...en Niklas "logeert" hier ook. (v/h dwarsbongel.web-log.nl en niklas.web-log.nl)

28 februari 2021

210227 - Van schapen en bespiegelingen

Op de grote stille heide / dwaalt de herder eenzaam rond. Een klassiek lied over de Drentse heide.
Wij wouden wandelen en zoekend naar een goede omgeving kwamen we bij het Schapenpark Odoorn terecht.
Dit gebied kende ik vanwege het fietspad dat er door loopt, maar dat volgden we nu niet.


Zandpaden, eerst een stuk langs de bosrand, dan stonden we in het open veld en genoten van het weidse uitzicht.


Het schapenpark is ontstaan op de plek waar de novemberstorm van 1972 een groot deel van het bos heeft platgeslagen. Daarvan zijn nog restanten zichtbaar.


In het schapenpark heb ik deze keer geen schaap gezien, wel wandelaars. Dat zou met elkaar te maken kunnen hebben, want er zijn voorvallen gerapporteerd van wandelaars die zich agressief gedroegen als hun vrije doorgang even werd belemmerd door schapen. Sommige kuddes worden daarom in het weekend op stal gelaten in plaats van natuuronderhoud te plegen in het daartoe aangewezen gebied.


In deze gekke tijd met maatregelen ter bestrijding van een pandemie wordt je al gauw voor schaap uitgemaakt als je niet gelooft in allerlei bizarre complottheorieën, maar ik denk dat de lui die dat zo gemakkelijk roepen, zelf schapen zijn die in een andere kudde lopen. Mijn advies aan hen: Volg je herder, blaat rustig verder.


Een bijzondere plek in het landschap trok mijn aandacht al van verre. Het bleek een kuil, met water onderin.

Was dit nou een bomkrater uit de Tweede Wereldoorlog, of zo'n legendarische pingoruïne? Of gewoon op natuurlijke wijze ontstaan?


Hoe diep het water was, was niet te zien: het leek niet bepaald troebel, maar langs de kanten leek het vrij snel donkere diepten te verbergen.


Van veilge afstand werd goed in de gaten gehouden of hier niet een geheimzinnig monster of een ander eng iets op zou duiken uit de diepte om me te verslinden, want ik had de autosleutel bij me.


Ik knielde aan de rand van het water, zoals ooit Narcissus had gedaan, en mijn muze, Marijke, overzag dit van een afstandje en maakte een foto, indachtig dat bijzondere verhaal.
Nu heeft iemand mij wel eens verweten narcistisch te zijn, maar een echte psychoterapeuteraar heeft mij beroepshalve verzekerd dat dat niet past in mijn karakteromschrijving, dus durf ik deze pose met een gerust hart laten zien.
Ik probeerde nog om een foto te maken die zou laten zien wat Narcissus gezien zou hebben in mijn plaats, maar de oever was te modderig om dat met onbevlekte kleren te kunnen doen.


Ook de diepe gronden van dit stille water kwamen niet in beeld, wel de weerspiegeling van het in de wolken zijn vanwege deze wandeling met mijn muze met dit fraaie weer.


Bij een laatste blik achterom leken er aan de horizon bergen te zijn verrezen, die mij deden denken aan een dienstreis, waarbij ik door de Rhonevallei vloog en dacht wolken te zien, terwijl ik naar bergen keek.


Daarna spoedde ik me naar Marijke, die alvast was doorgelopen, en vonden we moeiteloos de weg terug naar ons vertrekpunt, begeleid door het zingen van vele vogels.

30 januari 2021

210130 - De wonderlijke reünie van een gedicht en een foto

Het Dal

Langer dan ik mij kan heugen
ben ik niet zover van huis geweest
mijn voeten hebben mij
gedragen naar dit kleine dal
waar zonlicht schaduw harder maakt
en boterbloemen gele warmte
geven aan het zompig gras

Achter de heuvel klinkt jouw stem
die mij naar huis toe roept
mijn pad voert langs
een knotwilg halverwege
de kerkklok in de toren
staat stil op vijf voor drie
niemand zegt hoe laat het is.

Foto ©1986 Franz Gittenberger; Gedicht ©1995 Gauke Zijlstra.


Mijn gedicht "Het Dal" is eind 1995 geschreven als huiswerkopdracht voor een poëziecursus. De opdracht was, om op basis van een afbeelding een gedicht te schrijven, en we konden kiezen uit een aantal foto´s en ansichtkaarten die de docente had uitgespreid op een tafel.
Deze foto sprak mij direct aan. De sfeer, de kleuren, een onbekende omgeving die warmte uitstraalde. Ik krabbelde op uit een moeilijke periode, vond rust uitgaan van dit beeld, en dit gedicht was het resultaat.

Helaas moest ik de ansichtkaart teruggegeven aan de docente, en ik had geen mogelijkheid om die in kleur te kopiëren. Vandaag zou je je smartphone pakken en een prachtige kleurenfoto maken. Het is goed bezien nog maar zo kort geleden, maar daarvan was toen nog geen sprake. Ook al werkte ik bij een internationaal bedrijf dat al mobiele telefoons op de markt bracht; die waren nog niet alom ingeburgerd en er foto´s mee maken was nog science fiction. Kleurenscanners en -printers waren nog zeldzaam, dus een zwart/wit fotokopie was het enige dat me restte. Die heeft lang boven dit gedicht op onze site gestaan.

Inmiddels is het mogelijk om met beeld te zoeken op internet, maar met mijn zwart/witfoto vond ik de kleurenfoto niet.
Door een verbouwing moesten we onze spullen herschikken, en zo vond ik een oud bestand terug over die poëzieles, met daarin de notitie: "Zeeland?". Gezocht naar VVV Zeeland, kwam ik op de Facebook pagina Zeelandvisit, waarvan ik als reactie kreeg dat het "vrijwel zeker Retranchement was, de singel rondom de vesting. (www.douwkerke.nl)."
Noorderling als ik ben, leek Douwkerke mij geschikt als Zeeuwse plaatsnaam, en Retrancement klonk militair-historisch. Toch kwam ik op juiste website: d´Ouwe Kerke in de plaats Retranchement, inderdaad een vroeger verdedigingswerk.

Ik herhaalde daar mijn vraag of het beeld bekend voorkwam.
Wie schetst mijn vreugde toen ik twee dagen later mijn e-mail opende met een bevestigend antwoord van de secretaris van de Stichting d´Ouwe Kerke, Peter de Koning, en bovendien had men de originele foto gevonden! Een foto uit 1986, "vermoedelijk gebruikt voor een ansichtkaart", als bijlage meegestuurd!

Vervolgens vroeg ik per e-mail of ook nog achterhaald kon worden wie de maker van die foto was. Ook daarop kwam een positief antwoord: Franz Gittenberger, met adresgegevens. Ik schreef een brief met het verzoek de foto te mogen gebruiken, met een voorbeeld hoe de combinatie van foto en gedicht er uit zou gaan zien.
Twee dagen later belde dhr. Gittenberger dat hij toestemming gaf, en dat er meer foto´s per post onderweg waren. Het werd een geanimeerd gesprek; we bleken niet zo heel veel te verschillen in leeftijd. De volgende dag kwam er een envelop met meer sfeervolle foto´s van Zeeuwse landschappen!
Zo vond een gedicht van 25 jaar oud z´n inspiratiebron, een foto van 35 jaar oud, terug.

"Het Dal" staat zonder afbeelding in mijn bundel uit 1999, "Hoeveel vormen kent vuur".
Bij het schrijven van een later gedicht werd ik op een bijzondere manier herinnerd aan "Het Dal". In 2000 werd ik uitgenodigd door de historisch/culturele Picardtclub van de Gemeente Coevorden om een gedicht te schrijven.
Die had een jaarlijkse zitting rond een thema, waarbij een "rijmprent" werd uitgegeven, de Picardtprent.
Het thema in 2000 was: "Het onbeschermde beschermd", ofwel: hoe bescherm je plaatselijke monumenten die geen Rijksmonument zijn? Dat vroeg om onderzoek ter plaatse, in de plaats waar ik 40 jaar eerder 3 jaar lang voortgezet onderwijs volgde, en heel andere interesses had.

Tijdens mijn rondwandelingen viel mij iets op: Coevorden had drie kerktorens, maar slechts één daarvan had een klok.
Daaraan kleeft een apart verhaal. De eerste keer dat ik bewust naar die klok keek, was het vijf voor drie. Een andere dag fotografeerde ik de toren, en zag pas op de afgedrukte foto´s dat de klok ook toen op vijf voor drie stond. Weer een andere dag stond ik op het grasveld achter het kasteel, en zag tot mijn verbazing dat de klok wéér op vijf voor drie stond. Dat staat in de toelichting op dat gedicht.
Op een foto staat logischerwijs een klok altijd stil. Nu had ik op drie momenten dezelfde lopende klok dezelfde tijd zien aangeven.

Jaren daarvoor had ik een andere klok dezelfde tijd zien aangeven, op de foto, die inspiratie was geweest voor dit gedicht, "Het Dal".
Toeval speelt zich af in je gedachten. De laatste drie zinnen van "Het Dal" luiden:

de kerkklok in de toren
staat stil op vijf voor drie
niemand zegt hoe laat het is.

De originele afbeelding van die toren heb ik teruggevonden, en ik weet nu waar die plek is, diagonaal in de andere hoek van ons land. Na 35 jaar ongetwijfeld veranderd, en Google Maps is maar behelpen; echt gaan kijken staat nu op ons wensenlijstje.

29 december 2020

201229 - Van waarschuwing, slagroom en suikerfabriek

Ik vond op Facebook een belangrijke waarschuwing, die ik graag wil delen:


Ik vind het een mooie hint hoe nep-info zich verspreidt over dit aardrijk middels verzinsels over geheime ontmoetingen en suggestieve verdachtmakingen zonder enige vorm van onderbouwing.

Ik kwam ik de prent tegen in de Facebook groep "Wij zijn vóór de corona-maatregelen".
De herkomst van de prent bleek een Amerikaanse site met een poëtische naam zoals je die alleen verwacht in het wilde westen: Tail Light Rebellion's Wild Party en is daar geplaatst door Tim Moat".

Van de merknamen die in het onderste gedeelte werden genoemd kende ik er niet een en wist dus niet wat die meneer allemaal bedacht had. Ik pikte er één uit om op te zoeken.
Niet de eerste, TANG, want dan zou ik ongetwijfeld uitkomen bij algemeen gangbaar handgereedschap.

Nu ben ik wel eens in een discussie verzeild geraakt over het verschijnsel dat, bijvoorbeeld, iemand een bepaald woord leest en vrijwel tegelijkertijd datzelfde woord hoort noemen op radio of TV, en welke betekenis je aan die coïncidentie moet hechten. Voor sommige mensen is dat een Signaal van Hogere Orde.
Voor mij is de diepere betekenis dat als je het woord niet net gelezen had, het horen ervan via dat andere medium je volkomen ontgaan zou zijn.

In dit geval had ik een ervaring die dit verschijnsel prachtig illustreerde. Mijn lief had een appeltaart gebakken die, als dat kan, haast nog lekkerder was dan eerdere keren. Tijdens mijn online-avonturen zette ze een kop koffie en een schoteltje appeltaart met slagroom bij me neer. Na een paar eerste slokken en happen ging ik even verder zoeken.

Mijn zoekopdracht werd de tweede term van het lijstje uitvindingen van meneer Mitchell: Cool Whip.
Het openen van die pagina was goed voor een lachbui, vanwege de eerste blik op de bijgaande afbeelding: een taartje met een dot (imitatie-)slagroom!


Ik was toch wel geïntrigeerd door het verschijnen in mijn blikveld van Dr. William A. "Bill" Mitchell. Hij blijkt een Amerikaanse voedingschemicus die tijdens zijn carrière meer dan 70 patenten ontving.
En ik las iets dat me erg aansprak: "Hij werd geboren in Raymond, Minnesota. Toen hij een tiener was, runde hij de suikerkristallisatietanks van de American Sugar Beet Company en sliep hij twee uur per nacht voordat hij naar school ging."
Meteen rook ik de geur weer die als 17-jarige dagelijks mijn neus teisterde als ik naar mijn eerste werkgever fietste, in de stad Groningen. Dan kwam ik langs de suikerfabriek Hoogkerk-Vierverlaten. Daar begon ik ongeveer tegelijk met de bietencampagne van 1960.


Op deze linkerfoto op de voorgrond de Kinderverlatenbrug (verlaat is Gronings voor sluis; de sluis was er in een ver verleden), 30 meter vanaf waar ik op mijn fiets stapte, en op de achtergrond de Suikerfabriek. Rechts de fabriek in actie; de rook sloeg vaak in de dikke walm neer op de straat aan deze kant van het Hoendiep, wat je soms het zicht en de adem ontnam. Veel bieten werden nog per schip aangevoerd.

Over TANG: het product verkocht voor geen meter, totdat NASA het ging gebruiken op bemande ruimtevluchten vanaf John Glenn's Mercury-vlucht in 1962. Daardoor ontstond de misvatting dat Tang was ontwikkeld voor het ruimteprogramma. Ook fake news dus.

04 december 2020

201203 - Van geloof, bekering en Sinterklaas

Ik ben gereformeerd opgevoed en later heb ik mij bekeerd tot het heidendom, tenminste, vanuit die opvoeding gezien.
Als je met dat gedachtengoed bent opgevoed, blijft er altijd iets van die sfeer hangen. Net als dat met andere opvoedingen het geval is, maar dan anders. Het maakt verschil of je opgevoed bent met de gedachte dat je je behoorlijk gedragen moet tegenover andere mensen, dat lijkt me bij de meeste bevolkingsgroepen vrij gangbaar.
Als je bent opgevoed met de gedachte dat er altijd en overal, licht of donker, in een ommuurde ruimte of in een bos, of op een open vlakte waar nergens leven te bespeuren is, een onzichtbare en ontastbare hogere macht op je loert of je je wel gedraagt volgens regels die in heel oude geschriften zouden zijn opgetekend door of namens die hogere macht, en als je buiten die lijntjes stapt, dat je dan na je dood eeuwig zult branden in een hels vuur, voelt dat toch best een beetje minder gemakkelijk.
Om die ellende na je dood te vermijden, en te belanden in een toestand van eeuwige gelukzaligheid, ligt de lat nogal hoog.

Ook is in die oude geschriften duidelijk omschreven hoe de aarde zou zijn ontstaan, en hoe we de wereld om ons heen moeten interpreteren. Zowel de weersomstandigheden, de fysieke omgeving, het gedrag van onszelf en de mensen om ons heen, als het gewoel der volkeren op aarde.
Ik heb geen theologie gestudeerd, maar wel stevig mijn best gedaan op het schrijven en bespreken van inleidingen voor onze gereformeerde jeugdverenigingen, en uiteraard is "de tale Kanaäns" diep ingesleten door het driemaal daags Bijbellezen aan tafel, de kerkdiensten en de catechisatie.

Er is groepsgewijs verschil in de interpretatie van die oude geschriften. De interpretatie verandert bij de meeste groepen ook met het verloop van de tijd, of misschien beter gezegd: met het toenemen van de algemene kennis die de wetenschap ons verschaft.
Waar men ooit dacht dat de zon om de aarde draaide, heeft men nu algemeen het inzicht dat het andersom is, mede door toedoen van steeds verder ontwikkelde techniek en wetenschap die hand in hand gaan.

Mijn weg door het leven leidde mij langs twijfels over de oprechtheid van de strenge lijn van opvoeders, leraren en geestelijken. Langs kennis die mij toeviel, en in strijd was met de oude geschriften en de uitleg van de opvoeders, leraren en geestelijken. Kennis die ook aannemelijker was dan die uitleg.
Kortom: de cocon waarin ik was opgevoed en opgegroeid werd steeds doorzichtiger, mijn gedachtenwereld vrijer en groter. Uiteindelijk kijk je van buitenaf naar de cocon waar je uit gekomen bent.
Je ziet dan dat de oude geschriften geschreven zijn in hun tijd, met de kennis van toen, met de denkwereld van toen. Tijd had een heel andere betekenis, net als andere maatschappelijke aspecten. Informatieoverdracht was oraal, en hoe nauwkeurig? Hoe interpreteer je een spectaculaire onweersbui als je die alleen kunt waarnemen, zonder de meteorologisch en natuurkundige kennis van nu?
Daar moet dan wel een hogere macht de hand in hebben, als je iets niet begrijpt, en vanuit die gedachte wordt een verklaring gezocht.
Zo zijn er in de oudheid veel verklaringen en verhalen ontstaan en in die oude geschriften terechtgekomen. Er zijn mensen die de kennis van toen een groter gehalte aan waarheid toedichten dan aan de hedendaagse wetenschap.

Het heeft mij ertoe gebracht het christelijke gedachtengoed achter mij te laten, mij er van te bevrijden zogezegd. Een oom, lid van de kerkeraad, zei dat het een groot verdriet voor mijn moeder zou zijn. Hij wist dat ik gelijk had toen ik antwoordde dat mijn moeder veel erger zou vinden als ik net zou doen alsof ik nog geloofde: voor haar was een hypocriet net zo erg als de in haar ogen vreselijke kwalificatie: Farizeeër!

Soms proberen mensen me nog te bekeren, maar die begrijpen iets niet. Ik trek graag de vergelijking met kinderen die ontdekken dat het Sinterklaasgebeuren anders in elkaar zit dan ze verteld is, en met allerlei vergezochte verklaringen bevestigd.
Zoals: dat een stokoude man in een lange jurk, met een hoge muts, op een paard over de schuine daken rijdt, zelfs als die besneeuwd zijn. Zijn knecht pleurt cadeautjes door de schoorsteen (die er tegenwoordig vaak niet eens meer is), en die landen fris en fruitig in een kinderschoen.

Als je de feiten eenmaal weet, kun je niet terug. Dat gaat niet van de ene dag op de andere, maar is uiteindelijk wel definitief. Dan heb je ontdekt dat je geest manipuleerbaar is, en flexibel in het accepteren van merkwaardige verhalen.

Liep ik al een paar dagen rond met deze gedachten, kwam ik vanmorgen de katalysator tegen om deze gedachten te formuleren en vast te leggen: een knipsel uit de Trouw van 6 jaar geleden, als herinnering gedeeld door mijn "domineef" Klaas op Facebook:

04 november 2020

201103 - De bovenkamer luchten in de Bovenlanden

Er zijn van die plekken in Nederland met een bepaalde aantrekkingskracht. Daar ga je naartoe als je bijvoorbeeld even de zinnen wilt verzetten of uitwaaien.
Gisteren was het uitstekend weer om uit te waaien: wisselend bewolkt maar droog en een aangename temperatuur, ondanks de stevige wind.
We zijn bezig onze zolder leeg te maken, omdat we volgens planning van de wooncorporatie binnenkort ons dak compleet wordt vervangen. Aangezien we, alweer 16 jaar geleden, twee huishoudens gecombineerd hebben, zijn er spullen die te dierbaar zijn om weg te doen, en dingen die nog niet zijn uitgezocht. Weken werk dus, om dat ordelijk te doen verlopen, en behoefte om er af en toe even tussenuit te gaan. In corona-tijd wordt dat dan een rondritje.
Bijna vanzelf komen we dan op een route naar het noorden, langs route's die ons nooit vervelen.
Zo kwamen we gisteren door de Laudermarke, en stopten voor een picknick in de auto in de buurt van Bourtange.


Verderop kwamen we uit bij het natuur- en waterbergingsgebied Bovenlanden, ergens tussen Bellingwolde en Klein Ulsda. Daar hebben we een poosje rondgescharreld, en genoten van de omgeving en de omstandigheden.


We klimmen naar het uitzichtpunt op de dijk. Aan de westkant het uitgestrekte landbouwgebied, dat bij een van onze vorige bezoeken een gele zee was van bloeiende koolzaadvelden, met veel bijenkasten.


Je komt de Bovenlanden binnen via een coupure in de dijk, die gesloten kan worden bij hoogwater. Je ziet hier de helft van het reservoir.


Naast het pad naar het uitzichtpunt staan overeenkomstig het jaargetijde een aantal paddestoelen.


Het is een aantrekkelijk gebied voor watervogels, maar daarbij is vanaf dit punt een verrekijker wel handig.


Als je een eindje het gebied in loopt, heb je een mooi doorkijkje naar deze plas. Het waaide toen wij er waren.


Verderop houdt de asfaltlaag op, en gaat het verder als min of meer verhard pad met twee sporen. In de verte zie je de buurtschap Booneschans, genoemd naar een verdedigingswerk uit de Tachtigjarige oorlog. Het ligt direct tegen de Duitse grens.


Terug naar het begin lopen we tegen de wind in. Het voelt wel lekker, omdat de temperatuur goed is. De luchten waren fraai. Het leek af en toe dreigend, maar we hebben geen drup regen gehad.


Het riet fungeert als indicator hoe hard het waait; de wind leek toe te nemen.


Terug bij het uitzichtpunt word ik nog even verwend met een paar prachtige jakobsladders, die velden in de verte een lichtgroene lentekleur geven.


We zijn lekker uitgewaaid en gaan met een bocht huiswaarts, zoveel mogelijk langs binnenwegen, en zijn net voor donker thuis.

03 november 2020

201103 - Waarheen een foto van een dikke dame je gedachten kan leiden

Ik vond een artikel dat me wel interesseerde. Dat ging ik lezen, en trof daarbij foto's aan van een van de genoemde personen. Nee, ik ga niet de spot drijven met haar omvang, maar er kwam spontaan uit de krochten van mijn herinnering het beeld op van mijn neef.
Hij was lang en dik en niet altijd even subtiel. Hij hield van grappen.
Als jonge vent had hij in een winkel gestaan, en vertelde graag hoe hij zich afreageerde over vervelende klanten zonder ze te beledigen. "Ja mevrouw, alstublieft mevrouw, dag mevrouw, prettige dag mevrouw!" en zodra de deur achter die mevrouw was dichtgevallen, hardop: "Stik, mevrouw!"
Later was hij kwaliteitsinspecteur voor een semi-overheidsdienst. Hij genoot zodanig van het goede des levens, dat zijn omvang indrukwekkende vormen had aangenomen. En daar ligt de link naar die foto. Hij maakte zelf de grap: "Nee, je kunt niet om mij heen zonder brood mee te nemen voor onderweg!".

De laatste keer dat ik mijn neef zag, was bij de begrafenis van zijn vader, die was overleden op de dag dat mijn moeder 90 zou zijn geworden. Hij hield een ontroerende toespraak, gevoeliger dan ik hem ooit meegemaakt had.
Zijn beginzin bestond uit vier woorden, die ik nooit zal vergeten: "Mijn vader is dood."

Een uur later stonden we bij het open graf, de helft van een dubbel graf waar zijn moeder al zes jaar lag. Op de plaats van dat open graf was 57 jaar daarvoor mijn vader begraven.
Mijn oom, die daar nu begraven werd, had mij gevraagd om dat dubbele graf, dat voor mijn ouders bestemd was geweest, te mogen gebruiken nu dat weer toegestaan was.

Deze dag was ook de eerste dag dat Marijke en ik begonnen aan een leven samen, na een periode met lastige verwikkelingen, en stonden we samen bij dat open graf.

Toen mijn neef die woorden spraak: "Mijn vader is dood.", wist hij dat hij zelf ook ziek was. Nog geen jaar later was hij dood, en herhaalde zijn oudste zoon zijn woorden.