...en Niklas "logeert" hier ook. (v/h dwarsbongel.web-log.nl en niklas.web-log.nl)

woensdag 27 april 2022

220427 - Een nieuw begin / Flashback

Er was een wedstrijd: het schrijven van een UKV, een UltraKortVerhaal. Thema: "Nieuw begin", exclusief de titel maximaal 99 woorden. Mijn inzending was 87 woorden, inclusief de titel. De uitslag is bekendgemaakt, ik viel niet in de prijzen, dus ik mag het nu zelf publiceren.

Flashback

De ene man had de top bereikt door decennialange intriges.
De andere door een ontevreden volk te bespelen, maar was tot zijn frustratie nu weggestemd. Voorlopig hield hij zijn positie, inclusief de "rode knop", waarmee hij de wereld kon verwoesten.
Vanwege hun gedrag verdacht menigeen beide mannen van persoonlijkheidsstoornissen.
De eerste man dreigde zijn tegenstanders te vernietigen na een mislukte gebiedsuitbreiding.
Bij beide mannen groeide de woede om hun gezichtsverlies. Vrijwel gelijktijdig reikten ze naar hun eigen rode knop, en gromden: "Dan maar opnieuw een oerknal!"
©Gauke Zijlstra, april 2022

maandag 4 april 2022

220331 - Even naar Texel

We kregen aangeboden om twee nachten te verblijven in een hotel op Texel. Dinsdag heen, donderdag terug. Lekker even er uit.
Met een mazzeltje kwamen we precies op tijd: dankzij het online gekochte ticket werd ons kenteken herkend en ging exact op de officiële vertrektijd de slagboom voor ons open en kwamen we als laatste aan boord.
Even bijkomen van de reis en dan natuurlijk naar het strand. Dat was toch iets verder dan vooraf ingeschat.
Een eind langs de straat en door het bos met de eerste hellingen.
Dan een slingerend schelpenpad door het duinlandschap.
Een bankje waarvan de leuning gezaagd is uit een boom waar die zich vertakt.

En dan is daar de zee, met zijn eeuwig rollende golven.

Weer terug in het hotel is het etenstijd. In het restaurant worden we verwelkomd met een gezellig vuur. Hoewel? Je kunt rustig je handen in dit "vuur" steken: het is waterdamp dansend in een luchtstroom en in de juiste kleur belicht!
We gingen er eens lekker voor zitten en genoten van een heerlijk diner. Het was niet de afsluiting van deze dag, want op onze kamer hebben we de oefeninterland Nederland-Duitsland gekeken.
De volgende dag was onze enige volle dag. We begonnen met een rondwandeling in De Koog. Marijke poseerde bij een souvenirwinkel met schaapjes, maar kon geen keuze maken.
Het plein met de boom en het kerkje vonden we wel fotogeniek.
Vanaf het moment dat ik kon plaatjeskijken was ik gefascineerd door een boek over reddingsboten, dat bij opa en oma tevoorschijn kwam als ik daar logeerde.
Het volgende doel was de vuurtoren, met het bijbehorende strand. Vanwege wegwerkzaamheden werden we omgeleid.
Geen mooi weer, het was ook niet warm, maar wel spannende luchten!

Rondkijken, Marijke deed het letterlijk. En ik zag een paar schepen aan de horizon.
Als je daar bent, lijkt Vlieland best wel dichtbij, dichterbij dan op de foto.
Vervolgens kwamen we langs de IJzeren Kaap, waar we uitstapten om die bezienswaardigheid van dichtbij te bekijken.
Als je geen smartphone bij je hebt, blijf je toch niet verstoken van duiding!
Onder de Kaap door kon je de Afsluitdijk zien, met de verrekijker ook alle voer- en vaartuigen voor het werk aan de dijk, en de lange rij lichtmasten.

Dat het, ondanks de plots ingevallen kou, voorjaar is, blijkt uit de vele lammeren.
In Den Burg ontdekte ik zelfs een groen schaap terwijl we even door dat dorp liepen!
We besloten deze mooie, maar ook wel vermoeiende dag maar weer met een lekker diner.
En dan komt de terugreis. Ik heb het nog even opgezocht: er kunnen 350 auto's per keer mee aan boord. Het was nog spannend: er was sneeuw voorspeld - zouden we er nog wat van meekrijgen onderweg? Maar we hebben alleen wat regen gehad. De volgende morgen was het wel wit buiten.

maandag 21 februari 2022

220222 - Johan, ★ 8 juni 1946 - † 4 februari 2022

Als je bij Johan op bezoek was geweest, was zijn vaste afscheidsgroet: "Mooi da'j d'r waren!" 1

Johan was 11, ik was 14 toen we elkaar leerden kennen. Toen waren we ook ineens broers, want in juni 1957 trouwde mijn moeder met zijn vader. Hij was een van de negen kinderen van die vader, de op een na jongste. Ik was enig kind van mijn moeder.
Wij hadden tien jaar bij haar ouders gewoond, in het laatst alleen bij opa, een gepensioneerd hoofd ener School met den Bijbel.

Het was de overgang van een eigen kamertje, naar een slaapkamer waar vier jongens sliepen, en waar in dat huis zes tieners en twens hun huiswerk moesten doen, en voorbereidingen voor catechisatie, verenigingsleven en een muziekkorps.
Het was ook een cultuurschok: van een woning met een keurig onderhouden tuin, grenzend aan het bos, van een straat waar artsen, leraren, wethouders en een dominee woonden, naar het rommelige erf van een klompenmakerij in een agrarisch dorp.
Over opa's huis schreef ik al eens een blog, met een foto erbij waarop te zien is hoe opa's blauwe regen aan de gevel er nog was: 161102 - Familiedag, blauw bloed en sanitaire voorzieningen.

Het was geen grootse bruiloft. Als een oom, broer van mijn vader, geen kiekjes had gemaakt, waren er waarschijnlijk geen foto's geweest. Hij gaf mij later enkele negatieven.
Het gezin in nieuwe samenstelling ging op de foto, inclusief de partners van de oudste broer en zus en een kleinkind. Het kleinkind is anderhalf jaar jonger dan de jongste zoon. Ik zit links vooraan, Johan zit achter mij met zijn jongste broer.
We zijn nu 65 jaar verder. Op 4 februari is Johan overleden. Hij was van de broers en zussen degene waarmee ik het meeste heb opgetrokken en contact gehouden.
Van die 10 broers en zussen (ik incluis) is de helft nog over. Er is een foto die ongeveer halverwege tussen toen en nu gemaakt is, op een familiedag waarschijnlijk.
Het trof mij, toen ik de foto weer zag, dat de nog levenden er allemaal bij elkaar staan, de vier broers rechts en de achterste van de zussen.
Ik paste me aan, ik leerde Drents. Een van de eerste Drentse vertalingen die ik leerde, was, dat de Bijbelse jongelui Sadrach, Mesach en Abednego, in Aalden soms Zaodzak 2, Meelzak en Albert Negenoog werden genoemd.
Het meest trok ik op met Johan. De voorlaatste keer dat ik bij hem was, hadden we het nog weer eens over de Nebukadracekar. Dat was onze versie van een racefiets, waar we later nog een "zijspan" aan maakten. Die exotische naam was afgeleid van de Babylonische koning die Zaodzak, Meelzak en Albert Negenoog in het vuur liet gooien, omdat ze "niet umliek wollen". 3
Dat oude fietsje was een doortrapper. We hadden een keer een springschans gemaakt door een steigerplank tegen een bult zand op te leggen, ongeveer op de plek net achter waar hij op deze foto poseert. Toen nog zonder zijspan. Johan reed met een flinke gang tegen die plank op, maar helaas, geen kettingkast: zijn nieuwe spijkerbroek kwam tussen de ketting, en scheurde open van onder tot aan het kruis. Mam zag het gebeuren vanuit de kamer, en schaterde het uit.
Niet vanwege die broek herinnerde Johan zich, maar vanwege zijn beteuterde gezicht!

We hadden ons "geheime" hok gemaakt in de hanebalken van de keet waarin de klompenmakerij zat. Soms lagen we er een poos te lezen in cowboy- of detective romannetjes, of een exemplaar uit de stapel van het jeugdblad "Arend" waarop ik geabonneerd was geweest.
Daar hielden we ons schuil als Pap een persoonlijke onweersbui had. En daar was niet veel voor nodig.

Tussen Pap en mij was het al vrij snel misgelopen, en naarmate Johan opgroeide durfde hij ook meer weerwoord te geven.
Na het eten werd door Pap altijd een stuk uit de Bijbel gelezen. Dat ging hem niet altijd gemakkelijk af. Een keer bij een langdurige aarzeling van Pap, zei Johan: "Dik woord, sla maar over!"
's Zondagsmiddags vroeg Pap na het eten altijd aan een van ons, over welke tekst de dominee gepreekt had, dan las hij die tekst voor. Het was ook om te controleren of je wel naar de kerk geweest was en of je opgelet had.
Een keer toen Johan gespijbeld had, was zijn antwoord: "Dat ging over de zonde, hij was d'r vierkant tegen!"

Niet dat we onafscheidelijk waren, we hadden allebei onze eigen vriendenkring.
De andere broers en ik waren naar de LTS in Coevorden geweest. Dat was verder fietsen dan Emmen, maar die school stond beter aangeschreven. Johan ging naar de nieuwe, net geopende christelijke LTS in Emmen om het timmervak te leren.
Ik werkte toen al in Groningen en mocht om het andere weekend thuiskomen.
Johan ging bij de Marine, als beroeps. We schreven elkaar brieven in die tijd. We hadden allebei een rood tinneroy jack, Johan tekende zijn brieven met de afzender Roodjek. Maar de Marine beviel hem toch niet zo goed, en hij kreeg het voor elkaar om niet de volle tijd uit te hoeven dienen.

We hebben het pas ook nog gehad over onze fietsvakantie in die tijd. Ons eerste doel was Amsterdam. We kwamen de eerste dag maar halverwege, doordat Johan 's morgens pas thuiskwam uit dienst. We hebben bij een boerderij gevraagd of we in de hooischuur mochten slapen. Dat mocht, als we lucifers en aanstekers in bewaring gaven.
We zouden in Amsterdam naar een camping, maar de ouders van onze vriendin daar vonden het zo gezellig dat we de hele week gebleven zijn. De tent die ik voor die vakantie op de kop getikt had is ongebruikt gebleven. Die vriendin hadden we leren kennen doordat ze een keer in ons dorp logeerde, bij familie van haar Amsterdamse buren.

Het volgende reisdoel was Delfgauw, waar oudste zus Hennie woonde met haar gezin. We hebben die week Delft bekeken, ook het vrouwelijk schoon. Zo liepen we er achter een paar jongedames. Wij praatten Drents met elkaar, en hoorden de meisjes zeggen: "Hoor je dat, het zijn Duitsers!" Dat vonden ze blijkbaar eng.

Ook de terugweg naar Emmen haalden we niet in een keer. We hebben in een droge sloot geslapen, het was warm genoeg. En Johan sloeg nog een keer over de kop, hij slipte door een gleuf tussen de tegels van het slechte fietspad. Zijn fiets stond op de kop, op de plunjezak die overdwars op zijn bagagedrager zat, hij lag er naast. Zijn bezeerde knie heeft hij bezworen door hem in beweging te houden.

Daarna hadden we allebei ons werk, stichtten allebei ons eigen gezin. We zagen elkaar bij verjaardagen en dergelijke bijeenkomsten.
Pap had tegen het eind van zo'n avond de gewoonte om te gaan lopen scharrelen en aanstalten te maken om naar bed te gaan. Er waren een keer vroegere buren op bezoek, toen Pap ook met dat ritueel begon. Johan zei op een gegeven moment: "Kom vrouw, wij gaot hen bedde, de visite zal ook wel hen hoes willen!" 4 Die uitspraak is ook zo'n familieklassieker geworden.

De gezondheid van Tineke speelde een belangrijke rol, maar ik herinner me Tineke als een lieve, goedlachse en dappere vrouw die Johan goed weerwoord geven kon, maar ook makkelijk omging met zijn grappen en grollen.
Mijn huwelijk was minder bestendig, ik raakte met mezelf in de knoop en ben na 30 jaar gescheiden. Enkele jaren later vond ik Marijke.
Tineke was de eerste van de familie die mij met Marijke zag en ons binnen nodigde, toen we langs hun huis liepen op de terugweg van het kerkhof, waar ik op de verjaardag van mijn moeder altijd even naartoe ga.

Het verdriet van Johan, toen hij Tineke moest laten gaan, in november 2002.

Dan dat onverwachte telefoontje van Johan, in april 2003. Wat ik er van vond als hij een vriendin meenam naar mijn verjaardag. Hij had gemerkt dat sommige familieleden vonden dat hij er wel wat snel mee was.
Hij kende haar al langer en zij kende Tineke ook, vertelde hij. Aan zijn stem hoorde ik dat het goed was, en dat zei ik ook. Want als je iets goeds laat voorbijgaan op het moment dat het er is, ben je het misschien voorgoed kwijt.
Dat de combinatie Rika en Johan goed was is voor iedereen duidelijk. Twee mensen met allebei groot verdriet in hun bagage, die er samen iets moois van hebben gemaakt.
En dat eindigt nu op deze droevige manier, en Rika blijft weer alleen achter.

De afscheidsdienst was in kerkgebouw Ichthus. In de tijd dat mijn moeder en ik bij opa en oma woonden, is dat gebouwd en kwam ik er elke zondag. Pas een paar jaar geleden ontdekte ik dat de architect een neef van mijn moeder was, die ook de kerk in Aalden ontworpen heeft, waar de huwelijksfoto va Pap en Mam gemaakt is. Johan was actief in het kerkelijke gebeuren. Hij zong in het koor, net als Mam vroeger. En in de dienst refereerde de dominee er aan, dat alles wat je daar zag dat van hout was, door Johan was gemaakt.
De laatste keer heb ik een poos naast Johans bed gezeten. Hand in hand.
Tot hij zijn hand terughaalde: hij had het zo warm.
Terwijl ik daaraan terugdenk zie ik zijn gezicht voor me, met die schalkse blik van hem, en hoorde hem in gedachten zeggen: "'t Was ook allèn maar umda'j zukke lekker kôlle handen hadden!" 5

Het blijkt de laatste keer te zijn geweest, en ook toen zei Johan: "Mooi da'j d'r waren!"
Het was ons definitieve afscheid, en ik zeg: "Johan, mooi da'j d'r waren!"
Zonder jou was voor mij het leven minder kleurrijk geweest. En je bent de enige geweest die er een keer tussen sprong toen Pap me onterecht beschuldigde. Je was voor mij het dichtste bij in dat nieuwe gezin en heel vaak een lichtpunt in die moeilijke periode.

Maar je andere afscheidsgroet: "Maol naokommen" 6, hoop ik nog een poosje uit te stellen.
1 Fijn dat je er was.
2 zak met gedorst graan.
3 omdat ze niet wilden gehoorzamen.
4 Kom vrouw, we gaan naar bed, het bezoek zal ook wel naar huis willen.
5 't Was ook alleen omdat je zulke lekker koude handen had!
6 Kom nog een keer weer, of: kom ook eens bij ons.

dinsdag 4 januari 2022

220104 - Schaatsende broers, en ijzig werk...

Vandaag werd er aandacht besteed aan de Elfstedentocht van 1997, de laatste keer dat die gehouden werd. Ik dacht aan een fotootje van mijn vader met twee van zijn broers. Hij was de oudste van vier, de jongste was er niet bij. Zijn verhalen heeft hij me niet kunnen vertellen, ik moet het doen met foto's en nagelaten correspondentie.
Hun thuisbasis was Hoogkerk, preciezer gezegd Vierverlaten. Mijn vader zal, gezien zijn tenue, met verlof zijn geweest. Hij was in dienst in 1936 en 1937, en van augustus 1939 tot de capitulatie in 1940. Betere datering heb ik niet.
Een foto waarop ze een stuk jonger zijn, laat ze in oplopende volgorde zien: Geert (1922), Aaldert Geert (1920), Johannes (1918), en Klaas (1916), mijn vader.
Zij en hun echtgenoten zijn inmiddels allen overleden.
Op 19 december 1939 stuurt mijn vader vanuit Egmond een ansichtkaart naar Johannes, die dan in Twist (post Oplo) verblijft, met op de achterkant o.a. de tekst: "Gaat het je nog naar de zin? Mij niet. Je zult wel meer kou lijden daar, dan ik hier. Ik wou dat ik m'n schaatsen hier had, vandaag vriest het niet meer."
De plaats Twist vond ik nu niet, die is hernoemd tot Westerbeek.

In december 1941 werkt mijn vader in Hardegarijp, als opzichter bij de aanleg van drie bruggen. Het is dan blijkbaar flink aan het winteren. Hij schrijft aan Johannes, die dan in Veenendaal is: "'t Kan nu wel eens een lange winter worden. Kun jij nog een poosje doorwerken zo? Als je aan 't timmeren bent, kan het gauw. Het treft voor ons heel slecht. Alles was voorelkaar om morgen de brug hier in Hardegarijp te storten en nu gaat het natuurlijk niet door. De timmerlui zijn vanmorgen tijdelijk geschorst en de arbeiders vanavond. Ik ga hier met 1 timmerman nog wat afwerken, ik denk van een paar dagen, als 't weer het toelaat en dan zal 't ook wel gebeurd zijn. Alle hoop is nu op dooi weer. Als 't doorvriest zal ik m'n ontslag wel krijgen aangezien ik vrijgezel ben."

Behalve de hierboven genoemde brug is er van een andere het beton al gestort en is de ploeg van zijn collega nu met de tweede bezig: "Met de middelste put lijkt het niet best. We hebben al 3 keer de put vol zand en water gehad en nu staat het water nog binnen even hoog als buiten. De Hogebrug is gestort en Libbe de Vries zit nu bij de middelste."

Mijn vader denkt tussen het werk door wel aan schaatsen: "Als 't hier winter blijft valt hier wel te schaatsen. De halve wereld staat hier onder water, zo laag is 't hier. Met hoog water is alles blank. Vanmorgen zijn we druk aan 't ijsbreken geweest. Er was een praam met grind onderweg blijven liggen Zaterdag, en de cementpraam lag hier ook nog een end vandaan."
In januari 1942 wordt inderdaad, ondanks de bezetting, de Achtste Elfstedentocht gereden, maar veel deelnemers reden verkeerd vanwege de verduistering.
Er is me niet bekend of er ooit familieleden aan een Elfstedentocht hebben deelgenomen. De schaatsen die mijn vader onderheeft op die foto heb ik nog. Ze komen van een destijds bekende leverancier: J. Noorman uit Den Ham (bij Aduard). Mijn grootste schaatsprestatie op deze schaatsen was een tocht over het Oranjekanaal, van Westenesch naar Orvelte en terug.

zondag 19 december 2021

211219 Dikke brilleglazen, andere kijk op het verleden

Kijkend naar Daar was laatst op RTV Drenthe, met vader en dochter Harm en Willemien Dijkstra, hoorde ik een bekende naam noemen uit een, voor mij, ver verleden: Roelof Sieben.
Drie jaar lang, van 1957 tot 1960, woonde ik tegenover hem, met zijn Winkel van Sinkel, zoals wij dat wel eens noemden. Een beetje vreemde man vond ik, waar ik niet meer contact mee gehad heb dan dat ik er een of twee keren in de winkel geweest ben. Een beetje morsige man met van die hele dikke brilleglazen.
Pas nu ontdek ik dat hij schrijver was, en dat we allebei in dat dikke boek staan: Drentse Literatuurgeschiedenis deel ll – Waor roet en blommen wortel schiet in ’t veld van dr. Henk Nijkeuter over de naoorlogse geschiedenis van de Drentse letterkunde.
Zo zie je maar weer, dat je het verleden wel kunt vergeten, maar dat het verleden jou niet vergeet, en hoe je dan soms iets te weten kunt komen waarvan je in de verste verte geen vermoeden had.
De puber die ik toen was had nooit gedacht dat hij schrijven als hobby had, met zijn slechte gezichtsvermogen (hij blijkt geleden te hebben aan een progressieve oogziekte), en dat hij ooit iets anders gedaan had dan die winkel runnen, en dat hij ooit ergens anders gewoond had dan in Aalden… (voor outsiders: Aalden en Zweeloo worden vaak samen Zweeloo genoemd)
Roelof Sieben bleek veel aan te merken te hebben op het "onechte Drentse volkslied", dat begint met "Ik heb u lief mijn heerlijk landje", iets dat een oprechte Drent nooit zo zou zeggen, en waarvan de schrijver, Jan Uilenberg, nadien ook nog een besmet blazoen kreeg: fout in de oorlog.
Op de Groen van Prinstererschool in Emmen hebben we het wel geleerd - meester Garssen, iemand met altijd een twinkeling in de ogen, zei een keer tegen een klasgenoot: "Ik heb het wel gehoord, Joop, jij zong: ik heb u lief mijn heerlijk Antje!"
Naar verluidt is Antje later in Aalden gaan wonen, maar niet met Joop..

dinsdag 14 december 2021

211210 - Booneschans en Oudeschans

Vrijdag was het prachtig weer en de vooruitzichten voor het weekend minder zonnig. Dat deed ons besluiten om eropuit te gaan en ergens een stukje te gaan wandelen.
We hadden net gezien dat iemand op Facebook een foto had geplaatst van een brug, die weer in gebruik genomen was. Voor ons was dat oud nieuws: hoewel niet vlak voor de deur bij ons, waren we er al een paar keer overheen gereden dit jaar. Die brug ligt naast een natuurgebied annex waterberging, waar we graag even rondscharrelen: de Bovenlanden.
Er loopt een wandel/fietspad doorheen, geen autoverkeer toegestaan. We liepen het pad op en stopten even bij het bruggetje, waar eerder dit jaar een broedende zwaan vlak naast op een nest zat. Niets meer van te zien, het riet was flink gegroeid.
Een eindje verder had zich een ramp voltrokken voor een jonge zwaan: zou die uit dat nest gekomen zijn? Vermoedelijk had een vos zich er aan tegoed gedaan…
We liepen door tot aan het B.L.Tijdenskanaal, waar Marijke terugging naar de auto, en ik besloot "de volle ronde" te lopen.
In de verte zag ik de nieuwe brug liggen. Een eenvoudige brug met één enkele rijstrook.
We hadden in deze omgeving al heel lang gele borden gezien dat de Booneschanskerbrug gestremd was voor autoverkeer, en ons vaak afgevraagd wanneer we daar last van zouden hebben. Het heeft lang geduurd voordat we eens zijn gaan zoeken wat en waar die brug was. Het bleek een oude, klassieke ophaalbrug te zijn, waarvoor de overheid blijkbaar geen geld kon/wou vinden om die te restaureren in de oude staat.
Het is een degelijke constructie, met een beperkte doorvaart hoogte, maar ik heb er nog geen enkel schip zien varen. Nou ja, zo vaak zijn we daar ook niet.
Wel vind ik dat ze de parkeerplaats op een merkwaardige plek hebben gepland.
Bij de brug ga ik linksaf, over de gewone straat. Direct bij de brug is een huis dat vroeger wel een brugwachter gehuisvest zal hebben. Even verderop aan de andere kant van de straat staat tussen de bomen een groot gebouw, dat vroeger wel een agrarische functie gehad zal hebben, maar nu, met kapotte ramen en puin eromheen, de indruk wekt van een spookhuis.
Even verder een herenboerenbehuizing, van betere stand ogenschijnlijk, vanwaar zojuist een luxueuze auto de straat op zoefde.
Daarnaast, voor begrippen van deze omgeving, weer een boerderij, half verscholen tussen bomen en struikgewas. Deze maakt een ontoegankelijker indruk.
En overal om je heen heb je hier de weidse verten, in de herfst ook geen uitzichtbelemmerende hoge gewassen, zoals volgroeide mais, voorzover dat op deze kleigrond al verbouwd zou worden.
Aan de andere kant van de straat, tegen de zon in en in de richting waar ik naartoe moet. kom ik langs een weiland vol vredig grazende schapen, wat ik een mooi beeld vind in contrast met de hoogspanningsleiding, ik denk dat het een verbinding is tussen het Duitse en Nederlandse net.
Ik heb niet de gewoonte om met bomen te praten, maar bomen zoals deze spreken mij aan, zeker in zo'n omgeving als deze.
Na de afslag die me weer naar Marijke zal leiden, kom ik langs een schuur die misschien meer te lijden heeft gehad van de aardbevingen dan van de tand des tijds. Op sommige plekken scheuren, op andere plekken bijelkaar gehouden met balkjes.
De schuur hoort bij een boerderij, die aan de achterkant is ingestort. Het maakt niet de indruk nog als agrarisch bedrijf in gebruik te zijn. Aan de voorkant stond een kleine personenauto en er ligt her en der wat kinderspeelgoed op het terrein.
Dan nader ik het punt waar Marijke op me staat te wachten, en waar we de auto geparkeerd hebben bij aankomst.
Nog even van boven op de dijk een overzichtsfoto van dit rustgevende gebied, waar het 's zomers wemelt van de vogels, maar nu alleen een zwerm meeuwen neerstrijkt die zopas nog op de akkers vergaderden.

We rijden nog een rondje, over de Booneschanskerbrug naar Nieuweschans en vandaar komen we in Oudeschans terecht. "Ik heb wel zin in een soepje," zegt Marijke. We parkeren vlakbij restaurant De Piekenier, waar we wel vaker iets geconsumeerd hebben. De buurman is kerstverlichting aan het ophangen, en als ik langs zijn huis loop zie ik een bord aan de gevel: Schoolmeesterswoning 1882. Dat is het jaar dat mijn oma, later onderwijzeres, geboren is in Oudezijl, gemeente Nieuweschans, hemelsbreed een paar kilometer van hier.
We zien allerlei lekkers op de lunchkaart, en kiezen allebei voor Soto Ajam, een lekkere maaltijdsoep. Dat scheelt straks koken als we weer thuis zijn.
Het is er niet druk, we zijn de enige gasten op dit moment. Dat is 's zomers beter, maar ook de coronaperiode trekt zijn wissel. Ook hier geen diner na 17:00 uur, wel is afhalen mogelijk, maar het dorp is niet zo groot. Wel is het wachten niet onaangenaam in dit sfeervolle etablissement, en we hebben een interessant gesprek met de gastvrouw / eigenares.
Als de kok / eigenaar de borden brengt genieten we al van de geur. Ook met hem zijn we meteen even in gesprek, voordat we beginnen te eten.
Naast Marijke staat in de vensterbank een beeldje, dat me doet denken aan een menshoog beeld, dat door mijn toenmalige werkgever aan Emmen geschonken is, en lang in het centrum heeft gestaan. Het is ooit vernield, daarna heb ik het nog een keer gezien nadat het hersteld was, maar ik weet niet meer waar. *)
Vanaf mijn plek aan tafel had ik volop zicht op de smaakvolle aankleding en de kerstverlichting buiten. Een goede mentale voorbereiding voor het maken van onze kerstkaarten, waarmee ik, zoals gewoonlijk, wat aan de late kant ben.
Na ons is er nog een stel gasten gearriveerd, zodat het restaurant niet voor niets open was. Bij het weggaan wisselen we nog wat interessante weetjes uit met de eigenaars. Zo rijden we wat later weg dan de bedoeling was, en begint het onderweg toch al echt donker te worden. We weten nu zeker dat de kortste dag nadert.

*) Update: Het betreft de sculptuur Onderweg van Guus Hellegers. Er blijken meerdere exemplaren te zijn, ik vond er drie verspreid over Nederland.