...en Niklas "logeert" hier ook. (v/h dwarsbongel.web-log.nl en niklas.web-log.nl)

Posts tonen met het label Gezondheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gezondheid. Alle posts tonen

06 augustus 2026

260806 - Passanten die virtueel blijven passeren (2)

Er zijn van die eenmalige ontmoetingen die je om niet te achterhalen redenen bijblijven. Meestal hoor of zie je nooit meer iets van de persoon in kwestie.
Toch schreef ik onlangs over zo'n ontmoeting van pakweg 60 jaar geleden, met een kunstenares waar ik mee sprak in de wachtkamer van het busstation in Groningen. (250506 - Passanten die virtueel blijven passeren)

Nu kwam een recentere ontmoeting mijn geheugen visiteren. Het was in coronatijd. Ik maakte een lange wandeling, het was lekker weer. Langs het bos, op het fietspad waar af en toe scholieren fietsten, onderweg naar huis in de buitendorpen. Net als ik zelf vroeger . Af en toe passeerde een auto.
Al van ruime afstand zag ik iemand met een fiets aan de hand op een zijweg lopen. Die zou ongeveer op hetzelfde moment als ik bij het kruispunt zijn.
Het was een (bij mij vergekeken) jonge vrouw. We groetten, en ik vroeg of haar fiets een mankement had. Ze legde uit dat ze graag wandelde maar soms last van een oude blessure aan haar voet kreeg, en dan verder kon fietsen. Ik vond haar fiets er nogal zwaar uitzien, en dat bleek te kloppen toen ik 'm even optillde. Hij liep wel lekker licht.
Zo raakten we aan de praat over de medische en maatschappelijke situatie rond corona en ontstond er een vertrouwelijke sfeer; we hadden er zo′n beetje dezelfde ideeën over.
Ze bleek een blok vanaf een vriendin van ons te wonen, die zij ook wel kende, maar nog niet wist dat die kort daarvoor was overleden. Daar schrok ze van, want ze had niet veel maar wel goed contact met haar gehad.
We hadden het al even over de politiek gehad, en we konden niet anders dan even lachen, toen we onze namen noemden en zij vertelde dat ze Ingrid heette en haar huidige partner Henk. Ze was vanuit het midden des lands met haar dochtertje bij hem komen wonen. Het hoe, wat, waarom en hoelang bleef onbesproken, maar ze wou terug naar haar oord van herkomst. De relatie was niet meer wat ze er van had verwacht, mede door verschil van inzicht over corona geloof ik. Nee, geen details, maar dat ze er over dacht  om een eind aan de relatie te maken. Het was alsof ze me om raad vroeg - ik had haar ook iets over mijn omstandigheden verteld. Ik heb haar verteld wat mijn overwegingen geweest waren bij bepaalde keuzes. We constateerden dat het wel sneu was voor Geert Wilders als een dergelijke symbolische combinatie niet goed werkte.
We namen afscheid met een high-five, en dat was natuurlijk een overtreding van het anderhalve-meter protocol.
Ondanks dat ze in de buurt woonde heb ik haar niet weer gezien, maar als ik soms weer langs dat kruispunt kom kijk ik nog wel even rond.

06 mei 2025

250506 - Passanten die virtueel blijven passeren

Ik werd vanmorgen wakker met een heldere herinnering aan iets dat nooit iets geworden is en eigenlijk ook nooit begonnen is.
Het was ′in Stad′ (Groningen), vroege jaren ′60. De bus naar huis was net vertrokken, de volgende zou pas over een uur gaan. Ik had een weekendtas bij me met twee weken vuile was, die nog aan de zorg van mijn moeder mocht worden toevertrouwd. Ik was bezig mijn puberteit achter me te laten en had mijn eerste baan, voldoende ver van huis om niet voortdurend in conflict te zijn met de nieuwe echtgenoot van mijn moeder.

Ook haar bus was was weg. Zij had een grote portfoliomap bij zich op pakweg A2 formaat, met zo′n groen/zwart classic marmer dessin.
Hoe het precies ging weet ik niet meer, maar ook zij moest en uur wachten op haar volgende bus, en haar bestemming weet ik niet meer. Vaag denk ik: zij meer naar oost en ik naar het zuiden van Drenthe.
Het was overdag, maar was het koud? Regenachtig? Winderig? In elk geval niet zonnig en leek bijna een uur rondsjouwen met onze bagage niet zo′n goed idee.

Kwamen we al op het perron in gesprek? In elk geval gingen we tegelijkertijd de toenmalige wachtkamer binnen van het busstation op de kop van het perron, dichtbij het treinstation en met zicht op ′het peerd van Ome Loeks′. Het ′museum van Frans Haks′ (1994) was er nog niet, daar in het Verbindingskanaal. Je kon daar nog op je bus wachten zonder een consumptie te bestellen, want geld daarvoor hadden we niet: mijn bruto maandloon in die tijd was zo rond de fl. 130,00. Daar moest ik mijn kosthuis en alles van betalen.

Waarover we spraken? We wisselden wat uit over onze dagelijkse bezigheden. Ik was loopjongen bij de Universiteit. Leerling-bediende heette het officieel, maar ik installeerde proefopstellingen deed de projecties bij colleges Natuurkunde en stak zo toch wat op.
Zij studeerde op de Academie Minerva, kunstenares dus. Ik was eigenlijk best wel onder de indruk dat ik zomaar met een kunstenares zat te praten.
Mijn moeder heeft me vanaf mijn kleuterjaren aan cultuur laten snuffelen, musea met kunst en oudheden met me bezocht. En de nagelaten tekeningen van mijn vader, het vrije werk naast zijn bouwkundige tekeningen, vond ik zo knap omdat het me in de verste verte niet lukte om iets vergelijkbaars op papier te krijgen, ondanks mijn goede cijfers voor technisch schetsen. Dat ik ooit in een van zijn schetsboeken mijn kinderlijke fantasieën heb geknoeid ′bekijk ik nu heel anders′. Zo ben ik waarschijnlijk meer dan de gemiddelde techneut geïnteresseerd geraakt in kunst.
Door hoe ze vertelde over haar werk, werd ik nieuwsgierig naar wat ze maakte, en ze gunde me een blik in haar map. Ze gaf me haar visitekaartje, ze zou binnenkort meedoen aan een tentoonstelling. Ik kon haar geen kaartje aanbieden, en ik weet niet of ze mijn naam te weten is gekomen.
Wat was het verschil in leeftijd? Ik had het gevoel dat ze ouder was dan ik; ik moest waarschijnlijk nog 20 worden. Als ik de datum nog zou weten zou ik het kunnen narekenen.

Die tentoonstelling is me ontgaan; ik had geen kranten binnen handbereik dus geen aankondiging gezien. Internet werd pas een halve eeuw later gemeengoed. Televisie was er nog weinig, en radio was voor mij de leverancier van voornamelijk Engelstalige populaire muziek. Had de regionale radio al aankondigingen van dergelijke exposities? En was er lokale radio anders dan ′geheime zenders′ met "Hallo hallo, hier een plaatje voor de buurvrouw"?

In de Stad en op het busstation heb ik nog vaak naar haar uitgekeken, maar zou ik haar zonder haar map herkend hebben? Of zij mij, en zou ze geïnteresseerd geweest zijn in een vervolg op onze kennismaking?
Ook durfde ik niet op zoek te gaan naar het adres waar ze woonde, dat zal ongetwijfeld op haar kaartje hebben gestaan. Maar ik dacht waarschijnlijk: ze ziet me aankomen… Of was het te ver uit de koers?

Die ontmoeting is nu ongeveer zestig jaar geleden, was eenmalig, en toch zit het in mijn geheugen. Doordat die op haar kaartje, dat alleen nog in mijn herinnering bestaat, stond afgedrukt weet ik tot op de dag van vandaag haar naam: Joke Thoma.
Zoals dat gaat met oude herinneringen, zijn ze soms heel lang verborgen, maar komen door een ondefinieerbare impuls af en toe even aan de oppervlakte. Sinds internet toegankelijker wordt door steeds uitgebreider technische mogelijkheden, en meer en meer gevuld raakt met wetenswaardigheden en vooral vergeetwaardigheden, kun je nu zoeken op je laptop of vanuit je luie stoel op je smartphone naar wat je op een willekeurig moment te binnen schiet.
Ik vond haar naam op een boekje, ik bestelde het boekje online. In dat boekje vond ik wat meer informatie over haar. Ik ontdekte dat haar geboortejaar één jaar dichterbij is dan het mijne, maar ook dat het niet zinvol lijkt om te proberen haar te vinden en te vragen of zij zich nog iets van die ontmoeting herinnert: ze is al relatief jong ten prooi gevallen aan dementie.

Behalve haar tekeningen en schilderijen heeft Joke gedichten geschreven, en daar blijkt toch een overeenkomst: ook ik heb gedichten geschreven. Die van haar, geïllustreerd met enkele van haar schilderijen, zijn gepubliceerd in een boekje dat is samengesteld en uitgegeven door haar zus Giny, omdat ze er zelf niet meer toe in staat was.

HELP!! (...en zo wat heen…) | Giny Tulp-Thoma en Joke J. Thoma | ISBN 9 789402 110470

Toch maar geprobeerd iets meer te weten te komen: ik wou toestemming vragen om voor dit verhaal iets over te nemen uit het boekje. Dus zocht ik via het ISBN bij welke uitgever het boekje verschenen was. Dat bleek ′Brave New Books′te zijn, maar omdat uitgevers geen privé-gegevens mogen verstrekken, vroeg ik of ze mijn e-mail zouden willen doorsturen.
Zo kreeg ik een reactie van de echtgenoot van zus Giny, die het boekje had samengesteld. Helaas, Giny is overleden. Joke ook. Maar hij stuurde mijn vraag door naar de dochter van Joke, Ike Stubbe. Die reageerde enthousiast op de voorlopige versie van mijn verhaal over mijn ontmoeting met haar moeder en gaf toestemming.

Ook gedichten van mij zijn in boekvorm verschenen, waaronder ook gedichten die bij schilderijen geschreven zijn en met schilderijen die bij gedichten van mij geschilderd zijn.
Maar bij haar zijn zowel de schilderijen als de gedichten van haar eigen hand.


In het boekje vind ik nog een overeenkomst tussen Joke en mij: zij heeft in een cabaretgroep gespeeld, ik ook. Ik vanuit het circuit van gereformeerde jeugdverenigingen in Stad.
Zij, vermoed ik, vanuit haar tijd op de Academie, maar later ook met een vrouwencabaretgroep, Spek en Bonen. Toen ik me realiseerde dat ze overal in het land opgetreden hadden, en de term ′vrouwencafé′s′ genoemd werd, vroeg ik mijn Marijke of ze wel eens van de groep Spek en Bonen gehoord had: nou, inderdaad, zij zat destijds in het bestuur van het vrouwencafé alhier en herinnerde zich dat de groep ook hier had opgetreden! Zoiets als onvermoede losse eindjes die een verhaal rondmaken.

01 oktober 2024

241001 - Peuken voor de Staatskas

De geachte volksvertegenwoordigster mevrouw Caroline van der Plas (BBB) maakt zich zorgen over de inkomsten van de Staatskas doordat mensen minder tabaksproducten zouden kopen in eigen land door de accijnsverhoging, maar naar het buitenland zouden gaan voor hun rokertje.
Nu meen ik haar ooit te hebben horen beweren dat ze niet zo goed is in rekenen.
Zullen we eens "zelf wat onderzoek doen"?
Ik heb gevonden dat de opbrengst in Nederland van accijnzen op tabaksproducten nog geen €3 miljard euro per jaar is, op een totaal van €415 miljard overheidsinkomsten.

De kosten van aan roken gerelateerde gezondheidsproblemen bestaan uit verschillende factoren.
de directe kosten van gezondheidszorg voor ziekten als gevolg van roken zijn direct in cijfers uit te drukken. Dat is al moeilijker bij verloren productieve jaren door overlijden, en helemaal bij verloren productiviteit door uitval wegens chronische ziekten.
Daarbij worden natuurlijk vaak als eerste COPD en longkanker genoemd, maar toen ik zelf met een longontsteking in het ziekenhuis belande, zei mijn longarts dat hij veel vaker patiënten kreeg met longemfyseem als gevolg van roken (of meeroken).
Wat ik van hem ook leerde, is dat hij me op mijn actuele longfoto liet zien, 30 jaar nadat ik gestopt ben, hoeveel longweefsel ik heb kapotgerookt, en dat herstelt niet weer. Ik mag van geluk spreken dat ik nog normaal kan functioneren!
Roken heeft ook invloed op de hersenen, het vergroot de kans op een beroerte. Volgens onderzoek brengt roken schade toe aan de hersenen, neemt het concentratievermogen af en er kunnen aandachts- en impulsiviteitsstoornissen ontstaan. (!)

Er wordt ook nogal eens beweerd dat het voor de samenleving goedkoper is als mensen wel roken, omdat ze dan korter leven en dus als oudere geen beroep meer doen op het zorgsysteem, bijvoorbeeld omdat ze niet de tijd krijgen om dement te worden.
Daar staat tegenover dat een roker anderhalf (1½) keer zoveel kans loopt om dement te worden, en dus ook op jongere leeftijd.
Rokers verliezen kwaliteit van leven, hebben ook meer lichamelijke en psychische problemen, blijkt uit onderzoek. Dat komt het levensplezier niet ten goede, maar dit is al weer wat moeilijker in cijfers uit te drukken.

Knappe gezondheidseconomen (nee, zelfs econmie is niet "ook maar een mening" omdat je het zelf niet snapt) hebben becijferd dat de gezondheidskosten als gevolg van roken per jaar meer dan €30 miljard per jaar zijn.
En ga dan maar mopperen over de stijgende kosten van de zorgverzekering.

Terwijl de tabaksindustrie z′n pijlen op de jeugd richt (wie de jeugd verslaafd maakt, continueert z′n verdienmodel) is mw. Van der Plas over de rooie omdat Nederland probeert ze een lang gezond leven in te helpen (want accijnsverhoging blijkt wel degelijk het aantal - vooral jonge - rokers te verminderen), ten koste van een paar honderd miljoen die wel gekort zullen worden op haar strontoverschotsubsidiebeleid.
O ja, ook een tikkeltje eigenbelang, omdat ze niet meer naar Tsjechië of Hongarije hoeft om haar peukenverslaving te stillen ten koste van de Staatskas?
Of misschien toch maar stoppen met roken om te proberen wat er nog te redden is van het rekenvermogen?

21 februari 2022

220222 - Johan, ★ 8 juni 1946 - † 4 februari 2022

Als je bij Johan op bezoek was geweest, was zijn vaste afscheidsgroet: "Mooi da'j d'r waren!" 1

Johan was 11, ik was 14 toen we elkaar leerden kennen. Toen waren we ook ineens broers, want in juni 1957 trouwde mijn moeder met zijn vader. Hij was een van de negen kinderen van die vader, de op een na jongste. Ik was enig kind van mijn moeder.
Wij hadden tien jaar bij haar ouders gewoond, in het laatst alleen bij opa, een gepensioneerd hoofd ener School met den Bijbel.

Het was de overgang van een eigen kamertje, naar een slaapkamer waar vier jongens sliepen, en waar in dat huis zes tieners en twens hun huiswerk moesten doen, en voorbereidingen voor catechisatie, verenigingsleven en een muziekkorps.
Het was ook een cultuurschok: van een woning met een keurig onderhouden tuin, grenzend aan het bos, van een straat waar artsen, leraren, wethouders en een dominee woonden, naar het rommelige erf van een klompenmakerij in een agrarisch dorp.
Over opa's huis schreef ik al eens een blog, met een foto erbij waarop te zien is hoe opa's blauwe regen aan de gevel er nog was: 161102 - Familiedag, blauw bloed en sanitaire voorzieningen.

Het was geen grootse bruiloft. Als een oom, broer van mijn vader, geen kiekjes had gemaakt, waren er waarschijnlijk geen foto's geweest. Hij gaf mij later enkele negatieven.
Het gezin in nieuwe samenstelling ging op de foto, inclusief de partners van de oudste broer en zus en een kleinkind. Het kleinkind is anderhalf jaar jonger dan de jongste zoon. Ik zit links vooraan, Johan zit achter mij met zijn jongste broer.
We zijn nu 65 jaar verder. Op 4 februari is Johan overleden. Hij was van de broers en zussen degene waarmee ik het meeste heb opgetrokken en contact gehouden.
Van die 10 broers en zussen (ik incluis) is de helft nog over. Er is een foto die ongeveer halverwege tussen toen en nu gemaakt is, op een familiedag waarschijnlijk.
Het trof mij, toen ik de foto weer zag, dat de nog levenden er allemaal bij elkaar staan, de vier broers rechts en de achterste van de zussen.
Ik paste me aan, ik leerde Drents. Een van de eerste Drentse vertalingen die ik leerde, was, dat de Bijbelse jongelui Sadrach, Mesach en Abednego, in Aalden soms Zaodzak 2, Meelzak en Albert Negenoog werden genoemd.
Het meest trok ik op met Johan. De voorlaatste keer dat ik bij hem was, hadden we het nog weer eens over de Nebukadracekar. Dat was onze versie van een racefiets, waar we later nog een "zijspan" aan maakten. Die exotische naam was afgeleid van de Babylonische koning die Zaodzak, Meelzak en Albert Negenoog in het vuur liet gooien, omdat ze "niet umliek wollen". 3
Dat oude fietsje was een doortrapper. We hadden een keer een springschans gemaakt door een steigerplank tegen een bult zand op te leggen, ongeveer op de plek net achter waar hij op deze foto poseert. Toen nog zonder zijspan. Johan reed met een flinke gang tegen die plank op, maar helaas, geen kettingkast: zijn nieuwe spijkerbroek kwam tussen de ketting, en scheurde open van onder tot aan het kruis. Mam zag het gebeuren vanuit de kamer, en schaterde het uit.
Niet vanwege die broek herinnerde Johan zich, maar vanwege zijn beteuterde gezicht!

We hadden ons "geheime" hok gemaakt in de hanebalken van de keet waarin de klompenmakerij zat. Soms lagen we er een poos te lezen in cowboy- of detective romannetjes, of een exemplaar uit de stapel van het jeugdblad "Arend" waarop ik geabonneerd was geweest.
Daar hielden we ons schuil als Pap een persoonlijke onweersbui had. En daar was niet veel voor nodig.

Tussen Pap en mij was het al vrij snel misgelopen, en naarmate Johan opgroeide durfde hij ook meer weerwoord te geven.
Na het eten werd door Pap altijd een stuk uit de Bijbel gelezen. Dat ging hem niet altijd gemakkelijk af. Een keer bij een langdurige aarzeling van Pap, zei Johan: "Dik woord, sla maar over!"
's Zondagsmiddags vroeg Pap na het eten altijd aan een van ons, over welke tekst de dominee gepreekt had, dan las hij die tekst voor. Het was ook om te controleren of je wel naar de kerk geweest was en of je opgelet had.
Een keer toen Johan gespijbeld had, was zijn antwoord: "Dat ging over de zonde, hij was d'r vierkant tegen!"

Niet dat we onafscheidelijk waren, we hadden allebei onze eigen vriendenkring.
De andere broers en ik waren naar de LTS in Coevorden geweest. Dat was verder fietsen dan Emmen, maar die school stond beter aangeschreven. Johan ging naar de nieuwe, net geopende christelijke LTS in Emmen om het timmervak te leren.
Ik werkte toen al in Groningen en mocht om het andere weekend thuiskomen.
Johan ging bij de Marine, als beroeps. We schreven elkaar brieven in die tijd. We hadden allebei een rood tinneroy jack, Johan tekende zijn brieven met de afzender Roodjek. Maar de Marine beviel hem toch niet zo goed, en hij kreeg het voor elkaar om niet de volle tijd uit te hoeven dienen.

We hebben het pas ook nog gehad over onze fietsvakantie in die tijd. Ons eerste doel was Amsterdam. We kwamen de eerste dag maar halverwege, doordat Johan 's morgens pas thuiskwam uit dienst. We hebben bij een boerderij gevraagd of we in de hooischuur mochten slapen. Dat mocht, als we lucifers en aanstekers in bewaring gaven.
We zouden in Amsterdam naar een camping, maar de ouders van onze vriendin daar vonden het zo gezellig dat we de hele week gebleven zijn. De tent die ik voor die vakantie op de kop getikt had is ongebruikt gebleven. Die vriendin hadden we leren kennen doordat ze een keer in ons dorp logeerde, bij familie van haar Amsterdamse buren.

Het volgende reisdoel was Delfgauw, waar oudste zus Hennie woonde met haar gezin. We hebben die week Delft bekeken, ook het vrouwelijk schoon. Zo liepen we er achter een paar jongedames. Wij praatten Drents met elkaar, en hoorden de meisjes zeggen: "Hoor je dat, het zijn Duitsers!" Dat vonden ze blijkbaar eng.

Ook de terugweg naar Emmen haalden we niet in een keer. We hebben in een droge sloot geslapen, het was warm genoeg. En Johan sloeg nog een keer over de kop, hij slipte door een gleuf tussen de tegels van het slechte fietspad. Zijn fiets stond op de kop, op de plunjezak die overdwars op zijn bagagedrager zat, hij lag er naast. Zijn bezeerde knie heeft hij bezworen door hem in beweging te houden.

Daarna hadden we allebei ons werk, stichtten allebei ons eigen gezin. We zagen elkaar bij verjaardagen en dergelijke bijeenkomsten.
Pap had tegen het eind van zo'n avond de gewoonte om te gaan lopen scharrelen en aanstalten te maken om naar bed te gaan. Er waren een keer vroegere buren op bezoek, toen Pap ook met dat ritueel begon. Johan zei op een gegeven moment: "Kom vrouw, wij gaot hen bedde, de visite zal ook wel hen hoes willen!" 4 Die uitspraak is ook zo'n familieklassieker geworden.

De gezondheid van Tineke speelde een belangrijke rol, maar ik herinner me Tineke als een lieve, goedlachse en dappere vrouw die Johan goed weerwoord geven kon, maar ook makkelijk omging met zijn grappen en grollen.
Mijn huwelijk was minder bestendig, ik raakte met mezelf in de knoop en ben na 30 jaar gescheiden. Enkele jaren later vond ik Marijke.
Tineke was de eerste van de familie die mij met Marijke zag en ons binnen nodigde, toen we langs hun huis liepen op de terugweg van het kerkhof, waar ik op de verjaardag van mijn moeder altijd even naartoe ga.

Het verdriet van Johan, toen hij Tineke moest laten gaan, in november 2002.

Dan dat onverwachte telefoontje van Johan, in april 2003. Wat ik er van vond als hij een vriendin meenam naar mijn verjaardag. Hij had gemerkt dat sommige familieleden vonden dat hij er wel wat snel mee was.
Hij kende haar al langer en zij kende Tineke ook, vertelde hij. Aan zijn stem hoorde ik dat het goed was, en dat zei ik ook. Want als je iets goeds laat voorbijgaan op het moment dat het er is, ben je het misschien voorgoed kwijt.
Dat de combinatie Rika en Johan goed was is voor iedereen duidelijk. Twee mensen met allebei groot verdriet in hun bagage, die er samen iets moois van hebben gemaakt.
En dat eindigt nu op deze droevige manier, en Rika blijft weer alleen achter.

De afscheidsdienst was in kerkgebouw Ichthus. In de tijd dat mijn moeder en ik bij opa en oma woonden, is dat gebouwd en kwam ik er elke zondag. Pas een paar jaar geleden ontdekte ik dat de architect een neef van mijn moeder was, die ook de kerk in Aalden ontworpen heeft, waar de huwelijksfoto va Pap en Mam gemaakt is. Johan was actief in het kerkelijke gebeuren. Hij zong in het koor, net als Mam vroeger. En in de dienst refereerde de dominee er aan, dat alles wat je daar zag dat van hout was, door Johan was gemaakt.
De laatste keer heb ik een poos naast Johans bed gezeten. Hand in hand.
Tot hij zijn hand terughaalde: hij had het zo warm.
Terwijl ik daaraan terugdenk zie ik zijn gezicht voor me, met die schalkse blik van hem, en hoorde hem in gedachten zeggen: "'t Was ook allèn maar umda'j zukke lekker kôlle handen hadden!" 5

Het blijkt de laatste keer te zijn geweest, en ook toen zei Johan: "Mooi da'j d'r waren!"
Het was ons definitieve afscheid, en ik zeg: "Johan, mooi da'j d'r waren!"
Zonder jou was voor mij het leven minder kleurrijk geweest. En je bent de enige geweest die er een keer tussen sprong toen Pap me onterecht beschuldigde. Je was voor mij het dichtste bij in dat nieuwe gezin en heel vaak een lichtpunt in die moeilijke periode.

Maar je andere afscheidsgroet: "Maol naokommen" 6, hoop ik nog een poosje uit te stellen.
1 Fijn dat je er was.
2 zak met gedorst graan.
3 omdat ze niet wilden gehoorzamen.
4 Kom vrouw, we gaan naar bed, het bezoek zal ook wel naar huis willen.
5 't Was ook alleen omdat je zulke lekker koude handen had!
6 Kom nog een keer weer, of: kom ook eens bij ons.

15 juni 2020

200615 - Van chaos en hoe achteraf alles zo simpel is

De pandemie, veroorzaakt door het coronavirus SARS-CoV-2, lijkt in bepaalde streken in de wereld ingedamd, op andere andere plekken lijkt het einde nog ver weg.
Op plekken waar de uitbraak flink gereduceerd is, denkt menigeen dat er niets meer aan de hand is, en dat de maatregelen zo snel mogelijk helemaal weg moeten.
Daarbij komt er steeds meer kritiek op de, ook in eerste instantie, genomen maatregelen om de pandemie te beteugelen, doch die, op z'n minst, erger hebben voorkomen. Het was een overval door een onbekende vijand met veel vernietigingskracht, waaraan acuut weerwerk moest worden geboden. Zoiets schept een chaotische situatie.

Deel van Sketch of the Cynefin framework,
Edwin Stoop, Sketching Maniacs uit Wikipedia

Die kritiek gaat vaak uit van simplificaties, in de orde van: "er vallen nu bijna geen doden meer, dus het virus is verdwenen, allemaal wel erg overdreven gedoe geweest dus."
Bij die simplificaties dacht ik aan de Volkskrant-column van 4 april van Jasper van Kuijk, met een uitleg over het nemen van beslissingen in verschillende situaties, van simpel, via gecompliceerd en complex, tot chaotisch.
Hij begint begint als volgt: "In de coronacrisis zijn alle voorspellingen boterzacht, is niets zo veranderlijk als ‘de feiten’ en spreken experts elkaar tegen. Een gekmakende onzekerheid. Merkwaardig genoeg gaf het me wat rust toen ik me realiseerde hoe deze onzekerheid nu eenmaal hoort bij complexe systemen, zoals gedefinieerd in het Cynefin-raamwerk. Dit raamwerk helpt bestuurders om beslissingen te nemen en maakt onderscheid tussen simpele, gecompliceerde, complexe en chaotische situaties.
Simpele systemen zijn stabiel, eenvoudig en er zijn duidelijke oorzaak-gevolgrelaties, die voor iedereen te doorgronden zijn. Zoals een schaar. In gecompliceerde systemen zijn er ook oorzaak-gevolgrelaties, maar om die te snappen heb je experts nodig. Denk bijvoorbeeld aan de motor van je auto."


Afbeeldingen uit de Volkskrant column van Jasper van Kuijk

Er zou van alles fout zijn gegaan, wat inherent is aan complexe en chaotische situaties, vooral op logistiek en communicatief gebied schat ik.
Achteraf beschouwd zou het kunnen dat minder drastische maatregelen voldoende zouden zijn geweest, maar daar staat tegenover dat de wetenschap ook nu nog steeds onvoldoende weet over de eigenschappen van het virus, zoals de bron en de overdracht, en er nog geen afdoende remedie is om het virus effectief onschadelijk te maken: een gewapende moordenaar die in een hoek gedreven is, is nog steeds een gewapende moordenaar. En dat blijft hij tot hij ontwapend en onschadelijk gemaakt is.

Uiteraard begrijp ik dat deze crisis verstrekkende gevolgen heeft voor de economie, en voor de "gewone zorg".
De andere kant is, dat de gevolgen van eerdere grote pandemieën blijkbaar vergeten zijn, of worden gebagatelliseerd als onvergelijkbaar vanwege de toegenomen wetenschappelijke kennis. Weliswaar groeit onze kennis waarschijnlijk sneller dan destijds, doch ook nu hebben we voorlopig te maken met een gemaskerde, onberekenbare vijand.
Als het ongevaarlijk was zou je kunnen lachen om al die zelfuitgevonden nieuwe deskundigen, die vanuit een heel andere stiel ineens viroloog, epidemioloog en microbioloog zijn geworden, en menen te moeten oordelen over de genomen en nog te nemen maatregelen.
Ik heb de indruk dat er als regel in dat oordeel veel variabelen zijn weggelaten uit gebrek aan specifieke kennis, en dat er veel opportunisme en eigenbelang in verwerkt zit.

En wie de term "dor hout" heeft geopperd, bestempel ik bij dezen als "rottend fruit", dat het begrip solidariteit alleen in eigen voordeel uitlegt.
In een discussie schermde iemand voortdurend met het argument "dat er nog maar een heel kleine kans is op besmetting", en dat dus "alles open moet". Ik gaf een voorbeeld - in een pak suiker van 1 kg zitten ca. 1 miljoen korrels. Stel dat je weet dat er één dodelijke korrel in zit, durf jij dan een schep van die suiker in je eten of drinken te doen? Kansberekening als dilemma, maar ik wacht nog steeds op een antwoord.

Ik kende de theorie van het Cynefin-raamwerk niet, maar het sprak me onmiddellijk aan. Het gaf me associaties met situaties uit mijn werk als elektronica- en software-ontwerper. Je krijgt een aantal wilde ideeën op je bordje, waarvan de opdrachtgever hooggespannen verwachtingen heeft. Daar moet je dan als ontwerper een goed functionerend, complex systeem van maken met allerlei samenwerkende apparaten vol software.
Trek die lijn maar even door naar IT-projecten. Als dat bij de overheid is, worden de mislukkingen te zijner tijd breed uitgemeten, bedrijven zullen er minder mee te koop lopen.

Zie ook: A Leader’s Framework for Decision Making door David J. Snowden (de bedenker van het Cynefin-framework) en Mary E. Boone, Harvard Business Review, November 2007.

18 april 2020

200416 - Van een verjaardag in een gekke tijd

Zeven maal elf. Zeven is het bijbelse getal der volledigheid, zegt men. Elf is het gekkengetal, zegt men. En dat getal elf is via carnaval dan weer verbonden met het christendom. Even een college gespeldificeerd hoger getalfetisjisme.

Vanwege de coronacrisis mogen, van de regering, verjaardagen momenteel niet op traditionele wijze worden gevierd, met grote visites enzo. Nou hebben wij al sinds jaar en dag de gewoonte om dat alleen te doen als het aantal bereikte jaren op 0 of 5 eindigt, en dat was nu niet het geval.

Zoals we anders ook doen, trokken we er met ons tweeën op uit, en bleven toch eigenlijk vrijwel de hele tijd in huis: ons vertrouwde huisje op wielen.
De jarige mag zeggen waar we heen gaan, maar de jarige wist dit keer geen beter plan dan richting Bonnefooi, en de eerste beslissing was: een noordelijke richting, maar nu een keer niet de Laudermarke en niet Bourtange.

Af en toe haalden we een frisse neus op een plek waar het overtreden van die anderhalvemeter-regel moeilijker was dan het handhaven.
Onder "buiten de deur eten" verstaat men gewoonlijk: binnen eten achter andermans deur, tenzij het zodanig fraai weer is dat er achter andermans omheining wordt gegeten, op een terras ofzo.
Wij hebben deze keer echt buiten de deur gegeten: Marijke had als verjaarscadeau allerlei lekkere dingen voorbereid en meegenomen, en daarvan genoten we op momenten en plaatsen die op, of liever gezegd: langs onze weg kwamen.

Zoals onze eerste stop voor koffie met gebak. We waren op zoek naar een plek, en ineens had Marijke een picknickbank gezien die ik niet gezien had. We konden keren over een parallelweggetje en waren even bermtoeristen. Wel langs een rustige weg in een omgeving die ons wel aanstond.


Door Bellingwolde, waar we inmiddels aardig wat herkenningspunten hebben, komen we bij een kruispunt met borden die dreigend aangeven dat er een brug is afgesloten, behalve voor fietsers. Inmiddels weten we dat die weg op zich wel gewoon bruikbaar is. We komen dan bij een plek in een weids landschap, waar ik ooit een foto had gemaakt. Die plek kon ik daarna niet terugvinden op Maps, en in werkelijkheid ook niet. Tot ik een keer die borden negeerde. Dat deden we nu weer en bij de inmiddels bekende plek werden we verrast met een wondermooi kleurvlak: een enorm koolzaadveld!

Om te beginnen maak ik een selfie terwijl Marijke het koolzaad filmt. De wind overstemt het gezoem van de bijen, die in groten getale hierheen zijn gebracht, gezien het aantal kasten in en langs het veld.



Wie wil weten waar we zijn, moet maar proberen de wegwijzers te ontcijferen. En nee, die straatnaam heeft niets te maken met gehamsterd toiletpapier, want dat is in geen velden en wegen te zien!


En zeg nou zelf: wat ziet er nou romantischer uit dan een mooie vrouw in een veld met bloemen?


Aan de andere kant van het weggetje ligt een dijk, waarachter een natuurgebied ligt, Bovenlanden. Bovenop de dijk is een uitkijkpunt gemaakt met een zitje.


We genieten van het uitzicht en van de zon. Ik film de omgeving rondom en zie de ruimte hier.



We hangen hier een hele tijd rond. Marijke maakt nog even een selfie en betrapt mij op het maken van de zoveelste foto.


Als we vertrekken neem ik nog een foto van het bord over de afgesloten brug; ik vind 'm zo'n mooie naam hebben. We kijken nog even, en de brug is inderdaad geblokkeerd: omkeren dus. Thuis nog even opgezocht, want het lijkt al wel jaren geleden dat we voor het eerst met die afsluiting werden geconfronteerd. De brug is aan herstel toe, maar er wordt geen geld voor vrijgemaakt.

Het weidse landschap ontroert me elke keer dat ik er ben. De slaperdijken met hun smalle doorgangen en de sleuven voor de waterkering en de hokken voor de schotten, scheiden de polders. Tegenwoordig zie je er soms ook kleurige bollenvelden


We gaan in de richting van het door Ede Staal zo melancholiek bezongen Nij Stoatenziel, het sluizencomplex waar de Westerwoldse Aa uitmondt in de Dollard. Duitsland is vlakbij.
Het is ook al zo'n prachtige plek, waar de vogelliefhebber zijn hart kan ophalen, en waar je bij helder weer zicht hebt op het havengebied van Emden en van Delfzijl. Er kwam een grote vlucht vogels op de vleugels toen er twee of drie aanvallers boven kwamen vliegen.


We gaan zo dicht mogelijk langs de Dollard in de richting van Termunten. Dan komen we op de smalle polderweggetjes bij een bord, dat doorgaand verkeer niet mogelijk is wegens werkzaamheden. Dan besluiten we om koers te zetten naar huis, en onderweg uit te kijken naar een geschikte picknickplek.
We komen weer in de bewoonde wereld. Langs een plaats die dezelfde naam heeft als mijn geboorteplaats, maar daarvan zijn er alleen al in deze provincie drie. Verderop zien we ineens een grote picknickbank vlak langs een kanaal. Die blijkt op een soort aanlegsteiger te staan, en op voldoende afstand van de straat en de bebouwing om rustig te kunnen zitten.


Marijke pakt even flink uit met lekkere broodjes, chocomelk en vruchtensap. Het is een fijne plek, maar helaas is de wind inmiddels toegenomen en de temperatuur zakt ook, dus we eten de klaargemaakte broodjes verder op in de auto. We hebben toch even genoten van het idee.
Dan rijden we verder op weg naar huis. Als we weer in Drenthe zijn, vraag ik Marijke om verder te rijden, en terwijl we wisselen maak ik een foto van de pittoreske omgeving. Op de passagiersstoel kan ik tijdens het rijden ook foto's en video's maken van de thuisreis. Zoals een straat met bomen vol bloesem. En een weg-van-de-snelweg-weg met bomen!



Vraag je je af of we de corona-app nog nodig hebben? We hebben nu al goed in beeld waar we geweest zijn, wat onze route is geweest...


En wil je weten hoe mijn verjaardag was, en hoe ik me voelde toen we weer thuis waren? Zoiets dus:


07 april 2020

200406 - Van fietsen en picknick

In deze gekke tijd zijn er nog best leuke dingen te beleven, terwijl je je toch houdt aan de richtlijnen tegen overspringende ziektekiemen.
Zo maakten Marijke en ik een afspraakje, zoals we in gewone tijden ook wel doen. Dan fiets ik naar een ontmoetingspunt, waar zij per auto naartoe gaat. Naar believen ga ik dan in de auto mee terug, of ik fiets terug. Nu spraken we af dat ik mee terug zou rijden.

Mijn eerste stop was een audiëntie bij de Prinses van Zweeloo, want ik eet regelmatig onderweg. Vroeger deed ik dat tijdens het fietsen, maar tegenwoordig stop ik dan om adem te sparen.
Ik at wat, maakte een paar foto's en stapte weer op, om tot de ontdekking te komen dat de Prinses me waarschijnlijk nog wat langer wou laten blijven: lekke band.
Rustig de binnenband vervangen door een reserveband, en even zoeken naar de oorzaak. Het bleek een venijnig, piepklein metalen splintertje.


Na nog enkele tientallen kilometers pauzeerde ik bij een kanaal. Ik ben daar al heel vaak langsgekomen, maar nog nooit gestopt.


Tijdens het fietsen maak ik uiteraard geen foto's. De eerstvolgende maakte ik toen ik vanuit het bos een eerste blik kreeg op de vlakte, maar hoezo: grote stille heide?


Nog een paar honderd meter verder zag ik de eerste schapen. Als ze konden zwemmen, hadden ze gauw bij me kunnen zijn, maar ze schonken me geen aandacht.


Bij het Dwingelderveld zijn twee schaapskudde's: de een in een schapenkooi dicht bij het bezoekerscentrum, de kudde van Ruinen, en de andere locatie heet "Achter 't Zaand", bij het plaatsje Lhee. Die laatste lag direct langs mijn route, en ik hoorde dat er nieuw leven in overvloed was. Beide schaapskooien zijn momenteel niet toegankelijk voor publiek.


Vervolgens kwam ik bij oude, onlangs gerenoveerde radiotelescoop. Zo'n 55 jaar geleden ben ik daar voor het eerst geweest, met een excursie voor elektronici werkzaam bij de Rijksuniversiteit Groningen. In recentere jaren ben ik er vaak op fiets langsgekomen. Daar begint ook het fietspad over het Dwingelderveld, dat uitkomt bij het Bezoekerscentrum.


Dat pad voert langs de plek waar een huisje stond, waar Marijke en ik iets mee hebben. Helaas is het op 9 april 2018 's avonds afgebrand.
We hebben er in 2006 gedichten over gemaakt, voor een project ter herinnering aan Anne de Vries, die daar zijn inspiratie heeft opgedaan voor zijn boeken. Ook voorloper in de natuurbescherming Jac. P. Thijsse heeft daar een tijdelijk thuis gehad.
Ik heb er meerdere blogs over geschreven, het meest recent 180902 - Van brand en herinneringen. Daarin staan foto's van het huis en z'n omgeving, en links naar oudere verhalen van onze band met het Dwingelderveld en het keuterijtje op de Benderse Berg.

Ik maakte er nu weer een paar foto's. Ook de klapper met onze gedichten is in rook opgegaan. Zelfs de cementen vloer is nu weggehaald, het lijkt er dus niet op dat ze het gaan herbouwen.
Naar mijn idee is het goed te begrijpen dat hier veel inspiratie te halen was: de rust, de ruimte, het uitzicht!


En dan het laatste stukje naar onze ontmoetingsplek, de parkeerplaats bij het Bezoekerscentrum. Marijke was er al, ze had me kunnen volgen op haar smartphone. Dat is ook onze verbinding als ik onderweg pech zou krijgen die ik niet zelf verhelpen kan. Ze kan dan de navigatie instellen op mijn locatie, en als ik op een plek ben zonder naamsaanduidingen, kan ze me toch vinden.
Nu was ze ook een soort van redding, ik was (op een prettige manier) moe, want het was pas mijn tweede "revalidatietochtje" na de winter…
Lekkere krentenbolletjes, cake, en koffie. Want geen koffie of chocolademelk of koeken in het Bezoekerscentrum, ook dat is gesloten wegens de Covid-19 maatregelen.
Er kwam een kevertje gezellig naast me zitten. Mijn fiets rust ook uit, en op de achtergrond staat onze auto.


We zaten er een tijd heerlijk in de zon, Marijke liep nog even rond het bezoekerscentrum. Aangemoedigd door een paar struiken met beginnende krentebloesem, besloten we nog even naar Dwingelo te rijden. De pracht en praal van een soort kathedraal van krentenbloesem die ik daar ooit vond, is er niet meer: dat gedeelte is al een aantal jaren weggesnoeid. We vonden toch een paar mooie plekjes.


Zo hadden we ondanks de crisis toch een mooie dag, zonder op enig moment te dicht bij andere mensen te zijn. Genoten van het mooie weer, mijn fietstocht, de natuur, en het gezellige samenzijn op een voor ons "historische" plek!

04 januari 2020

200104 - ZOZ - Van generaties en Mohicanen

Deze week overleed een tante van me. Niet zómaar een tante: ze werd grappend wel eens de wandelende familie-almanak genoemd, omdat ze zo ontzettend veel wist over het wel en wee van de hele familie, door de jaren heen. Over de hele familie, haar eigen generatie, de vorige en de volgende generaties.
Ze heette Maria, in de dagelijkse omgang tante Riet.

Mijn neef schreef: Gistermiddag heeft mijn moeder (96) haar levensadem teruggegeven aan haar Schepper.

In de Tweede Wereldoorlog werkte ze op een distrubutiekantoor, waar voedselbonnen werden uitgegeven. Haar latere man Siep, broer van mijn moeder, werkte op het Gemeentehuis bij de afdeling Bevolking. Door het "niet nauwkeurig" registreren van overledenen, zorgde hij dat mensen gevrijwaard werden van Arbeitseinsatz in Duitsland, en kregen verzetsmensen, geallieerde piloten en Joden vervalste persoonsbewijzen. Tante Riet zorgde dat het verzet voedselbonnen kreeg.

Mijn opa en oma, haar schoonouders, kregen 11 kinderen, waarvan de jongste levenloos geboren werd. Daar werd nooit over gepraat destijds. Gezamenlijk voegden die kinderen 42 kleinkinderen toe aan de familie, waarvan we ook al een aantal moeten missen.

Ik ben niet de oudste van de kleinkinderen, maar van dit nageslacht ben ik de enige die opa en oma in hun dagelijkse (gepensioneerde) doen en laten heeft meegemaakt. Mijn moeder en ik woonden bij hen in gedurende mijn kinderjaren.
Dat betekent ook, dat ik in het centrum van de familie woonde. Bij hoogtijdagen, zoals de verjaardagen van opa en oma of andere heugelijke gebeurtenissen, kwam de familie naar ons toe, en, als enig kind in huis, had ik dan ineens speelkameraadjes die familie waren: neven en nichten.

Tante Riet was voor mij de laatste van de vorige generatie: zowel aan vaders als aan moeders kant is er niemand meer.
Ruim een week geleden kregen we bericht dat ze naar het ziekenhuis was gebracht, donderdag is ze overleden.
Ik kies voor muziek die, qua titel, aansluit bij dat korte ziekbed, bekend geworden van Robert Long en Unit Gloria.

Robert Long ( Unit Gloria ) - The Last Seven Days:


Bij het overlijden van zo'n markante vrouw, als laatste van een generatie, denk je al gauw aan het cliché, ontleend aan een boektitel: De laatste de Mohikanen (nl).

Naar aanleiding van dat boek zijn er veel fims (nl) gemaakt, de meest recente in 1992 (nl).
Bij een film hoort een soundtrack, en thema's daarvan zijn veelvuldig gecoverd. Ik kies daar één van in een versie die mij aanspreekt en sfeervol vind. Ik heb geen idee of tante Riet deze muziek zou kunnen waarderen, of afschuwelijk vond. Meestal valt de waardering voor dit instrument tussen deze twee uitersten.
De muziek, The Gael, is geschreven door de Schotse musicus Dougie McLean, die ik een paar keer in eerdere blogs heb geplaatst.

We zien hier een dappere vrouw, die de vooroordelen heeft moeten trotseren dat dit instrument niet goed door vrouwen bespeeld kan worden. Dat kunnen we hier lezen. Intussen is ze lerares op dit instrument. Ze heet Tress Maksimuk en noemt zich Dark Isle Piper. Ofschoon ze blijkbaar in California woont, is deze video op locatie gefilmd in het noorden van het Schotse Isle of Skye (nl).

Ik heb deze video ook gekozen omdat ik de beelden zo passend vind bij dit vaarwel.

Dark Isle Piper: The Gael ( Last of the Mohicans Theme):




Wie mee wil doen met (of luisteren/kijken/lezen bij andere deelnemers) ZOZ: Zwijmelen op Zaterdag, vindt de links bij Melody.
Afleveringen t/m ZOZ347 vind je bij Trees, en de afleveringen t/m ZOZ260 vind je bij de oorspronkelijke initiatiefneemster Marja.


23 november 2019

191123 - ZOZ - Van seizoenen en grensoverschrijdende muziek

Terwijl ik net muziek voor vandaag had uitgezocht, kregen we een telefoontje dat onze vriend en generatiegenoot Aart is overleden. Met het weinige dat we weten, onder nogal trieste omstandigheden, hij woonde alleen. Aart hield van muziek en heeft lange tijd in een band gespeeld. We hadden niet zo veel contact, ook niet online, al weet ik dat hij wel eens op dit blog keek. Ik zag wel regelmatig zijn FB-profielfoto even voorbijkomen. Die zocht ik even op. Toen we we contact maakten op Facebook, na kennismaking in de echte wereld, schreef ik er onder: "Wat zal díe hard kunnen zingen...!", waarop onmiddellijk een duimpje volgde van Aart. Ik zag en hoorde zijn lach er bij, ondanks de afstand. Rust zacht, Aart...


Omdat ik het met Aart heb gehad over verschillende genres muziek, en hij niet eenkennig bleek te zijn, ga ik gewoon verder met wat ik al uitgezocht had.

Ik vond weer een mooi voorbeeld van "grensoverschrijdende" muziek: klassiek en rock verweven tot een nieuwe uitdrukkingsvorm. De beide musici van 2Cellos (nl) zijn klassiek geschoold, maar scheppen er blijkbaar plezier in om ook pittige rocknummers live te spelen voor publiek. Ik plaatste al eens een andere crossover van ze in mijn ZOZ 141018.
Nu spelen ze een samenvoeging van werk van Beethoven (nl) en Led Zeppelin (nl), en wel Symfonie nr. 5 van Beethoven (nl) en Whole Lotta Love (nl).

2Cellos - Whole Lotta Love vs. Beethoven 5th Symphony:


Wikipedia: Deze symfonie wordt weleens de "noodlotsymfonie" genoemd. De (overbekende) opening bestaat uit vier noten, waarover de legende zegt dat Beethoven hierover ooit zei: "Het noodlot klopt aan de deur". Zo bekeken sluit deze keuze dan wel aan bij overlijden van Aart...

Muziek dan die past bij dit seizoen, de herfst. Met klassiek repertoire kom je dan al gauw uit bij The Four Seasons (nl) van Antonio Vivaldi (nl).
Een orkest dat zich noemt: Sinfonity, dat klinkt klassiek, maar het instrumentarium is het niet: allemaal elektrische gitaren. Het repertoire is wèl klassiek. Ook van hen heb ik al eens iets geplaatst, en wel Vivaldi's Voorjaar, in mijn ZOZ 180526.

Sinfonity - Vivaldi`s Four Seasons: Autumn I (Allegro):


Ik vind die herfstkleuren prachtig, maar ze zijn er maar zo kort. Daar kun je zo weemoedig van worden. Ik maakte er 20 jaar geleden een gedichtje over, misschien ook al eerder geplaatst:

Vijftig Plus

Als sneeuw voor de zon
of bladeren
voor de herfstwind

o zaten die bladeren vaster
en mochten die kleuren
voor eeuwig zijn.

En als we dan toch bij Vivaldi's jaargetijden zijn: toen we trouwden lieten we in het Gemeentehuis de Lente ten gehore brengen, gespeeld door Nigel Kennedy (nl). Nee, die doe ik niet, wel weer iemand waarvan ik eerder iets geplaatst heb in mijn ZOZ 161224, de Zuid-Koreaanse gitarist Lim Jeong-hyun, online bekend als Funtwo. Ook toen een klassiek stuk anders gespeeld. Ik vond en vind hem zoveel speelplezier uitstralen, dat ik vergeet om op zijn virtuositeit te letten.

Funtwo - The Four Seasons: Spring (Vivaldi):




Wie mee wil doen met (of luisteren/kijken/lezen bij andere deelnemers) ZOZ: Zwijmelen op Zaterdag, vindt de links bij Melody.
Afleveringen t/m ZOZ347 vind je bij Trees, en de afleveringen t/m ZOZ260 vind je bij de oorspronkelijke initiatiefneemster Marja.


09 november 2019

191109 - ZOZ - Van heimwee en herinnering

Deze keer duik ik in mijn herinnering terug naar mijn jonge jaren, door een trieste gebeurtenis. Onlangs kregen we het bericht dat zwager Douwe ernstig ziek was, ongeneeslijk. Slechte prognose, en hij besloot in overleg met zijn kinderen af te zien van verdere behandeling vanwege te verwachten bijwerkingen. Sneller dan verwacht is hij zondag overleden. Vrijdag was de begrafenis.


Het heeft daar niet mee te maken, maar ik ben, getipt door een psycholoog, het boek "De heimweefabriek" van Douwe Draaisma aan het lezen. Ondertitel: "Geheugen, tijd & ouderdom". De "geheugenprofessor" heeft dezelfde voornaam als mijn zwager, maar is waarschijnlijk wel bekender, omdat bijvoorbeeld in rechtszaken waar het geheugen een belangrijke rol speelt, hij nog wel eens getuige-deskundige is. Hij schrijft helder en boeiend, vind ik. Onder andere over hoe je je dingen in de loop van je leven herinnert.

Begin jaren 60 woonde en werkte ik in Groningen. Ik was rond de 20. Douwe was 3 jaar ouder en woonde bij zijn ouders in Leeuwarden. Douwe was als dienstplichtige bij de Marine geweest. Ik had beroeps willen worden, zodra ik van de LTS kwam. Zo hoopte ik zowel onderdak als een opleiding te krijgen, maar ik werd afgekeurd en vond gelukkig een ander baantje.
Douwe en ik hadden allebei LTS Elektro gedaan, Douwe werkte bij de telefoondienst van de PTT. Hij had verkering met de op een na oudste zus uit ons Drentse gezin; ze hadden elkaar leren kennen tijdens Lammie's opleiding tot gezinsverzorgster in Leeuwarden.
Dat was een gezin van 10 kinderen, waar ik "tussengeschoven" was als achtste in leeftijd, door het huwelijk van hun vader met mijn moeder.
De oudste twee waren al getrouwd, een paar hadden verkering, een enkeling werkte "over ver".

De regel was, dat we (eigen of partner) eens in de twee weken een weekend thuis mochten komen, om en om, "anders werd het te vol en te druk". Daardoor duurde het vaak een tijd voordat je iedereen weer eens gezien had.
's Zomers ging ik meestal op fiets. Vergeleken met nu koste de bus een schijntje, maar met mijn jeugdsalaris met aftrek van kostgeld was een gulden al een flink bedrag.

Ik denk dat ik uit de gein Douwe heb uitgedaagd om een keer een weekend op fiets van Leeuwarden naar Emmen te gaan. En dan kan hij mij hebben gepareerd met de uitdaging om hem dan te komen ophalen.
Het resultaat was in elk geval, dat we samen naar het ouderlijk huis gefietst zijn, in een weekend dat we niet aan de beurt waren. Het narrige gezicht van mijn stiefvader naar aanleiding daarvan zie ik niet voor me, omdat ik het niet vaak anders te zien kreeg.

Vrijdag reden we ongeveer dezelfde route in omgekeerde richting, nu over een autoweg die er toen nog niet was. Douwe's kinderen vertelden dat hij zich die tocht nog goed had herinnerd. Ze verbaasden zich er over, omdat hij nooit zo'n fietser was!

Dat ik fragmenten van dat weekend nog goed voor me zie is niet een herinnering via foto's, zoals dat beschreven wordt door Draaisma, want daar zijn geen foto's van. Maar al blijven het fragmenten, het is wel een dierbare herinnering aan onze jonge jaren.
Douwe is 6 dagen voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog geboren; zijn vader was gemobiliseerd en mocht één dag naar huis om zijn vrouw en pasgeboren zoon te zien. Mijn vader was toen gemobiliseerd als bemanning van een zoeklicht bij de verdediging van Vliegveld Bergen (NH), het eerste doel dat door de Duitse Luftwaffe werd aangevallen.

Uiteraard is niet alles stil blijven staan. We hebben allebei een gezin gesticht. We hebben elkaar niet heel vaak gezien. Ik heb veel familiedagen overgeslagen omdat ik die niet aankon. Er zijn goede en slechte tijden geweest. Ik ben in 1997 gescheiden, Douwe heeft in 1999 zijn vrouw Lammie naar haar laatste rustplaats moeten brengen. Met Lammie had ik ooit een gesprek over mijn positie in dat gezin, dat voor mij de kern raakte.

Als herinnering aan onze jeugdjaren koos ik een groep die, in eerste bezetting, ontstond omstreeks de tijd van onze fietstocht, The Animals (nl), met zanger Eric Burdon (nl) met zijn karakteristieke, krachtige stemgeluid en podiumpresentatie als blikvanger.
De song When I Was Young kan min of meer autobiografisch genoemd worden. Burdon's vader was soldaat in die moeilijke tijd. De jonge Eric groeide op in armoedige omstandigheden, zo in en vlak na de oorlog. Daar hebben wij ook nog wel iets van meegekregen. Ik vond een videoclip die een indruk geeft van de tijd en omgeving waarin Eric opgroeide - hij is geboren later dan Douwe en eerder dan ik.

The Animals - When I Was Young:


In Douwe's afscheidsdienst werd een lied gespeeld dat me aansprak, van een artiest waaraan ik gewoonlijk niet denk: Marco Borsato.

Marco Borsato - Breng Me Naar Het Water:




Wie mee wil doen met (of luisteren/kijken/lezen bij andere deelnemers) ZOZ: Zwijmelen op Zaterdag, vindt de links bij Melody.
Afleveringen t/m ZOZ347 vind je bij Trees, en de afleveringen t/m ZOZ260 vind je bij de oorspronkelijke initiatiefneemster Marja.