Precies een week geleden was ik jarig. Behalve als het een lustrum is, vieren we dat niet in gezelschap maar met een uitstapje samen. Geïnspireerd door Buienradar trokken we noordwaarts, zoals we vaker doen, nu over de N366. Tot we het bord "Alteveer / Bourtange" zagen, en spontaan besloten om af te slaan, onder het zingen van een gemodificeerde zin uit een kerstlied: "Gij kwaamt van alzo Hoge / van Alteveer".
We gingen in Bourtange lunchen, een van onze favoriete plekken. Ik nam uit nostalgische overwegingen geen koffie, maar chocolademelk – in mijn jonge jaren, als het weer goed was, fietsten we met een groepje vriendjes en neefjes en nichtjes naar Haantjebak in de Emmerdennen, en mijn moeder nam dan een grote kan chocolademelk en een grote pan oliebollen in de fietstassen mee.
Bij de Bovenlanden waren er eindelijk weer eens koolzaadvelden in bloei. Daar moest een verjaardagsfoto gemaakt. Maar gelukkig heeft Marijke ook een selfie gemaakt van ons samen.
Vanaf de Bovenlanden reden we, zoals alweer een tijd mogelijk is, over de vernieuwde Boneschanskerbrug naar Nieuweschans, waarna we langs Oudezijl komen, waar de moeder van mijn moeder geboren is. Ik ben nog steeds nieuwsgierig in welk huis, en of dat er nog is.
Via Drieborg komen we langs de dijkdoorgang tussen de Stadspolder en de Reiderwolderpolder, met het huisje bovenop de dijk waarin materiaal is opgeslagen om bij extreem hoogwater de doorgang af te sluiten.
Zo komen we bij Nieuw Statenzijl, het sluizencomplex waar de Westerwoldse Aa, die de grens met Duitslan vormt, uitmondt in de Dollard. Hier vlakbij heeft Ede Staal een tijd gewoond en daaraan danken we zijn prachtige lied Nij Stoatenziel.
We maken een foto in het (teruggeplaatste) frame en scharrelen wat rond, bekijken de sluisdeuren en kijken over de Dollard in de richting van Emden, maar het is daar heiig. Je kunt hier ook zo Duitsland in fietsen.
Dat je hier aan de grens bent blijkt ook uit de Dijksteen. We lopen naar beneden, dezelfde route als de vistrap – er wordt hier veel onderzoek gedaan naar vismigratie. Beneden is er een smal houten pad naar de Kiekkaaste, vogelkijkhut. Terwijl we bij het begin stonden ging luidruchtig een grote vlucht brandganzen op de vleugels. Marijke maakte een foto terwijl ik dat filmde.
Wat je misschien niet verwacht op de klei in de Carel Coenraadpolder, zo langs de Dollard en de Wadden, zijn bloeiende bollenverden. Wij kwamen er langs op de Dallingweersterweg, net als af en toe een paar prachtig ontluikende abeelen.
De kerk van Termunten is van de Stichting Oude Groninger Kerken. We konden deze keer naar binnen en hebben die kans niet onbenut gelaten. Staande bij de kerk zie je tussen de huisjes, die naast de kerk zo klein lijken, de Dollarddijk.
Het interieur lijkt helder verlicht door de combinatie van witte muren en de hoge ramen. Nu ik de foto′s nog eens bekijk geeft de sfeer me zelfs een associatie met de kerken op Malta, met name de Carmelietenkerk in Valetta, die we bezocht hebben tijdens onze huwelijksreis.
Het orgel is een vervangend exemplaar, het oorsprokelijke is verloren gegaan naar ik meen door oorlogs- en natuurgeweld. De kerk heeft een lange geschiedenis van verkleining.
Marijke bleef in de kerkzaal, ik ging naar de toren, die je blijkens een bord bij de ingang mocht bezichtigen. Ik was onder de indruk van de klok, die je de hele toren door duidelijk maakte dat hij de tijd gestadig wegtikte. Toch hoorde ik zachtjes muziek van beneden, en later vertelde Marijke dat zij op de piano in de kerkzaal gespeeld had. Ik ben niet al te hoog geklommen, ik ben gestopt toen ik bij een trap kwam waar bovenaan tweemaal met grote letters stond: PAS OP!
Op weg naar beneden jeukten mijn handen om eens stevig aan dat touw te gaan hangen, dat uit de top van de toren tot op de eerste verdieping hing, maar het mededogen met de omwonenden, voor wie het een noodsignaal zou kunnen zijn, liet mijn verstand zegevieren.
Weer buiten gekomen, op weg naar de auto, heb ik nog een foto gemaakt van de zijkant van de kerk, waar een rij ronden vensters wordt afgesloten met een gleuf in een soortgelijk rond metselwerk. Elke keer vraag ik me af: wat zou het doel daarvan zijn?
Dan zijn we aan het eind van de middag gekomen en beginnen al een beetje trek te krijgen. Op een dag as deze past een iets uitbundiger maaltijd waar we zelf niet voor aan de slag hoeven. We waren het snel eens over onze eerstvolgende bestemming: Bussemaker in Exloo. Wederzijdse herkenning tussen ons en het personeel, en altijd smakelijk eten.
Een aangename afsluiting van een mooie dag, alvorens de laatste etappe naar huis te voltooien.
...en Niklas "logeert" hier ook. (v/h dwarsbongel.web-log.nl en niklas.web-log.nl)
Posts tonen met het label Streektaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Streektaal. Alle posts tonen
23 april 2025
21 februari 2022
220222 - Johan, ★ 8 juni 1946 - † 4 februari 2022
Als je bij Johan op bezoek was geweest, was zijn vaste afscheidsgroet: "Mooi da'j d'r waren!" 1
Johan was 11, ik was 14 toen we elkaar leerden kennen. Toen waren we ook ineens broers, want in juni 1957 trouwde mijn moeder met zijn vader. Hij was een van de negen kinderen van die vader, de op een na jongste. Ik was enig kind van mijn moeder.
Wij hadden tien jaar bij haar ouders gewoond, in het laatst alleen bij opa, een gepensioneerd hoofd ener School met den Bijbel.
Het was de overgang van een eigen kamertje, naar een slaapkamer waar vier jongens sliepen, en waar in dat huis zes tieners en twens hun huiswerk moesten doen, en voorbereidingen voor catechisatie, verenigingsleven en een muziekkorps.
Het was ook een cultuurschok: van een woning met een keurig onderhouden tuin, grenzend aan het bos, van een straat waar artsen, leraren, wethouders en een dominee woonden, naar het rommelige erf van een klompenmakerij in een agrarisch dorp.
Over opa's huis schreef ik al eens een blog, met een foto erbij waarop te zien is hoe opa's blauwe regen aan de gevel er nog was: 161102 - Familiedag, blauw bloed en sanitaire voorzieningen.
Het was geen grootse bruiloft. Als een oom, broer van mijn vader, geen kiekjes had gemaakt, waren er waarschijnlijk geen foto's geweest. Hij gaf mij later enkele negatieven.
Het gezin in nieuwe samenstelling ging op de foto, inclusief de partners van de oudste broer en zus en een kleinkind. Het kleinkind is anderhalf jaar jonger dan de jongste zoon. Ik zit links vooraan, Johan zit achter mij met zijn jongste broer.
We zijn nu 65 jaar verder. Op 4 februari is Johan overleden. Hij was van de broers en zussen degene waarmee ik het meeste heb opgetrokken en contact gehouden.
Van die 10 broers en zussen (ik incluis) is de helft nog over. Er is een foto die ongeveer halverwege tussen toen en nu gemaakt is, op een familiedag waarschijnlijk.
Het trof mij, toen ik de foto weer zag, dat de nog levenden er allemaal bij elkaar staan, de vier broers rechts en de achterste van de zussen.
Ik paste me aan, ik leerde Drents. Een van de eerste Drentse vertalingen die ik leerde, was, dat de Bijbelse jongelui Sadrach, Mesach en Abednego, in Aalden soms Zaodzak 2, Meelzak en Albert Negenoog werden genoemd.
Het meest trok ik op met Johan. De voorlaatste keer dat ik bij hem was, hadden we het nog weer eens over de Nebukadracekar. Dat was onze versie van een racefiets, waar we later nog een "zijspan" aan maakten. Die exotische naam was afgeleid van de Babylonische koning die Zaodzak, Meelzak en Albert Negenoog in het vuur liet gooien, omdat ze "niet umliek wollen". 3
Dat oude fietsje was een doortrapper. We hadden een keer een springschans gemaakt door een steigerplank tegen een bult zand op te leggen, ongeveer op de plek net achter waar hij op deze foto poseert. Toen nog zonder zijspan. Johan reed met een flinke gang tegen die plank op, maar helaas, geen kettingkast: zijn nieuwe spijkerbroek kwam tussen de ketting, en scheurde open van onder tot aan het kruis. Mam zag het gebeuren vanuit de kamer, en schaterde het uit.
Niet vanwege die broek herinnerde Johan zich, maar vanwege zijn beteuterde gezicht!
We hadden ons "geheime" hok gemaakt in de hanebalken van de keet waarin de klompenmakerij zat. Soms lagen we er een poos te lezen in cowboy- of detective romannetjes, of een exemplaar uit de stapel van het jeugdblad "Arend" waarop ik geabonneerd was geweest.
Daar hielden we ons schuil als Pap een persoonlijke onweersbui had. En daar was niet veel voor nodig.
Tussen Pap en mij was het al vrij snel misgelopen, en naarmate Johan opgroeide durfde hij ook meer weerwoord te geven.
Na het eten werd door Pap altijd een stuk uit de Bijbel gelezen. Dat ging hem niet altijd gemakkelijk af. Een keer bij een langdurige aarzeling van Pap, zei Johan: "Dik woord, sla maar over!"
's Zondagsmiddags vroeg Pap na het eten altijd aan een van ons, over welke tekst de dominee gepreekt had, dan las hij die tekst voor. Het was ook om te controleren of je wel naar de kerk geweest was en of je opgelet had.
Een keer toen Johan gespijbeld had, was zijn antwoord: "Dat ging over de zonde, hij was d'r vierkant tegen!"
Niet dat we onafscheidelijk waren, we hadden allebei onze eigen vriendenkring.
De andere broers en ik waren naar de LTS in Coevorden geweest. Dat was verder fietsen dan Emmen, maar die school stond beter aangeschreven. Johan ging naar de nieuwe, net geopende christelijke LTS in Emmen om het timmervak te leren.
Ik werkte toen al in Groningen en mocht om het andere weekend thuiskomen.
Johan ging bij de Marine, als beroeps. We schreven elkaar brieven in die tijd. We hadden allebei een rood tinneroy jack, Johan tekende zijn brieven met de afzender Roodjek. Maar de Marine beviel hem toch niet zo goed, en hij kreeg het voor elkaar om niet de volle tijd uit te hoeven dienen.
We hebben het pas ook nog gehad over onze fietsvakantie in die tijd. Ons eerste doel was Amsterdam. We kwamen de eerste dag maar halverwege, doordat Johan 's morgens pas thuiskwam uit dienst. We hebben bij een boerderij gevraagd of we in de hooischuur mochten slapen. Dat mocht, als we lucifers en aanstekers in bewaring gaven.
We zouden in Amsterdam naar een camping, maar de ouders van onze vriendin daar vonden het zo gezellig dat we de hele week gebleven zijn. De tent die ik voor die vakantie op de kop getikt had is ongebruikt gebleven. Die vriendin hadden we leren kennen doordat ze een keer in ons dorp logeerde, bij familie van haar Amsterdamse buren.
Het volgende reisdoel was Delfgauw, waar oudste zus Hennie woonde met haar gezin. We hebben die week Delft bekeken, ook het vrouwelijk schoon. Zo liepen we er achter een paar jongedames. Wij praatten Drents met elkaar, en hoorden de meisjes zeggen: "Hoor je dat, het zijn Duitsers!" Dat vonden ze blijkbaar eng.
Ook de terugweg naar Emmen haalden we niet in een keer. We hebben in een droge sloot geslapen, het was warm genoeg. En Johan sloeg nog een keer over de kop, hij slipte door een gleuf tussen de tegels van het slechte fietspad. Zijn fiets stond op de kop, op de plunjezak die overdwars op zijn bagagedrager zat, hij lag er naast. Zijn bezeerde knie heeft hij bezworen door hem in beweging te houden.
Daarna hadden we allebei ons werk, stichtten allebei ons eigen gezin. We zagen elkaar bij verjaardagen en dergelijke bijeenkomsten.
Pap had tegen het eind van zo'n avond de gewoonte om te gaan lopen scharrelen en aanstalten te maken om naar bed te gaan. Er waren een keer vroegere buren op bezoek, toen Pap ook met dat ritueel begon. Johan zei op een gegeven moment: "Kom vrouw, wij gaot hen bedde, de visite zal ook wel hen hoes willen!" 4 Die uitspraak is ook zo'n familieklassieker geworden.
De gezondheid van Tineke speelde een belangrijke rol, maar ik herinner me Tineke als een lieve, goedlachse en dappere vrouw die Johan goed weerwoord geven kon, maar ook makkelijk omging met zijn grappen en grollen.
Mijn huwelijk was minder bestendig, ik raakte met mezelf in de knoop en ben na 30 jaar gescheiden. Enkele jaren later vond ik Marijke.
Tineke was de eerste van de familie die mij met Marijke zag en ons binnen nodigde, toen we langs hun huis liepen op de terugweg van het kerkhof, waar ik op de verjaardag van mijn moeder altijd even naartoe ga.
Het verdriet van Johan, toen hij Tineke moest laten gaan, in november 2002.
Dan dat onverwachte telefoontje van Johan, in april 2003. Wat ik er van vond als hij een vriendin meenam naar mijn verjaardag. Hij had gemerkt dat sommige familieleden vonden dat hij er wel wat snel mee was.
Hij kende haar al langer en zij kende Tineke ook, vertelde hij. Aan zijn stem hoorde ik dat het goed was, en dat zei ik ook. Want als je iets goeds laat voorbijgaan op het moment dat het er is, ben je het misschien voorgoed kwijt.
Dat de combinatie Rika en Johan goed was is voor iedereen duidelijk. Twee mensen met allebei groot verdriet in hun bagage, die er samen iets moois van hebben gemaakt.
En dat eindigt nu op deze droevige manier, en Rika blijft weer alleen achter.
De afscheidsdienst was in kerkgebouw Ichthus. In de tijd dat mijn moeder en ik bij opa en oma woonden, is dat gebouwd en kwam ik er elke zondag. Pas een paar jaar geleden ontdekte ik dat de architect een neef van mijn moeder was, die ook de kerk in Aalden ontworpen heeft, waar de huwelijksfoto va Pap en Mam gemaakt is. Johan was actief in het kerkelijke gebeuren. Hij zong in het koor, net als Mam vroeger. En in de dienst refereerde de dominee er aan, dat alles wat je daar zag dat van hout was, door Johan was gemaakt.
De laatste keer heb ik een poos naast Johans bed gezeten. Hand in hand.
Tot hij zijn hand terughaalde: hij had het zo warm.
Terwijl ik daaraan terugdenk zie ik zijn gezicht voor me, met die schalkse blik van hem, en hoorde hem in gedachten zeggen: "'t Was ook allèn maar umda'j zukke lekker kôlle handen hadden!" 5
Het blijkt de laatste keer te zijn geweest, en ook toen zei Johan: "Mooi da'j d'r waren!"
Het was ons definitieve afscheid, en ik zeg: "Johan, mooi da'j d'r waren!"
Zonder jou was voor mij het leven minder kleurrijk geweest. En je bent de enige geweest die er een keer tussen sprong toen Pap me onterecht beschuldigde. Je was voor mij het dichtste bij in dat nieuwe gezin en heel vaak een lichtpunt in die moeilijke periode.
Maar je andere afscheidsgroet: "Maol naokommen" 6, hoop ik nog een poosje uit te stellen.
1 Fijn dat je er was.
2 zak met gedorst graan.
3 omdat ze niet wilden gehoorzamen.
4 Kom vrouw, we gaan naar bed, het bezoek zal ook wel naar huis willen.
5 't Was ook alleen omdat je zulke lekker koude handen had!
6 Kom nog een keer weer, of: kom ook eens bij ons.
Johan was 11, ik was 14 toen we elkaar leerden kennen. Toen waren we ook ineens broers, want in juni 1957 trouwde mijn moeder met zijn vader. Hij was een van de negen kinderen van die vader, de op een na jongste. Ik was enig kind van mijn moeder.
Wij hadden tien jaar bij haar ouders gewoond, in het laatst alleen bij opa, een gepensioneerd hoofd ener School met den Bijbel.
Het was de overgang van een eigen kamertje, naar een slaapkamer waar vier jongens sliepen, en waar in dat huis zes tieners en twens hun huiswerk moesten doen, en voorbereidingen voor catechisatie, verenigingsleven en een muziekkorps.
Het was ook een cultuurschok: van een woning met een keurig onderhouden tuin, grenzend aan het bos, van een straat waar artsen, leraren, wethouders en een dominee woonden, naar het rommelige erf van een klompenmakerij in een agrarisch dorp.
Over opa's huis schreef ik al eens een blog, met een foto erbij waarop te zien is hoe opa's blauwe regen aan de gevel er nog was: 161102 - Familiedag, blauw bloed en sanitaire voorzieningen.
Het was geen grootse bruiloft. Als een oom, broer van mijn vader, geen kiekjes had gemaakt, waren er waarschijnlijk geen foto's geweest. Hij gaf mij later enkele negatieven.
Het gezin in nieuwe samenstelling ging op de foto, inclusief de partners van de oudste broer en zus en een kleinkind. Het kleinkind is anderhalf jaar jonger dan de jongste zoon. Ik zit links vooraan, Johan zit achter mij met zijn jongste broer.
We zijn nu 65 jaar verder. Op 4 februari is Johan overleden. Hij was van de broers en zussen degene waarmee ik het meeste heb opgetrokken en contact gehouden.
Van die 10 broers en zussen (ik incluis) is de helft nog over. Er is een foto die ongeveer halverwege tussen toen en nu gemaakt is, op een familiedag waarschijnlijk.
Het trof mij, toen ik de foto weer zag, dat de nog levenden er allemaal bij elkaar staan, de vier broers rechts en de achterste van de zussen.
Ik paste me aan, ik leerde Drents. Een van de eerste Drentse vertalingen die ik leerde, was, dat de Bijbelse jongelui Sadrach, Mesach en Abednego, in Aalden soms Zaodzak 2, Meelzak en Albert Negenoog werden genoemd.
Het meest trok ik op met Johan. De voorlaatste keer dat ik bij hem was, hadden we het nog weer eens over de Nebukadracekar. Dat was onze versie van een racefiets, waar we later nog een "zijspan" aan maakten. Die exotische naam was afgeleid van de Babylonische koning die Zaodzak, Meelzak en Albert Negenoog in het vuur liet gooien, omdat ze "niet umliek wollen". 3
Dat oude fietsje was een doortrapper. We hadden een keer een springschans gemaakt door een steigerplank tegen een bult zand op te leggen, ongeveer op de plek net achter waar hij op deze foto poseert. Toen nog zonder zijspan. Johan reed met een flinke gang tegen die plank op, maar helaas, geen kettingkast: zijn nieuwe spijkerbroek kwam tussen de ketting, en scheurde open van onder tot aan het kruis. Mam zag het gebeuren vanuit de kamer, en schaterde het uit.
Niet vanwege die broek herinnerde Johan zich, maar vanwege zijn beteuterde gezicht!
We hadden ons "geheime" hok gemaakt in de hanebalken van de keet waarin de klompenmakerij zat. Soms lagen we er een poos te lezen in cowboy- of detective romannetjes, of een exemplaar uit de stapel van het jeugdblad "Arend" waarop ik geabonneerd was geweest.
Daar hielden we ons schuil als Pap een persoonlijke onweersbui had. En daar was niet veel voor nodig.
Tussen Pap en mij was het al vrij snel misgelopen, en naarmate Johan opgroeide durfde hij ook meer weerwoord te geven.
Na het eten werd door Pap altijd een stuk uit de Bijbel gelezen. Dat ging hem niet altijd gemakkelijk af. Een keer bij een langdurige aarzeling van Pap, zei Johan: "Dik woord, sla maar over!"
's Zondagsmiddags vroeg Pap na het eten altijd aan een van ons, over welke tekst de dominee gepreekt had, dan las hij die tekst voor. Het was ook om te controleren of je wel naar de kerk geweest was en of je opgelet had.
Een keer toen Johan gespijbeld had, was zijn antwoord: "Dat ging over de zonde, hij was d'r vierkant tegen!"
Niet dat we onafscheidelijk waren, we hadden allebei onze eigen vriendenkring.
De andere broers en ik waren naar de LTS in Coevorden geweest. Dat was verder fietsen dan Emmen, maar die school stond beter aangeschreven. Johan ging naar de nieuwe, net geopende christelijke LTS in Emmen om het timmervak te leren.
Ik werkte toen al in Groningen en mocht om het andere weekend thuiskomen.
Johan ging bij de Marine, als beroeps. We schreven elkaar brieven in die tijd. We hadden allebei een rood tinneroy jack, Johan tekende zijn brieven met de afzender Roodjek. Maar de Marine beviel hem toch niet zo goed, en hij kreeg het voor elkaar om niet de volle tijd uit te hoeven dienen.
We hebben het pas ook nog gehad over onze fietsvakantie in die tijd. Ons eerste doel was Amsterdam. We kwamen de eerste dag maar halverwege, doordat Johan 's morgens pas thuiskwam uit dienst. We hebben bij een boerderij gevraagd of we in de hooischuur mochten slapen. Dat mocht, als we lucifers en aanstekers in bewaring gaven.
We zouden in Amsterdam naar een camping, maar de ouders van onze vriendin daar vonden het zo gezellig dat we de hele week gebleven zijn. De tent die ik voor die vakantie op de kop getikt had is ongebruikt gebleven. Die vriendin hadden we leren kennen doordat ze een keer in ons dorp logeerde, bij familie van haar Amsterdamse buren.
Het volgende reisdoel was Delfgauw, waar oudste zus Hennie woonde met haar gezin. We hebben die week Delft bekeken, ook het vrouwelijk schoon. Zo liepen we er achter een paar jongedames. Wij praatten Drents met elkaar, en hoorden de meisjes zeggen: "Hoor je dat, het zijn Duitsers!" Dat vonden ze blijkbaar eng.
Ook de terugweg naar Emmen haalden we niet in een keer. We hebben in een droge sloot geslapen, het was warm genoeg. En Johan sloeg nog een keer over de kop, hij slipte door een gleuf tussen de tegels van het slechte fietspad. Zijn fiets stond op de kop, op de plunjezak die overdwars op zijn bagagedrager zat, hij lag er naast. Zijn bezeerde knie heeft hij bezworen door hem in beweging te houden.
Daarna hadden we allebei ons werk, stichtten allebei ons eigen gezin. We zagen elkaar bij verjaardagen en dergelijke bijeenkomsten.
Pap had tegen het eind van zo'n avond de gewoonte om te gaan lopen scharrelen en aanstalten te maken om naar bed te gaan. Er waren een keer vroegere buren op bezoek, toen Pap ook met dat ritueel begon. Johan zei op een gegeven moment: "Kom vrouw, wij gaot hen bedde, de visite zal ook wel hen hoes willen!" 4 Die uitspraak is ook zo'n familieklassieker geworden.
De gezondheid van Tineke speelde een belangrijke rol, maar ik herinner me Tineke als een lieve, goedlachse en dappere vrouw die Johan goed weerwoord geven kon, maar ook makkelijk omging met zijn grappen en grollen.
Mijn huwelijk was minder bestendig, ik raakte met mezelf in de knoop en ben na 30 jaar gescheiden. Enkele jaren later vond ik Marijke.
Tineke was de eerste van de familie die mij met Marijke zag en ons binnen nodigde, toen we langs hun huis liepen op de terugweg van het kerkhof, waar ik op de verjaardag van mijn moeder altijd even naartoe ga.
Het verdriet van Johan, toen hij Tineke moest laten gaan, in november 2002.
Dan dat onverwachte telefoontje van Johan, in april 2003. Wat ik er van vond als hij een vriendin meenam naar mijn verjaardag. Hij had gemerkt dat sommige familieleden vonden dat hij er wel wat snel mee was.
Hij kende haar al langer en zij kende Tineke ook, vertelde hij. Aan zijn stem hoorde ik dat het goed was, en dat zei ik ook. Want als je iets goeds laat voorbijgaan op het moment dat het er is, ben je het misschien voorgoed kwijt.
Dat de combinatie Rika en Johan goed was is voor iedereen duidelijk. Twee mensen met allebei groot verdriet in hun bagage, die er samen iets moois van hebben gemaakt.
En dat eindigt nu op deze droevige manier, en Rika blijft weer alleen achter.
De afscheidsdienst was in kerkgebouw Ichthus. In de tijd dat mijn moeder en ik bij opa en oma woonden, is dat gebouwd en kwam ik er elke zondag. Pas een paar jaar geleden ontdekte ik dat de architect een neef van mijn moeder was, die ook de kerk in Aalden ontworpen heeft, waar de huwelijksfoto va Pap en Mam gemaakt is. Johan was actief in het kerkelijke gebeuren. Hij zong in het koor, net als Mam vroeger. En in de dienst refereerde de dominee er aan, dat alles wat je daar zag dat van hout was, door Johan was gemaakt.
De laatste keer heb ik een poos naast Johans bed gezeten. Hand in hand.
Tot hij zijn hand terughaalde: hij had het zo warm.
Terwijl ik daaraan terugdenk zie ik zijn gezicht voor me, met die schalkse blik van hem, en hoorde hem in gedachten zeggen: "'t Was ook allèn maar umda'j zukke lekker kôlle handen hadden!" 5
Het blijkt de laatste keer te zijn geweest, en ook toen zei Johan: "Mooi da'j d'r waren!"
Het was ons definitieve afscheid, en ik zeg: "Johan, mooi da'j d'r waren!"
Zonder jou was voor mij het leven minder kleurrijk geweest. En je bent de enige geweest die er een keer tussen sprong toen Pap me onterecht beschuldigde. Je was voor mij het dichtste bij in dat nieuwe gezin en heel vaak een lichtpunt in die moeilijke periode.
Maar je andere afscheidsgroet: "Maol naokommen" 6, hoop ik nog een poosje uit te stellen.
1 Fijn dat je er was.
2 zak met gedorst graan.
3 omdat ze niet wilden gehoorzamen.
4 Kom vrouw, we gaan naar bed, het bezoek zal ook wel naar huis willen.
5 't Was ook alleen omdat je zulke lekker koude handen had!
6 Kom nog een keer weer, of: kom ook eens bij ons.
19 december 2021
211219 Dikke brilleglazen, andere kijk op het verleden
Kijkend naar Daar was laatst op RTV Drenthe, met vader en dochter Harm en Willemien Dijkstra, hoorde ik een bekende naam noemen uit een, voor mij, ver verleden: Roelof Sieben.
Drie jaar lang, van 1957 tot 1960, woonde ik tegenover hem, met zijn Winkel van Sinkel, zoals wij dat wel eens noemden. Een beetje vreemde man vond ik, waar ik niet meer contact mee gehad heb dan dat ik er een of twee keren in de winkel geweest ben. Een beetje morsige man met van die hele dikke brilleglazen.
Pas nu ontdek ik dat hij schrijver was, en dat we allebei in dat dikke boek staan: Drentse Literatuurgeschiedenis deel ll – Waor roet en blommen wortel schiet in ’t veld van dr. Henk Nijkeuter over de naoorlogse geschiedenis van de Drentse letterkunde.
Zo zie je maar weer, dat je het verleden wel kunt vergeten, maar dat het verleden jou niet vergeet, en hoe je dan soms iets te weten kunt komen waarvan je in de verste verte geen vermoeden had.
De puber die ik toen was had nooit gedacht dat hij schrijven als hobby had, met zijn slechte gezichtsvermogen (hij blijkt geleden te hebben aan een progressieve oogziekte), en dat hij ooit iets anders gedaan had dan die winkel runnen, en dat hij ooit ergens anders gewoond had dan in Aalden… (voor outsiders: Aalden en Zweeloo worden vaak samen Zweeloo genoemd)
Roelof Sieben bleek veel aan te merken te hebben op het "onechte Drentse volkslied", dat begint met "Ik heb u lief mijn heerlijk landje", iets dat een oprechte Drent nooit zo zou zeggen, en waarvan de schrijver, Jan Uilenberg, nadien ook nog een besmet blazoen kreeg: fout in de oorlog.
Op de Groen van Prinstererschool in Emmen hebben we het wel geleerd - meester Garssen, iemand met altijd een twinkeling in de ogen, zei een keer tegen een klasgenoot: "Ik heb het wel gehoord, Joop, jij zong: ik heb u lief mijn heerlijk Antje!"
Naar verluidt is Antje later in Aalden gaan wonen, maar niet met Joop..
Drie jaar lang, van 1957 tot 1960, woonde ik tegenover hem, met zijn Winkel van Sinkel, zoals wij dat wel eens noemden. Een beetje vreemde man vond ik, waar ik niet meer contact mee gehad heb dan dat ik er een of twee keren in de winkel geweest ben. Een beetje morsige man met van die hele dikke brilleglazen.
Pas nu ontdek ik dat hij schrijver was, en dat we allebei in dat dikke boek staan: Drentse Literatuurgeschiedenis deel ll – Waor roet en blommen wortel schiet in ’t veld van dr. Henk Nijkeuter over de naoorlogse geschiedenis van de Drentse letterkunde.
Zo zie je maar weer, dat je het verleden wel kunt vergeten, maar dat het verleden jou niet vergeet, en hoe je dan soms iets te weten kunt komen waarvan je in de verste verte geen vermoeden had.
De puber die ik toen was had nooit gedacht dat hij schrijven als hobby had, met zijn slechte gezichtsvermogen (hij blijkt geleden te hebben aan een progressieve oogziekte), en dat hij ooit iets anders gedaan had dan die winkel runnen, en dat hij ooit ergens anders gewoond had dan in Aalden… (voor outsiders: Aalden en Zweeloo worden vaak samen Zweeloo genoemd)
Roelof Sieben bleek veel aan te merken te hebben op het "onechte Drentse volkslied", dat begint met "Ik heb u lief mijn heerlijk landje", iets dat een oprechte Drent nooit zo zou zeggen, en waarvan de schrijver, Jan Uilenberg, nadien ook nog een besmet blazoen kreeg: fout in de oorlog.
Op de Groen van Prinstererschool in Emmen hebben we het wel geleerd - meester Garssen, iemand met altijd een twinkeling in de ogen, zei een keer tegen een klasgenoot: "Ik heb het wel gehoord, Joop, jij zong: ik heb u lief mijn heerlijk Antje!"
Naar verluidt is Antje later in Aalden gaan wonen, maar niet met Joop..
07 december 2021
211207 - Stem
Schrijven is iets waarin je je ei kwijt kunt, en plezier aan beleeft.
Je krijgt een bericht onder ogen, waarin gevraagd wordt om een verhaal te schrijven van maximaal 500 woorden, met als thema de stem van je vader of je moeder.
Dan denk je aan dat kleine fotootje waar je als baby bij je vader op de arm zit.
Hij heeft je zijn pet opgezet. Het is de enige foto waar jullie samen op staan, een paar maanden later was hij dood.
Je realiseert je dat je zijn stem moet hebben gehoord.
Die moet ergens heel diep in jouw vroegste, onbewuste herinneringen verborgen zijn.
Je probeert zijn stem te reconstrueren door de herinneringen aan de stemmen van zijn drie broers en je opa naar voren te halen.
Bij alle vier zit er een Groningse klankkleur in, bij opa ook een Friese.
Je weet uit nagelaten brieven aan je moeder, dat hij tussen het ouderwetse, toen correcte Nederlands nog wel eens een opmerking of grap in het Gronings schreef.
Het lukt niet, je krijgt geen letter op papier. En de deadline is gepasseerd.
Je krijgt een bericht onder ogen, waarin gevraagd wordt om een verhaal te schrijven van maximaal 500 woorden, met als thema de stem van je vader of je moeder.
Dan denk je aan dat kleine fotootje waar je als baby bij je vader op de arm zit.
Hij heeft je zijn pet opgezet. Het is de enige foto waar jullie samen op staan, een paar maanden later was hij dood.
Je realiseert je dat je zijn stem moet hebben gehoord.
Die moet ergens heel diep in jouw vroegste, onbewuste herinneringen verborgen zijn.
Je probeert zijn stem te reconstrueren door de herinneringen aan de stemmen van zijn drie broers en je opa naar voren te halen.
Bij alle vier zit er een Groningse klankkleur in, bij opa ook een Friese.
Je weet uit nagelaten brieven aan je moeder, dat hij tussen het ouderwetse, toen correcte Nederlands nog wel eens een opmerking of grap in het Gronings schreef.
Het lukt niet, je krijgt geen letter op papier. En de deadline is gepasseerd.
Labels:
Familie,
Foto,
herinnering,
Leven,
Streektaal,
Taal
19 september 2019
190916 - Verslag van een zwerfdag
Vlak voordat we vertrokken werd een prachtig boeket bezorgd voor de jarige Marijke.
Onze eerste halte was vesting Bourtange.
We trakteerden onszelf op cappuccino met appelgebak als lunch. Gelukkig was hier horeca open op maandag.
We zijn hier al vaak geweest, het blijft ons trekken. Een rosmolen en een standerdmolen vind je hier vlak bij elkaar; indrukwekkende voorbeelden van oude techniek. Marijke ontdekte dat de mevrouw waar ze ooit stekjes van kaasjeskruid van kreeg er nog steeds woont.
Nog even mijmeren op de brug over de vestinggracht, en we gaan weer op weg. Waarheen?
We sloegen een weg in waar we nog niet eerder waren geweest. Het was een heerlijk rustige omgeving. Uiteindelijk reden we op smalle landbouwweggetjes, tot het opeens overging in een zandweg. Hm, goed berijdbaar en na zo'n 100 meter leken we weer op een andere weg uit te komen. Dat klopte ook, maar de straatnaambordjes waren ineens in het Duits. Nou ja, leve Schengen. Ook hier eerst een tijdje landbouweggetjes.
We kwamen wel weer "in de bewoonde wereld" uit, en na een paar keer op de gok een richting gekozen te hebben, zagen we wegwijzers richting Bunde. Die volgden we, en vervolgens reden we via Nieuweschans en Drieborg door de Groninger polders naar Nieuw Statenzijl, of op z'n Gronings, Nij Stoatenziel. Ook al zo'n vertrouwde locatie voor ons, die altijd weer boeit. De spuisluizen die belangrijk zijn voor de waterhuishouding.
Het is een flinke klim, maar als je boven bent zijn mooie vergezichten de beloning.
Landinwaarts zie je tussen de landerijen de Westerwoldse Aa, die de grens vormt tussen Nederland en Duitsland, de andere kant op kijk je uit over de Dollard.
Hier bovenop de dijk staat ook de liedtekst te lezen van Ede Staal over deze plek. Marijke kiekte me toen ik de clip opzocht, die je nergens beter kunt beluisteren dan hier.
Nij Stoatenziel - Ede Staal:
Nog even een geintje, of experiment: aan de overkant van de Dollard ligt Emden, een Duitse haven en industriestad. Daar zie je grote schepen, waar je zonder verrekijker geen details van kunt onderscheiden. Een van die schepen heb ik gefotografeerd via de verrekijker, en zag dat er GLOVIS op stond, een Koreaanse rederij.
Op een dijk bij de sluis is een "Waaiboei" geplaatst: hoe harder het waait, hoe verder die meebuigt met de wind.
Toen stonden we voor de keuze wat we verder zouden doen, het was inmiddels omstreeks vier uur. We zouden naar Lauwersoog kunnen gaan om een visje te eten, met het risico dat daar op maandag alles dicht zou zijn.
We kozen voor Noordpolderzijl, waar vrijwel zeker het enige café gesloten zou zijn, maar ook zo'n omgeving die nooit verveelt, en dan maar verder zien.
Gelukkig lijken de ambities om hier een toeristische attractie van te maken in de doofpot beland, want dat zou dodelijk zijn voor deze plek waar je zo heerlijk tot rust kunt komen en even de sleur en drukte ontvluchten. Weids uitzicht vanaf de dijk over het Groninger land, en over de kwelders en het Wad.
Natuurlijk een verjaardagsfoto met de getijdehaven en de kwelders.
Met aan de ene kant de haven, waarschijnlijk het begin van opkomend tij, en vogels die op het slik uitrusten. Aan het eind zou je zó de blubber in kunnen lopen, wat gezien de sporen net gedaan is door een groep kinderen die we zagen toen we aan kwamen rijden. Die zijn zeker een stukje wezen wadlopen, er waren begeleiders bij. Aan de andere kant de kwelder met koeien en paarden.
Als je bij goed zicht over de kwelder kijkt, kun je het Duitse eiland Borkum zien, dat helemaal volgebouwd lijkt met torenflats om toeristen te herbergen… Brrr!
Laten we het hier maar mooi rustig bij koetjes en kalfjes houden. Zo te zien houden sommige koeien ook van wadlopen.
Café 't Zielhoes was inderdaad gesloten, maar de sfeer er omheen is geruststellend. We werden begroet met een bloemenweelde, en op de muur zat een vlinder te genieten van het nazomerzonnetje.
Na hier weer lekker te hebben lopen lanterfanten en genieten, was het eigenlijk ook wel genoeg. We besloten naar huis te gaan nadat we wat gegeten zouden hebben. De stad Groningen lag op onze route, en we wisten zeker dat Ikea open was, dus besloten we daar te dineren. Dat was, op het laatste eindje rijden na, het slot van een mooie dag. En dat terwijl Marijke 's morgens nog gezegd had: zullen we de hele dag in bed blijven? Maar ik denk dat dat een geintje was...
Onze eerste halte was vesting Bourtange.
We trakteerden onszelf op cappuccino met appelgebak als lunch. Gelukkig was hier horeca open op maandag.
We zijn hier al vaak geweest, het blijft ons trekken. Een rosmolen en een standerdmolen vind je hier vlak bij elkaar; indrukwekkende voorbeelden van oude techniek. Marijke ontdekte dat de mevrouw waar ze ooit stekjes van kaasjeskruid van kreeg er nog steeds woont.
Nog even mijmeren op de brug over de vestinggracht, en we gaan weer op weg. Waarheen?
We sloegen een weg in waar we nog niet eerder waren geweest. Het was een heerlijk rustige omgeving. Uiteindelijk reden we op smalle landbouwweggetjes, tot het opeens overging in een zandweg. Hm, goed berijdbaar en na zo'n 100 meter leken we weer op een andere weg uit te komen. Dat klopte ook, maar de straatnaambordjes waren ineens in het Duits. Nou ja, leve Schengen. Ook hier eerst een tijdje landbouweggetjes.
We kwamen wel weer "in de bewoonde wereld" uit, en na een paar keer op de gok een richting gekozen te hebben, zagen we wegwijzers richting Bunde. Die volgden we, en vervolgens reden we via Nieuweschans en Drieborg door de Groninger polders naar Nieuw Statenzijl, of op z'n Gronings, Nij Stoatenziel. Ook al zo'n vertrouwde locatie voor ons, die altijd weer boeit. De spuisluizen die belangrijk zijn voor de waterhuishouding.
Voor mensen die geen Nedersaksisch (Gronings, Drents etc.) kennen: ziel is de uitspraak van zijl, dat is een sluis.
Het is een flinke klim, maar als je boven bent zijn mooie vergezichten de beloning.
Landinwaarts zie je tussen de landerijen de Westerwoldse Aa, die de grens vormt tussen Nederland en Duitsland, de andere kant op kijk je uit over de Dollard.
Hier bovenop de dijk staat ook de liedtekst te lezen van Ede Staal over deze plek. Marijke kiekte me toen ik de clip opzocht, die je nergens beter kunt beluisteren dan hier.
Nij Stoatenziel - Ede Staal:
Nog even een geintje, of experiment: aan de overkant van de Dollard ligt Emden, een Duitse haven en industriestad. Daar zie je grote schepen, waar je zonder verrekijker geen details van kunt onderscheiden. Een van die schepen heb ik gefotografeerd via de verrekijker, en zag dat er GLOVIS op stond, een Koreaanse rederij.
Op een dijk bij de sluis is een "Waaiboei" geplaatst: hoe harder het waait, hoe verder die meebuigt met de wind.
Toen stonden we voor de keuze wat we verder zouden doen, het was inmiddels omstreeks vier uur. We zouden naar Lauwersoog kunnen gaan om een visje te eten, met het risico dat daar op maandag alles dicht zou zijn.
We kozen voor Noordpolderzijl, waar vrijwel zeker het enige café gesloten zou zijn, maar ook zo'n omgeving die nooit verveelt, en dan maar verder zien.
Gelukkig lijken de ambities om hier een toeristische attractie van te maken in de doofpot beland, want dat zou dodelijk zijn voor deze plek waar je zo heerlijk tot rust kunt komen en even de sleur en drukte ontvluchten. Weids uitzicht vanaf de dijk over het Groninger land, en over de kwelders en het Wad.
Natuurlijk een verjaardagsfoto met de getijdehaven en de kwelders.
Met aan de ene kant de haven, waarschijnlijk het begin van opkomend tij, en vogels die op het slik uitrusten. Aan het eind zou je zó de blubber in kunnen lopen, wat gezien de sporen net gedaan is door een groep kinderen die we zagen toen we aan kwamen rijden. Die zijn zeker een stukje wezen wadlopen, er waren begeleiders bij. Aan de andere kant de kwelder met koeien en paarden.
Als je bij goed zicht over de kwelder kijkt, kun je het Duitse eiland Borkum zien, dat helemaal volgebouwd lijkt met torenflats om toeristen te herbergen… Brrr!
Laten we het hier maar mooi rustig bij koetjes en kalfjes houden. Zo te zien houden sommige koeien ook van wadlopen.
Café 't Zielhoes was inderdaad gesloten, maar de sfeer er omheen is geruststellend. We werden begroet met een bloemenweelde, en op de muur zat een vlinder te genieten van het nazomerzonnetje.
Na hier weer lekker te hebben lopen lanterfanten en genieten, was het eigenlijk ook wel genoeg. We besloten naar huis te gaan nadat we wat gegeten zouden hebben. De stad Groningen lag op onze route, en we wisten zeker dat Ikea open was, dus besloten we daar te dineren. Dat was, op het laatste eindje rijden na, het slot van een mooie dag. En dat terwijl Marijke 's morgens nog gezegd had: zullen we de hele dag in bed blijven? Maar ik denk dat dat een geintje was...
13 juli 2019
190713 - ZOZ - Van QR-codes en wandelen
Deze keer een lied dat zich op een bijzondere manier aan mij presenteerde, en zelf zorgde dat ik het niet vergat. Het gaat wel gepaard met wat context.
Ik was uitgenodigd voor de presentatie / opening van het tweede deel van het project Ontmoetingsverhalen. Daarbij worden wandelroute's uitgezet door een dorp of woonwijk in de Gemeente Emmen, aan de hand van verhalen van de bewoners.
De wijk Emmerhout heeft twee routes: het zou te lang worden, en een deel gaat over (bos)paden. De wijk is als het ware deels in het bos gebouwd. Er is een boekje met de verhalen en de routekaart, maar je kunt de route ook volgen en de verhalen beluisteren middels je smartphone en QR-codes op bordjes langs de route.
Ik woon helemaal diagonaal aan de andere kant van Emmen, waarom ik was uitgenodigd? In het boekje is een foto geplaatst die ik gemaakt heb van de verwoestingen die de novemberstorm van 1972 had aangericht; ik woonde toen in de wijk naast Emmerhout. Ik had destijds een reeks foto's gemaakt en heb er later een aantal van geplaatst op sites over Emmen, en ook op mijn blog.
Je ziet daar nu niets meer van - na bijna 50 jaar is het aardig bijgekomen, en de wijk is verder ontwikkeld. Zoals Emmen zich "na de oorlog" in rap tempo heeft ontwikkeld van klein dorp tot stad, zie ook "Andere Tijden": Het wonder van Emmen.
Ik werd gebeld door een van de organisatoren van het project, kunstenares Ellen Kroeze, die getipt was door de beheerder van Historisch Emmen over mijn foto's. In 2009 hebben Marijke en ik gedichten gemaakt voor de opening van een samenwerking van vier ateliers, Kunstkwartier Waanderveld, vandaar dat Ellen ons kende. Bij twee bijzonder fraaie schilderijen van Ellen maakte Marijke dit en ik dit gedicht
De offciële opening werd gedaan door Gemeenteraadslid Ugbaad Hassen Kilinçci, met een korte toespraak en de onthulling van het paneel bij het startpunt van de route's.
Na de onthulling van het paneel liepen de aanwezigen een deel van de route. Ik liep een poosje samen op met Henk Jeurink. Ik ken hem vooral omdat zijn vrouw, de vorig jaar overleden schrijfster Minie Hofsteenge mij eens een uitgebreid interview heeft afgenomen voor de krant. Ze schreef veel in het Drents, en in ons enthousiaste gesprek over muziek in streektaal liet Henk me via zijn telefoon een lied horen van Gerard van Maasakkers. Het lied kende ik niet, maar een paar regels die ik zo opving vond ik prachtig!
Dat was vrijdagmiddag. Zondag aan het eind van de avond zat ik nog even te zappen en klikte meteen verder toen ik zag dat het programma "De Nachtzoen" op die zender was. In een flits dacht ik een bekend gezicht te hebben gezien: inderdaad, Gerard van Maasakkers. Dus de rest van dat programma blijven kijken. En wat dacht je waarmee hij die uitzending afsloot? Dat liedje, dat Henk me had laten horen!
Ik geef geen vertaling van de Brabantse tekst, ik denk dat iedereen met een beetje taalgevoel de strekking kan volgen.
Gerard van Maasakkers - 't Is Aovond (live):
De uitzending zag ik op zondag 7 jul 00:15: De nachtzoen: Gerard van Maasakkers.
In de bijeenkomst werd mijn aardrijkskunde nog even opgefrist, want vaak wordt gezegd dat Ugbaad afkomstig is uit Somalië, maar ze komt uit Somaliland; "de facto een onafhankelijk land op het territorium van Somalië en volgt de grenzen van het vroegere protectoraat Brits-Somaliland". Daarin speelt de vroegere Britse en Italiaanse koloniale bemoeienis mee.
Ter info: Ugbaad Kilinçci kreeg enige landelijke bekendheid doordat ze tijdens het campagnevoeren werd uitgescholden op straat waarbij het vocabulaire onvermijdelijk doet denken aan Geert Wilders.
De toenmalige fractievoorzitter van de plaatselijke PVV wou een hoofddoekverbod tijdens raadsvergaderingen, terwijl Ugbaad de enige is die een hoofddoek draagt. Op zijn eigen eerste pr-foto had hij een Hitler-achtig kapsel. Inmiddels is hij een eigen partij begonnen.
Een ander lokaal PVV-fractielid is vorige week veroordeeld wegens valse aangifte van bedreiging.
In tegenstelling tot deze types zet Ugbaad Kilinçci zich op meerdere manieren in voor de samenleving; daaraan kunnen zij een voorbeeld nemen.
Wie mee wil doen met (of luisteren/kijken/lezen bij andere deelnemers) ZOZ: Zwijmelen op Zaterdag, vindt de links bij Melody.
Afleveringen t/m ZOZ347 vind je bij Trees, en de afleveringen t/m ZOZ260 vind je bij de oorspronkelijke initiatiefneemster Marja.
Ik was uitgenodigd voor de presentatie / opening van het tweede deel van het project Ontmoetingsverhalen. Daarbij worden wandelroute's uitgezet door een dorp of woonwijk in de Gemeente Emmen, aan de hand van verhalen van de bewoners.
De wijk Emmerhout heeft twee routes: het zou te lang worden, en een deel gaat over (bos)paden. De wijk is als het ware deels in het bos gebouwd. Er is een boekje met de verhalen en de routekaart, maar je kunt de route ook volgen en de verhalen beluisteren middels je smartphone en QR-codes op bordjes langs de route.
Ik woon helemaal diagonaal aan de andere kant van Emmen, waarom ik was uitgenodigd? In het boekje is een foto geplaatst die ik gemaakt heb van de verwoestingen die de novemberstorm van 1972 had aangericht; ik woonde toen in de wijk naast Emmerhout. Ik had destijds een reeks foto's gemaakt en heb er later een aantal van geplaatst op sites over Emmen, en ook op mijn blog.
Je ziet daar nu niets meer van - na bijna 50 jaar is het aardig bijgekomen, en de wijk is verder ontwikkeld. Zoals Emmen zich "na de oorlog" in rap tempo heeft ontwikkeld van klein dorp tot stad, zie ook "Andere Tijden": Het wonder van Emmen.
Ik werd gebeld door een van de organisatoren van het project, kunstenares Ellen Kroeze, die getipt was door de beheerder van Historisch Emmen over mijn foto's. In 2009 hebben Marijke en ik gedichten gemaakt voor de opening van een samenwerking van vier ateliers, Kunstkwartier Waanderveld, vandaar dat Ellen ons kende. Bij twee bijzonder fraaie schilderijen van Ellen maakte Marijke dit en ik dit gedicht
De offciële opening werd gedaan door Gemeenteraadslid Ugbaad Hassen Kilinçci, met een korte toespraak en de onthulling van het paneel bij het startpunt van de route's.
Na de onthulling van het paneel liepen de aanwezigen een deel van de route. Ik liep een poosje samen op met Henk Jeurink. Ik ken hem vooral omdat zijn vrouw, de vorig jaar overleden schrijfster Minie Hofsteenge mij eens een uitgebreid interview heeft afgenomen voor de krant. Ze schreef veel in het Drents, en in ons enthousiaste gesprek over muziek in streektaal liet Henk me via zijn telefoon een lied horen van Gerard van Maasakkers. Het lied kende ik niet, maar een paar regels die ik zo opving vond ik prachtig!
Dat was vrijdagmiddag. Zondag aan het eind van de avond zat ik nog even te zappen en klikte meteen verder toen ik zag dat het programma "De Nachtzoen" op die zender was. In een flits dacht ik een bekend gezicht te hebben gezien: inderdaad, Gerard van Maasakkers. Dus de rest van dat programma blijven kijken. En wat dacht je waarmee hij die uitzending afsloot? Dat liedje, dat Henk me had laten horen!
Ik geef geen vertaling van de Brabantse tekst, ik denk dat iedereen met een beetje taalgevoel de strekking kan volgen.
'Is Aovond - Gerard van Maasakkers
't Is aovond en efkes nog denk ik terug
An hoe da den dag van vandaog is verlopen
En wa da 'k gedaon heb, wa 'k heb lopen hopen
't Is aovand en efkes nog denk ik terug
Misschien da ik vandoag wel te lui ben gewes
Misschien ha 'k wa mer kunnen werken vanmiddeg
Ma de zon scheen en 't leven da leek me zo handeg
Misschien da ik vandaog wel te lui ben gewest
Mar ik heb vanmergen den dauw al gezien
Ik ben me den hond in het veld wezen kerren
Ik ben in de bossen di lieke gaon heuren
En ik heb vanmergen den dauw al gezien
En gij as ge 't aovond an men nog es denkt
Dan moete nie kwaod of verdrietig of stil zijn
Ik hoop da ge wet da ik al te gèr bij jou ben
Bij jou as ge te aovond an men nog es denkt
En mergen dan ga ik 't gelijk anders doen
Dan zal ik proberen de schaai in te halen
Dan kom ik nar jou, ja dan kom ik oe halen
Ja, mergen dan ga ik 't gelijk anders doen
't Is aovond en efkes nog denk ik terug
An hoe da den dag van vandaog is verlopen
En wa da 'k gedaon heb, wa 'k heb lopen hopen
't Is aovand en efkes nog denk ik terug.
't Is aovond en efkes nog denk ik terug
An hoe da den dag van vandaog is verlopen
En wa da 'k gedaon heb, wa 'k heb lopen hopen
't Is aovand en efkes nog denk ik terug
Misschien da ik vandoag wel te lui ben gewes
Misschien ha 'k wa mer kunnen werken vanmiddeg
Ma de zon scheen en 't leven da leek me zo handeg
Misschien da ik vandaog wel te lui ben gewest
Mar ik heb vanmergen den dauw al gezien
Ik ben me den hond in het veld wezen kerren
Ik ben in de bossen di lieke gaon heuren
En ik heb vanmergen den dauw al gezien
En gij as ge 't aovond an men nog es denkt
Dan moete nie kwaod of verdrietig of stil zijn
Ik hoop da ge wet da ik al te gèr bij jou ben
Bij jou as ge te aovond an men nog es denkt
En mergen dan ga ik 't gelijk anders doen
Dan zal ik proberen de schaai in te halen
Dan kom ik nar jou, ja dan kom ik oe halen
Ja, mergen dan ga ik 't gelijk anders doen
't Is aovond en efkes nog denk ik terug
An hoe da den dag van vandaog is verlopen
En wa da 'k gedaon heb, wa 'k heb lopen hopen
't Is aovand en efkes nog denk ik terug.
Gerard van Maasakkers - 't Is Aovond (live):
De uitzending zag ik op zondag 7 jul 00:15: De nachtzoen: Gerard van Maasakkers.
In de bijeenkomst werd mijn aardrijkskunde nog even opgefrist, want vaak wordt gezegd dat Ugbaad afkomstig is uit Somalië, maar ze komt uit Somaliland; "de facto een onafhankelijk land op het territorium van Somalië en volgt de grenzen van het vroegere protectoraat Brits-Somaliland". Daarin speelt de vroegere Britse en Italiaanse koloniale bemoeienis mee.
Ter info: Ugbaad Kilinçci kreeg enige landelijke bekendheid doordat ze tijdens het campagnevoeren werd uitgescholden op straat waarbij het vocabulaire onvermijdelijk doet denken aan Geert Wilders.
De toenmalige fractievoorzitter van de plaatselijke PVV wou een hoofddoekverbod tijdens raadsvergaderingen, terwijl Ugbaad de enige is die een hoofddoek draagt. Op zijn eigen eerste pr-foto had hij een Hitler-achtig kapsel. Inmiddels is hij een eigen partij begonnen.
Een ander lokaal PVV-fractielid is vorige week veroordeeld wegens valse aangifte van bedreiging.
In tegenstelling tot deze types zet Ugbaad Kilinçci zich op meerdere manieren in voor de samenleving; daaraan kunnen zij een voorbeeld nemen.
Wie mee wil doen met (of luisteren/kijken/lezen bij andere deelnemers) ZOZ: Zwijmelen op Zaterdag, vindt de links bij Melody.
Afleveringen t/m ZOZ347 vind je bij Trees, en de afleveringen t/m ZOZ260 vind je bij de oorspronkelijke initiatiefneemster Marja.
Labels:
Foto's,
herinnering,
Kunst en Cultuur,
Leven,
Mensen,
Muziek,
Natuur,
Politiek,
Streektaal,
ZOZ
27 april 2019
190427 - ZOZ - Van Staal en storm
Het was een feestelijke periode, sinds de vorige "zwijmeldag", en ook daarvoor al. Genoten van een rondrit door het ontluikende lentelandschap van "Tukkerije", en bij een verjaardag hoort gebak. Dat was Twents Eetcafé Melkbeernke wel toevertrouwd! Net als de lunch bij Landgoed Kaamps trouwens!
Pasen, logees, waarvan vader en zoon getrakteerd werden op een gewonnen wedstrijd van FC Emmen tegen FC Utrecht.
Op paasmaandag een tochtje de andere kant op, noordwaarts dus, zonder vooropgezet plan. Nou ja, waar gaan veel mensen op paasmaandag naartoe? Meubels kijken!
Bij ons roept dat associaties op met een reclamespot die al lang niet meer vertoond wordt, maar zó populair was dat hij, op verzoek, op Youtube is gezet. Gewoon lief door de simpelheid. De hoofdpersoon, Meneer Mulder, is waarschijnlijk inmiddels gepensioneerd. Maar het was er, op paasmaandag (!), volstrekt uitgestorven…!
We reden verder noordwaarts, het weidse, zonovergoten Groninger platteland op.
Zo kwamen we terecht bij het sluizencomplex van Nieuw Statenzijl (de), aan de Duitse grens.
Als je bovenop stond, kon je mooi de zon in het water zien schijnen, met onze schaduwen in de diepte.
De wegwijzer direct naast de sluis geeft aan hoe de afstanden zijn naar Nederlandse en Duitse plaatsen.
Omdat onze armen niet lang genoeg waren om een gezamenlijk selfie te maken met dat grote gele frame daar, hebben we daar achteraf maar een van gemaakt uit twee foto's, met dat uitzicht over de Dollard naar Emden.
Aan de andere kant naast de sluis staat een bord met een liedtekst van Ede Staal (nds, en) over deze plek, in het Gronings Nij Stoatenziel.
Ede Staal - Nij Stoatenziel:
Er zijn meerdere covers van, maar deze vond ik de moeite waard. Een Groninger bluegrass band, de Stroatklinkers, die ontstaan is uit een gelegenheidsoptreden! Mijn vaste lezers weten dat ik nogal gecharmeerd ben van de Dobro, vandaar...
Stroatklinkers - Nij Stoatenziel:
We hadden inmiddels wel een beetje trek, dus zetten we koers richting Termunten of Termunterzijl om een visje te gaan eten. Door de polders, zo dicht mogelijk langs de Dollard, en af en toe even over de dijk kijken. Er zijn mooie natuurgebieden, zoals de Punt van Reide. Marijke ging even de schapen op de dijk van dichterbij bekijken.
In Termunten en Termunterzijl zat alles tjokvol. Geen wonder op zo'n dag met zulk weer! Door naar Delfzijl dan maar. Het Eemshotel, waar we wel eens gedineerd hadden, leek ook vol te zitten. Ik meende me te herinneren dat er een eetgelegenheid was aan de weg langs de verladers, en dat was zo: De Kleine Zeemeermin, waar je af en toe schepen langs ziet varen en over de Dollard heen Duitsland ziet liggen "alsof je het aanraken kunt".
We kozen allebei de in roomboter gebakken schol, en het was prima voor elkaar en heerlijk.
De Kleine Zeemeermin stond altijd "met de poten in het water, maar nu is er langs de kade een strook zand opgespoten. De hekken behoeden onbevoegden voor drijfzand, denk ik.
Na al die feestelijkheden was het natuurlijk tijd voor wat lichaamsbeweging, dus haalde ik de volgende dag de fiets maar weer eens uit de schuur.
De dag die ik had uitgekozen was zonnig en goed van temperatuur, maar het waaide stevig. Dat merk je vooral als je op de vlakte komt. De pas geploegde akkers zorgden voor Sahara-achtige zandwolken.
Even pauze bij windkracht 5. Mijn tocht voerde me langs natuurgebied Bargerveen, alweer strak langs de Duitse grens. Mijn fiets stond tegen een picknickbank, maar waaide soms weg...
Het deed me denken aan een hit van lang geleden van Johnny & the Hurricanes (nl). Het nummer was ooit de tune van de Top 20 show van de British Forces Broadcasting Service in Duitsland.
Johnny and the Hurricanes - Sand Storm:
Toen ik weer thuis was en m'n sokken uit deed, kon je zien dat ik ongewild heel wat boerenerfgrond had ontvreemd. Het deel dat uit Duitsland was komen waaien is hun eigen schuld, hadden ze het maar geen uitreisvisum moeten geven!
Daarna was het goed uitrusten. Marijke heeft altijd gauw wat lekkers en warm drinken klaar. Wachten tot ik afgekoeld ben en dan douchen.
Toch nog even een mooie, toepasselijke cover van Ede Staal door iemand die bij mij al eerder voorbij kwam, Marlene Bakker.
Marlene Bakker - As't boeten störmt (Ede Staal cover):
Wie mee wil doen met (of luisteren/kijken/lezen bij andere deelnemers) ZOZ: Zwijmelen op Zaterdag, vindt de links bij Trees.
Afleveringen t/m ZOZ260 vind je bij Marja.
Pasen, logees, waarvan vader en zoon getrakteerd werden op een gewonnen wedstrijd van FC Emmen tegen FC Utrecht.
Op paasmaandag een tochtje de andere kant op, noordwaarts dus, zonder vooropgezet plan. Nou ja, waar gaan veel mensen op paasmaandag naartoe? Meubels kijken!
Bij ons roept dat associaties op met een reclamespot die al lang niet meer vertoond wordt, maar zó populair was dat hij, op verzoek, op Youtube is gezet. Gewoon lief door de simpelheid. De hoofdpersoon, Meneer Mulder, is waarschijnlijk inmiddels gepensioneerd. Maar het was er, op paasmaandag (!), volstrekt uitgestorven…!
We reden verder noordwaarts, het weidse, zonovergoten Groninger platteland op.
Zo kwamen we terecht bij het sluizencomplex van Nieuw Statenzijl (de), aan de Duitse grens.
Als je bovenop stond, kon je mooi de zon in het water zien schijnen, met onze schaduwen in de diepte.
De wegwijzer direct naast de sluis geeft aan hoe de afstanden zijn naar Nederlandse en Duitse plaatsen.
Omdat onze armen niet lang genoeg waren om een gezamenlijk selfie te maken met dat grote gele frame daar, hebben we daar achteraf maar een van gemaakt uit twee foto's, met dat uitzicht over de Dollard naar Emden.
Aan de andere kant naast de sluis staat een bord met een liedtekst van Ede Staal (nds, en) over deze plek, in het Gronings Nij Stoatenziel.
Ede Staal - Nij Stoatenziel:
Er zijn meerdere covers van, maar deze vond ik de moeite waard. Een Groninger bluegrass band, de Stroatklinkers, die ontstaan is uit een gelegenheidsoptreden! Mijn vaste lezers weten dat ik nogal gecharmeerd ben van de Dobro, vandaar...
Stroatklinkers - Nij Stoatenziel:
We hadden inmiddels wel een beetje trek, dus zetten we koers richting Termunten of Termunterzijl om een visje te gaan eten. Door de polders, zo dicht mogelijk langs de Dollard, en af en toe even over de dijk kijken. Er zijn mooie natuurgebieden, zoals de Punt van Reide. Marijke ging even de schapen op de dijk van dichterbij bekijken.
In Termunten en Termunterzijl zat alles tjokvol. Geen wonder op zo'n dag met zulk weer! Door naar Delfzijl dan maar. Het Eemshotel, waar we wel eens gedineerd hadden, leek ook vol te zitten. Ik meende me te herinneren dat er een eetgelegenheid was aan de weg langs de verladers, en dat was zo: De Kleine Zeemeermin, waar je af en toe schepen langs ziet varen en over de Dollard heen Duitsland ziet liggen "alsof je het aanraken kunt".
We kozen allebei de in roomboter gebakken schol, en het was prima voor elkaar en heerlijk.
De Kleine Zeemeermin stond altijd "met de poten in het water, maar nu is er langs de kade een strook zand opgespoten. De hekken behoeden onbevoegden voor drijfzand, denk ik.
Na al die feestelijkheden was het natuurlijk tijd voor wat lichaamsbeweging, dus haalde ik de volgende dag de fiets maar weer eens uit de schuur.
De dag die ik had uitgekozen was zonnig en goed van temperatuur, maar het waaide stevig. Dat merk je vooral als je op de vlakte komt. De pas geploegde akkers zorgden voor Sahara-achtige zandwolken.
Even pauze bij windkracht 5. Mijn tocht voerde me langs natuurgebied Bargerveen, alweer strak langs de Duitse grens. Mijn fiets stond tegen een picknickbank, maar waaide soms weg...
Het deed me denken aan een hit van lang geleden van Johnny & the Hurricanes (nl). Het nummer was ooit de tune van de Top 20 show van de British Forces Broadcasting Service in Duitsland.
Johnny and the Hurricanes - Sand Storm:
Toen ik weer thuis was en m'n sokken uit deed, kon je zien dat ik ongewild heel wat boerenerfgrond had ontvreemd. Het deel dat uit Duitsland was komen waaien is hun eigen schuld, hadden ze het maar geen uitreisvisum moeten geven!
Daarna was het goed uitrusten. Marijke heeft altijd gauw wat lekkers en warm drinken klaar. Wachten tot ik afgekoeld ben en dan douchen.
Toch nog even een mooie, toepasselijke cover van Ede Staal door iemand die bij mij al eerder voorbij kwam, Marlene Bakker.
Marlene Bakker - As't boeten störmt (Ede Staal cover):
Wie mee wil doen met (of luisteren/kijken/lezen bij andere deelnemers) ZOZ: Zwijmelen op Zaterdag, vindt de links bij Trees.
Afleveringen t/m ZOZ260 vind je bij Marja.
Labels:
Familie,
Foto's,
Kunst en Cultuur,
Leven,
Mensen,
Muziek,
Sport,
Streektaal,
ZOZ
Abonneren op:
Posts (Atom)






































