontslagen op het Gemeentehuis, omdat ze weigerde thee te schenken voor de nieuwe NSB-burgemeester. Daarbij werd gedreigd met tewerkstelling in een meisjeskamp, en ze was daarom ondergedoken.

De volgende dreiging kwam ook vanuit het gemeentehuis: jonge mannen werden opgeroepen om te werken voor Organisation Todt, de Duitse bouwmaatschappij.
Tante Mien vertelde hoe een gemeente-ambtenaar aan de deur kwam met een oproep voor K.C. Eldering, om zich met een schop te melden voor graafwerk.
Ze realiseerde zich meteen, dat haar broer exact dezelfde naam droeg als haar vader. Zo onnozel mogelijk had ze de ambtenaar gevraagd: "Moet mijn oude vader van 64 dan nog dat zware werk gaan doen? Dat kan toch niet? Hij is van 1880!" Waarop de ambtenaar nog eens verbluft op zijn papieren gekeken had, en gezegd: "Dan moet er een abuis in het spel zijn…", en was weer vertrokken.
En zo hoefde de enige broer die nog thuis was, niet óók nog onderduiken; aldus het verhaal van tante Mien.

Tante Riet, de laatste van de vorige generatie, is op 2 januari 2020 overleden, 96 jaren oud en tot twee weken voor haar dood nog volop aan het fitnessen.
Ze werd beschouwd als een levend familie-archief. Ik heb opgezocht, dat opa en oma 11 kinderen hebben gekregen, waarvan de jongste levenloos geboren. Twee van de overige zijn kinderloos gebleven, een daarvan is oom Bertus. Ze hebben 42 kleinkinderen gekregen, die er nu ook niet allemaal meer zijn.

De leeftijden van deze ooms en tantes in 1940, bij het begin van de oorlog? Flip 33, Mien 26, Bertus 24, Siep 22, Klaas 21, Lies 19, Riet 16.
Een heel leven voor zich, waarvan vijf jaar in oorlog.

Hun geheugen is niet meer te raadplegen, maar wat we nog hebben kunnen we doorgeven. Met name de vrijheid, waar zij naar gesmacht hebben, en op hun manier elk hun steentje bijgedragen.
Nu is het aan ons en onze kinderen.

Bronnen:

zaterdag 18 april 2020

200416 - Van een verjaardag in een gekke tijd

Zeven maal elf. Zeven is het bijbelse getal der volledigheid, zegt men. Elf is het gekkengetal, zegt men. En dat getal elf is via carnaval dan weer verbonden met het christendom. Even een college gespeldificeerd hoger getalfetisjisme.

Vanwege de coronacrisis mogen, van de regering, verjaardagen momenteel niet op traditionele wijze worden gevierd, met grote visites enzo. Nou hebben wij al sinds jaar en dag de gewoonte om dat alleen te doen als het aantal bereikte jaren op 0 of 5 eindigt, en dat was nu niet het geval.

Zoals we anders ook doen, trokken we er met ons tweeën op uit, en bleven toch eigenlijk vrijwel de hele tijd in huis: ons vertrouwde huisje op wielen.
De jarige mag zeggen waar we heen gaan, maar de jarige wist dit keer geen beter plan dan richting Bonnefooi, en de eerste beslissing was: een noordelijke richting, maar nu een keer niet de Laudermarke en niet Bourtange.

Af en toe haalden we een frisse neus op een plek waar het overtreden van die anderhalvemeter-regel moeilijker was dan het handhaven.
Onder "buiten de deur eten" verstaat men gewoonlijk: binnen eten achter andermans deur, tenzij het zodanig fraai weer is dat er achter andermans omheining wordt gegeten, op een terras ofzo.
Wij hebben deze keer echt buiten de deur gegeten: Marijke had als verjaarscadeau allerlei lekkere dingen voorbereid en meegenomen, en daarvan genoten we op momenten en plaatsen die op, of liever gezegd: langs onze weg kwamen.

Zoals onze eerste stop voor koffie met gebak. We waren op zoek naar een plek, en ineens had Marijke een picknickbank gezien die ik niet gezien had. We konden keren over een parallelweggetje en waren even bermtoeristen. Wel langs een rustige weg in een omgeving die ons wel aanstond.


Door Bellingwolde, waar we inmiddels aardig wat herkenningspunten hebben, komen we bij een kruispunt met borden die dreigend aangeven dat er een brug is afgesloten, behalve voor fietsers. Inmiddels weten we dat die weg op zich wel gewoon bruikbaar is. We komen dan bij een plek in een weids landschap, waar ik ooit een foto had gemaakt. Die plek kon ik daarna niet terugvinden op Maps, en in werkelijkheid ook niet. Tot ik een keer die borden negeerde. Dat deden we nu weer en bij de inmiddels bekende plek werden we verrast met een wondermooi kleurvlak: een enorm koolzaadveld!

Om te beginnen maak ik een selfie terwijl Marijke het koolzaad filmt. De wind overstemt het gezoem van de bijen, die in groten getale hierheen zijn gebracht, gezien het aantal kasten in en langs het veld.



Wie wil weten waar we zijn, moet maar proberen de wegwijzers te ontcijferen. En nee, die straatnaam heeft niets te maken met gehamsterd toiletpapier, want dat is in geen velden en wegen te zien!


En zeg nou zelf: wat ziet er nou romantischer uit dan een mooie vrouw in een veld met bloemen?


Aan de andere kant van het weggetje ligt een dijk, waarachter een natuurgebied ligt, Bovenlanden. Bovenop de dijk is een uitkijkpunt gemaakt met een zitje.


We genieten van het uitzicht en van de zon. Ik film de omgeving rondom en zie de ruimte hier.



We hangen hier een hele tijd rond. Marijke maakt nog even een selfie en betrapt mij op het maken van de zoveelste foto.


Als we vertrekken neem ik nog een foto van het bord over de afgesloten brug; ik vind 'm zo'n mooie naam hebben. We kijken nog even, en de brug is inderdaad geblokkeerd: omkeren dus. Thuis nog even opgezocht, want het lijkt al wel jaren geleden dat we voor het eerst met die afsluiting werden geconfronteerd. De brug is aan herstel toe, maar er wordt geen geld voor vrijgemaakt.

Het weidse landschap ontroert me elke keer dat ik er ben. De slaperdijken met hun smalle doorgangen en de sleuven voor de waterkering en de hokken voor de schotten, scheiden de polders. Tegenwoordig zie je er soms ook kleurige bollenvelden


We gaan in de richting van het door Ede Staal zo melancholiek bezongen Nij Stoatenziel, het sluizencomplex waar de Westerwoldse Aa uitmondt in de Dollard. Duitsland is vlakbij.
Het is ook al zo'n prachtige plek, waar de vogelliefhebber zijn hart kan ophalen, en waar je bij helder weer zicht hebt op het havengebied van Emden en van Delfzijl. Er kwam een grote vlucht vogels op de vleugels toen er twee of drie aanvallers boven kwamen vliegen.


We gaan zo dicht mogelijk langs de Dollard in de richting van Termunten. Dan komen we op de smalle polderweggetjes bij een bord, dat doorgaand verkeer niet mogelijk is wegens werkzaamheden. Dan besluiten we om koers te zetten naar huis, en onderweg uit te kijken naar een geschikte picknickplek.
We komen weer in de bewoonde wereld. Langs een plaats die dezelfde naam heeft als mijn geboorteplaats, maar daarvan zijn er alleen al in deze provincie drie. Verderop zien we ineens een grote picknickbank vlak langs een kanaal. Die blijkt op een soort aanlegsteiger te staan, en op voldoende afstand van de straat en de bebouwing om rustig te kunnen zitten.


Marijke pakt even flink uit met lekkere broodjes, chocomelk en vruchtensap. Het is een fijne plek, maar helaas is de wind inmiddels toegenomen en de temperatuur zakt ook, dus we eten de klaargemaakte broodjes verder op in de auto. We hebben toch even genoten van het idee.
Dan rijden we verder op weg naar huis. Als we weer in Drenthe zijn, vraag ik Marijke om verder te rijden, en terwijl we wisselen maak ik een foto van de pittoreske omgeving. Op de passagiersstoel kan ik tijdens het rijden ook foto's en video's maken van de thuisreis. Zoals een straat met bomen vol bloesem. En een weg-van-de-snelweg-weg met bomen!



Vraag je je af of we de corona-app nog nodig hebben? We hebben nu al goed in beeld waar we geweest zijn, wat onze route is geweest...


En wil je weten hoe mijn verjaardag was, en hoe ik me voelde toen we weer thuis waren? Zoiets dus: